Minder suiker! Maar hoe dan?

Al veertig landen hebben een vorm van belasting op suiker ingevoerd in de strijd tegen overgewicht. Helpt zo’n taks en moet Nederland volgen? Koert van Ittersum, hoogleraar marketing en consumentenwelzijn, heeft twijfels.

Is suiker echt zo’n probleem?

„Nou, ik ben geen voedingsdeskundige, maar suiker is inderdaad een enorm probleem als je naar de kilocalorieën kijkt en naar de manier waarop het lichaam die verwerkt. Daarbij komt dat onze drang naar zoetheid enorm is. Misschien niet naar suiker op zich, maar wel naar suiker in producten. Er zit veel suiker in erg veel producten. Dat maakt suiker tot een groot probleem.”

Heeft suiker de rol van vet overgenomen als boeman?

„Ja, maar voor mij maakt het niet alleen uit wat je eet, wel juist ook hoeveel je eet. Wat ik lastig vind is dat die discussie vaak door elkaar loopt. Er was een moment dat ook sinaasappelsap een slechte naam kreeg omdat daarin zoveel suiker zit. Als we dit soort zaken op die manier platslaan, dan zegt de gemiddelde consument: zoek het maar uit, als ik zelfs mijn sinaasappelsap niet meer kan drinken omdat er te veel suiker inzit ... In Amerika wordt nu op de verpakking aangegeven of er suiker is toegevoegd. Dit ter onderscheid van de suiker die van nature in een product zit. Kijk, dat zou een stap vooruit kunnen zijn ... dat in elk geval geen overdadige hoeveelheden suiker aan eten worden toegevoegd.”

„Maar neem snoep, dat bestaat vrijwel geheel uit suiker en we weten allemaal dat dat niet goed voor je is, maar de vraag is vooral: hoeveel eet je ervan? In Engeland heb je het traffic light-systeem, stoplichten op de verpakking met criteria op basis waarvan een product groen, oranje of rood krijgt. Dat is een vrijwillig systeem waarbij best veel bedrijven zich aansluiten. Als ik goed ben geïnformeerd is het gebaseerd op 100 gram van een product. Het maakt vergelijking van producten op zich heel gemakkelijk, maar mijn probleem daarmee is dat je de porties negeert, dus hoeveel we van iets eten. Je kunt wel zeggen dat 100 gram suiker vuur- en vuurrood is, maar niemand zegt dat je 100 gram suiker moet eten. Andersom geredeneerd: water krijgt groen, maar als wij binnen een uur 5 liter water drinken, vallen we door watervergiftiging ook dood neer.”

In tal van landen is een suikertaks ingevoerd, met een afnemende consumptie van suikerhoudende frisdranken als resultaat.

„Dat klopt. Maar de vraag is: hoe wordt die suiker vervangen? De aanname is dat de afname van de consumptie van suikerhoudende frisdrank wordt gecompenseerd door gezonde alternatieven. Maar er is op zijn minst één studie geweest die signaleert dat je in huishoudens waar ook alcohol geconsumeerd wordt een verschuiving ziet van suikerhoudende dranken naar alcoholische. Dit lijkt mij niet wenselijk. Je moet, wanneer je een gedragsverandering binnen een productcategorie wil bereiken, heel hard nadenken welke verschuiving dat teweegbrengt. Hoe gaan consumenten het compenseren?”

„Ik ben absoluut geen tegenstander van belastingen. Waar ik fundamenteel wel een uitdaging zie is de vraag waar en wanneer de overheid moet ingrijpen. Waar leg je de grens? Er zijn mensen die zeggen dat er geen snoep bij de kassa in de supermarkt mag liggen. Prima, maar waar wel? Moet het snoep helemaal weg? Oké, maar moet chips dan ook weg? Suikerhoudende frisdranken weg? Zo kun je de helft van de producten uit de supermarkten verwijderen.”

„Neem het roken: in sommige landen mag je met kinderen in de auto niet roken. Maar hoe zit het thuis? Ook hier geldt: waar leg je de grens? Ik vind ook dat je bedrijven de kans moet geven om zelf stappen te zetten. Albert Heijn doet leuke dingen nu, bijvoorbeeld met een friswijzer over de hoeveelheid suiker in frisdranken.”

Maar gaan bedrijven echt iets ondernemen dat hun omzet zou kunnen schaden?

„Nou ... zij zijn niet gek. Ze weten dat de overheid ingrijpt als zij niks doen, dat je dan inderdaad de suikerbelasting krijgt. Niks doen is geen optie. Minder suiker is ook niet zonder risico, het kan bedrijven geld gaan kosten. Ik ben heel benieuwd hoe dit uitpakt.”

