Opinie: Geluk is niet voor iedereen gewoon

Liefst 97 procent van de Nederlanders is gelukkig, zo blijkt uit de geluksmonitor van het CBS. Maar die hoge score wringt volgens socioloog Harrie Dijkstra.

In mijn directe omgeving beluister ik regelmatig de uitspraak: ,,Ik hoef niet rijk of beroemd te zijn. Het enige wat ik wil, is gelukkig zijn.” Nou, die kans is statistisch groot in ons land. Want wie de statistieken erop naleest, kan niet anders concluderen dan dat Nederlanders zichzelf vaak kwalificeren als gelukkig tot zeer gelukkig.

De laatste uitslag uit juli 2018 van de geluksmonitor van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldt zelfs dat een percentage van 97 procent van de bevolking zich gelukkig voelt, van wie 20 procent ‘zeer gelukkig’ is. Ook internationaal scoren we als land al jaren een top 10-positie op geluk. In het World Happines Report 2018 staat Nederland op een zesde plek van de 156 deelnemende landen, met Finland als koploper.

Tel je zegeningen, zou je zeggen. Toch wringen de hoge scores over geluksgevoelens. Wellicht heeft dit te maken met het gegeven dat (geluks)onderzoekers hun conclusies baseren op gemiddelden, terwijl de gemiddelde mens niet bestaat. De ronkende uitkomsten over de (bijna) gelukkigste bevolking ter wereld, kunnen daarentegen mensen wel het idee geven persoonlijk tekort te schieten omdat zij niet aan de ‘geluksnorm’ voldoen.

Gelukkig-voelen is echter nooit en nergens een absolute en definitieve vorm van zijn, maar een momentum dat van tijd tot tijd en van gebeurtenis tot gebeurtenis kan verschillen. Je gelukkig voelen, is een variabele. Wie naar de onderzoeksresultaten kijkt, ontdekt dan ook de nodige nuanceringen. Geluksgevoelens hangen samen met factoren als gezondheid, wel of geen betaald werk hebben, hoogte van het inkomen en het aantal en de intensiteit van de sociale relaties.

De sociale realiteit van ons leven is veelvormig en veelkleurig en de mate van gelukkig voelen is daarvan afhankelijk. Een reëel beeld op de maatschappelijke omstandigheden en persoonlijke werkelijkheid leidt er toe dat er geen jacht ontstaat naar de illusie van permanent geluk. Bovenal kan een realistisch beeld ons zicht niet belemmeren op medemensen die het minder hebben getroffen en onze aandacht, zorg en ondersteuning nodig hebben. Pech en tegenslag zijn net zo alom aanwezig als geluk en mazzel.

Als een ‘heilstaat van geluk’ een feit zou zijn, hoeven we ons niet langer te bekommeren om onze medemens, maar dit is (en blijft) juist nog wel volop nodig. Ook in het zeer gelukkige Nederland ervaren ruim 1 miljoen mensen eenzaamheid, kunnen veel ouderen geen beroep doen op ondersteuning bij ziekte door vrienden, familie of buren, zijn er jaarlijks honderdduizend meldingen van kindermishandeling en leven ruim 400.000 Nederlandse kinderen onder de armoedegrens.

Natuurlijk mogen we best gepast trots zijn op de uitkomsten van de hoge mate van subjectief ervaren geluk. Maar de boodschap is tegelijkertijd: we kunnen niet lui en tevreden achteroverleunen en de blik laten vertroebelen vanwege de hoge geluksscores. Objectief gezien is de sociale ongelijkheid groot en dus is geluk ongelijk en bij lange na niet voor iedereen gewoon. Er valt gelukkig nog veel te doen.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.