Opinie: Sociaal ondernemen helpt ons op weg

De vrije markt niet leidt tot een eerlijke verdeling van de winst onder alle mensen. Sociale ondernemers kunnen ons op de goede weg helpen.

In een rijk land als Nederland zijn er nog steeds veel mensen die iedere dag geldzorgen hebben. Voor sommigen is dat een tijdelijke situatie, maar in 2016 leefden ruim 220.000 huishoudens al vier jaar of meer met te weinig geld. Tegelijkertijd worden mensen met bezit steeds rijker. Econoom Piketty toonde in 2013 dat het geld meer en meer verschuift van de overheid naar een kleine elite particulieren en bedrijven. Hierdoor is er steeds minder geld beschikbaar voor bijvoorbeeld onderwijs en zorg. Oxfam liet deze week zien dat de rijksten van ieder euro welvaartsgroei 82 cent ontvingen. Eerder toonden ze aan dat 8 mannen evenveel bezit hebben als de helft van de wereldbevolking.

Ontvlambare samenleving

Deze groeiende ongelijkheid is niet zonder risico’s. Armoede leidt ten eerste tot een verhoogd risico op gezondheidsklachten. Maar er is meer: groeiende ongelijkheid leidt ook tot een toenemende onvrede. Wat wil je als tv-programma’s jonge mensen tonen die een droomhuis voor miljoenen laten bouwen, terwijl binnen diezelfde gemeente mensen zijn met permanente zorgen over het kunnen betalen van de huur. Het leidt tot twijfel over de eigen capaciteiten, maar ook tot terechte jaloerse en verlaten gevoelens. Hoe kan het in een samenleving bestaan dat vermogende bedrijven een belasting van tafel weten te krijgen, terwijl meesters en juffen met hun lage lonen genegeerd worden. Dat banken worden gered, en dat daardoor er in de zorg moet worden bezuinigd. De stap van onvrede naar het aanwijzen naar een zondebok en daarmee tot sociale catastrofes, zoals we die in het verleden ook hebben gezien, is niet ver weg.

Wie betaalt, bepaalt

Bas van Bavel laat in zijn boek De onzichtbare hand zien dat deze patronen ingebakken zitten in de vrije markt economie. De rijke elite beïnvloedt met geld en macht de politiek om de regels in hun voordeel te zetten (”als de vennootschapsbelasting omhoog gaat, dan zien we ons genoodzaakt om ons hoofdkantoor te verhuizen. Dat zou toch jammer zijn voor de werkgelegenheid in Nederland...”). Van Bavel schrijft in zijn boek dat deze ongelijkheid zelden doorbroken wordt. Hoe ontstaat die sociale ongelijkheid in de vrije markt economie? Dat is simpel: wie betaalt, bepaalt. Wie een bedrijf opricht, heeft de zeggenschap over de mensen die daar komen werken. De eigenaar betaalt deze medewerkers een marktconform (vaak naar verhouding bescheiden) salaris, de winst vloeit naar de eigenaar en eventuele aandeelhouders.

Verrijking

In de vrije markt economie draagt een grote groep werknemers dus jarenlang bij aan de verrijking van de aandeelhouders. Besluiten de aandeelhouders dat er meer winst gemaakt kan worden door de productie over te hevelen naar een ander land, dan gebeurt dat, met het verlies van banen tot gevolg. Het argument dat iedereen vrij is om zelf een bedrijf op te richten gaat niet op: mensen hebben wellicht dezelfde kansen, maar niet dezelfde talenten. De plek waar je geboren wordt is van grote invloed op de loop van je leven.

Transitie naar een egalitaire samenleving

Om een stap te maken naar een meer egalitaire samenleving hoeven we niet te wachten op een verandering bij de rijksten. Besluitvormers in grote bedrijven hebben zelf voordeel bij de inrichting zoals die nu is. Een transitie naar een meer gelijkwaardige economie zal van onderaf moeten komen. De samenleving heeft (startende) sociale ondernemers nodig die hun medewerkers een stem geven in de besluitvorming en hen mee laten delen in de winst. Het is geen utopie, in Nederland is de Breman Installatiegroep een bekend voorbeeld. In Spanje wordt sinds 1956 op deze manier de Mondragon Corporation bestuurd, momenteel een organisatie met ruim 73.000 medewerkers. Hun morele uitgangspunt is dat financieel en sociaal kapitaal van gelijke waarde zijn. Ze realiseren zich dat gelijkwaardigheid tussen mensen leidt tot een stabiele organisatie (en daardoor bijdraagt aan een stabiele maatschappij).

Mini-maatschappijen

De twee organisaties zijn een voorbeeld van sociale mini-maatschappijen binnen een kapitalistisch ingerichte samenleving. Zo zijn er bijvoorbeeld bij Mondragon afspraken over de maximale inkomensverschillen die er binnen de organisatie mogen bestaan. Daarnaast wordt een deel van de winst ingezet om tijdelijke werkeloosheid binnen de organisatie te kunnen opvangen. Een ander deel van de winst wordt verdeeld onder alle medewerkers, naast dat het gebruikt wordt voor innovatie en educatie. Keuzes die de overheid dus niet maakt, kunnen zo wel een plek krijgen binnen de organisatie. Beide organisaties bewijzen met hun langjarige bestaan de levensvatbaarheid van deze manier van ondernemen.

Gelijkheid, vrijheid en broederschap: het zijn de democratische beginselen voor een duurzame en vreedzame samenleving. Piketty toont ons dat de vrije markt niet leidt tot een eerlijke verdeling van de winst onder alle mensen. Sociale ondernemers wijzen ons de weg naar een meer egalitaire en daarmee vredevollere samenleving.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven