Opinie: Referendum, gun de burger een eigen stem

Het referendum bevindt zich in de terminale fase. Een stap terug in democratisch opzicht, terwijl er juist een stijgende lijn in de referenda zit.

In Amsterdam is de eerste metrolijn indertijd aangelegd zonder dat de bevolking haar mening daarover kenbaar kon maken: het leidde tot enorme rellen, de hele binnenstad werd een slagveld. Bezwaren tegen de Noord/Zuidlijn kon de burgerij later bij referendum uiten, maar de lijn werd door een meerderheid aanvaard, waarna van verzet tegen de aanleg geen sprake was. Het politieke vertrouwen was blijkbaar toegenomen. Zo’n volksraadpleging lijkt een goed middel, voor burgers en bestuurders.

Terminaal

Op landelijk niveau verkeert het referendum echter in de terminale fase. Op de valreep wordt er, als 300.000 mensen daarvoor tekenen, nog eentje gehouden en dan is het, indien ook de Eerste Kamer instemt met de afschaffing, alweer voorbij. Al nadat slechts twee referenda waren gehouden heeft het middel ‘niet gebracht wat ervan werd verwacht’, volgens het kabinet, dat daarom ‘een pas op de plaats wil maken’ door de Wet raadgevend referendum in te trekken. Dat is geen pas op de plaats, maar in democratisch opzicht een stap terug.

Achterhaalde theorie

Er is veel tegen volksraadplegingen. Volgens de klassieke theorie van de parlementaire democratie geven burgers via de stembus een mandaat aan volksvertegenwoordigers om het land te besturen tot de volgende verkiezingen. Maar als besluiten van gekozenen onderworpen kunnen worden aan referenda, doet dat afbreuk aan hun verantwoordelijkheid. Zo holt het referendum de democratie uit.

Die zuivere theorie is door de praktijk onderuitgehaald. Ze deed opgeld toen de kiezers als vanzelfsprekend vertrouwen stelden in de ideologie en het program van de voormannen van de stroming waartoe zij zich rekenden. Dat is allang niet meer zo. Ideologieën zijn nauwelijks meer van elkaar te onderscheiden, partijprogramma’s worden door snelle ontwikkelingen achterhaald, kiezers kiezen telkens andere partijen. Ondertussen daalt het vertrouwen in politici.

Vertrouwen

Dat bedoelt het kabinet met: ‘niet gebracht wat ervan verwacht werd’. Invoering van een raadgevend referendum diende het politieke vertrouwen te herstellen, maar nu men al na 4 jaar! meent te kunnen constateren dat dit niet gebeurd is, moet het instrument weer worden afgeschaft in plaats van het te verbeteren, zoals voor de hand ligt.

Dat een internationale overeenkomst als het EU-verdrag over Oekraïne ook referendabel bleek, was ongelukkig: zo’n overeenkomst kan alleen gewijzigd worden met instemming van 27 verdragspartners. Zo organiseer je de frustratie en teleurstelling. Even ongelukkig was de eis dat, wil de uitslag geldig zijn, minimaal 30 procent van de kiezers aan het referendum deelneemt: dat stimuleert tegenstanders thuis te blijven om de uitslag ongeldig te maken. Waarom is trouwens een minimale opkomst vereist als een referendum alleen raadgevend is?

Verstomd

Het tweede referendum, over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, was een beter voorbeeld van hoe het idealiter kan gaan. Na uitvoerige discussie stemde een kleine meerderheid tegen, van wie velen (onder wie ik) vanwege bezwaren tegen bepaalde aspecten van de wet, die vervolgens door het kabinet zijn aangepast. Daarna is de oppositie verstomd.

Het derde, over de donorwet, zal mogelijk nog overtuigender zijn. Het gaat over een onderwerp dat iedereen heel persoonlijk raakt en waarover in de politiek erg verschillend wordt gedacht. Zelf zal ik tegenstemmen omdat op het laatst aan mijn nabestaanden een zware stem in mijn dood is toegekend. Maar vermoedelijk zal de wet, gezien de nijpende nood aan donororganen, per saldo bij referendum toch worden goedgekeurd.

Broos vertrouwen

Het kabinet bereikt met de afschaffing van het referendum het tegenovergestelde. Alom wordt aangenomen dat de regeringscoalitie hiertoe besloten heeft omdat de uitslag van de eerste twee referenda haar niet aanstond. Dat tast het vertrouwen in Den Haag verder aan.

Bovendien: juist lager en middelbaar opgeleiden hechten aan het referendum. Dat zijn de groepen waarbinnen het politieke vertrouwen het meest broos is. Het gaat om brede lagen van de bevolking die naar hun gevoel nooit gehoord worden en zich bij referenda kunnen laten horen.

Het is niet zo dat de politiek voortaan de burgers wil uitsluiten van haar domein. Het wemelt van initiatieven om hen te laten ‘meepraten’ en ‘meedenken’. Maar in een democratie gaat het nu juist om de mogelijkheid dat burgers ‘tegenpraten’ en ‘tegendenken’.

John Jansen van Galen is publicist en journalist

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.