„Er is een grote groep mensen die meent dat alles van het commerciële bedrijfsleven evil is. Die mensen hebben een heilig geloof in de overheid. Ik vind het te makkelijk om te roepen dat het bedrijfsleven de grote boosdoener is. Dat zij ons dingen hebben laten doen die we niet willen. Er zijn weinig bedrijven die belang hebben bij mensen met overgewicht, of mensen met dichtgeslibde aderen. Wat bedrijven wel willen is dat als jij een suikerspin wilt kopen, dat je die dan bij hen koopt. Nu is er een toenemende druk op bedrijven dat het anders moet. Maar kun je van hen verwachten dat ze de suikerspin uit het assortiment verwijderen? Ik denk niet dat het realistisch is dat we ons doel bereiken door het elimineren van volledige productcategorieën of het dramatisch verhogen van de prijs. Uiteindelijk reageren bedrijven op wensen van consumenten. Het bedrijfsleven heeft een rol, de overheid heeft een rol, wij als consumenten hebben ook een rol.”

Maar als wij zonder financiële prikkel die rol nu niet voldoende op ons nemen, moet je dan niet nadenken over hoe je die wel kunt bereiken?

„Ik denk dat het weinig realistisch is als je een taks als een knuppel gebruikt om gedrag af te dwingen. Er zal een breed pakket van maatregelen moeten komen dat erop is gericht de leefomgeving gezonder in te richten, om mensen makkelijker en beter in staat te stellen gezonde keuzes te maken. De leefomgeving maakt het mensen enorm moeilijk om gezonde keuzes te maken, maar dat wil niet zeggen dat het individu vrijgepleit is. Ik denk weleens heel cynisch: je moet bij de huidige generaties natuurlijk nog doen wat je kunt doen, maar laten we maar bij de kinderen opnieuw beginnen. Je moet terug naar de basis en kinderen leren wat gezond eten is en dat het gaat om wat je eet, maar vooral ook om hoeveel je eet. Veel volwassenen weten het op dit moment ook niet.”

Voedselkennis in de meest brede zin van het woord zou onderdeel moeten zijn van het onderwijsprogramma?

„Ja, maar ook hier moet je niet alle verantwoordelijkheid bij de scholen leggen. Maar het is wel zo dat we kinderen mentaal voorbereiden om alles uit zichzelf te halen, maar op fysiek gebied tekortschieten. Er is op dat gebied al van alles geschrapt, zoals zwemmen. Maar wat betreft voedsel moeten we het belang van goed eten echt op de harde schijf zetten.”

Uit Engels onderzoek blijkt dat veel pubers niet weten dat een ei uit een kip komt en melk uit een koe. Moeten we niet ook de basale kennis vergroten?

„Ja, ik heb zelf een agrarische achtergrond, dus de haren rijzen mij te berge wanneer ik zoiets hoor. Maar ik zou niet alleen op voeding inzetten, ook op leefstijl in de volle breedte. Het gaat om eten, om bewegen, om slaap. Als je gezonde leefstijl structureel inbouwt in het curriculum dan maakt dat op de lange termijn, voor de toekomstige generaties, een enorm verschil. Niet dat ongezond een stigma krijgt, maar wel dat mensen een besef krijgen dat het anders moet en kan. Ik zie dat mijn kinderen soms spontaan een glas water pakken, daaraan had ik in mijn jeugd nooit gedacht. Over dat soort veranderingen moet je nadenken. Dat je daarmee vroegtijdig begint en dat je dan op de lange termijn een mentale verandering creëert. En die kun je vervolgens ondersteunen met belastingen en subsidies. En informatie.”

„Ik werk momenteel aan een onderzoeksvoorstel met een collega uit Wageningen om te kijken wat in de supermarkt anders kan. Want alle informatie die je nodig hebt om daar de betere keuzes te maken is in principe aanwezig. Maar het is zo complex en overdadig, dat we dat toch niet kunnen. Ook mensen met een hoog IQ niet. Maar zeg je dan that’s it of zeg je: zouden we kunnen nadenken hoe je tijdens het winkelen met een app op jou toegespitste informatie kunt krijgen? Of het nu gaat om calorieën, om zout of om wat dan ook. Is dat dan de oplossing? Absoluut niet. Maar zo moeten we met z’n allen komen tot pakketten van oplossingen. Niet alleen in de supermarkt, maar ook thuis, op school, in de voetbalkantine, op je werk.”

„Uiteindelijk gaat het erom dat jij van dag tot dag, van dagdeel tot dagdeel, van maaltijd tot maaltijd de ondergrens weet te verlagen. Excessen zijn er altijd. Verjaardagsfeestjes zullen er altijd zijn, de overwinningstaart is er altijd, het bakje frites op zaterdagavond eveneens. Dat is allemaal niet zo spannend. Het gaat niet gebeuren dat wij 24 uur per dag, 7 dagen in de week alleen maar sla eten. Dat is ook niet nodig. Ik wil mijn speciaalbiertje, jij misschien je wijntje, maar dat zegt niks over hoe gezond je leeft. Een collega toxicologie zei ooit: gif bestaat niet. Het gaat erom hoeveel je ervan gebruikt.”

Koert van Ittersum is hoogleraar Marketing en Consumentenwelzijn aan de Rijksuniversiteit Groningen en lid van de Aletta Jacobs School of Public Health en het Centre of Expertise Healthwise.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.