Opinie: Zorg voor regie bij de windenergie

Het windproject Pottendijk bij Emmen is een goed voorbeeld van wat er allemaal fout kan gaan bij windenergie op land. Dat moet en kan beter.

Het proces rond het windproject Pottendijk in Emmen sleept zich al jaren voort. Het lijkt erop dat er toch een windproject gaat komen. Goed nieuws voor de overgebleven initiatiefnemer en een welkome bijdrage aan de toekomstige duurzame energievoorziening van Nederland. Maar echt enthousiast lijkt ondertussen niemand meer. De vraag is hoe dat komt. Er wordt veel naar elkaar gewezen. Zo legt de voorzitter van ‘zon voor wind Emmen’ Wim Feldhaus (DvhN, 17 mei) de bal vooral neer bij Yard en Raedthuys.

Taakstelling

Interessanter en constructiever dan de ‘schuldige(n)’ aanwijzen lijkt het om te kijken wat we voor de toekomst van deze casus kunnen leren. Het begon ermee dat het Rijk een doelstelling vaststelde om 6000 megawatt windenergie op land te realiseren en dit via een taakstelling aan de provincie verdeelde. De provincie Drenthe besloot op haar beurt dat een gedeelte daarvan in Emmen zou komen. Deze doelstelling is vaak verguisd, maar levert wél resultaat op. Er zijn veel windprojecten gerealiseerd en er komen de komende jaren nog veel bij.

Onvrede

Tegelijkertijd heeft dit beleid ook tot veel onvrede geleid bij overheden en de directe omgeving van windprojecten. Daarom is het goed dat nu wordt nagedacht over de wijze waarop dit vanaf 2020 beter kan worden gedaan. Idee is dat gemeenten en provincies meer verantwoordelijkheid en ruimte krijgen om zelf na te denken over de manier waarop zij duurzame energie willen bevorderen en daarbij niet meer vastzitten aan een specifieke techniek.

In Emmen is een enorm proces opgetuigd. Oprechte waardering voor de NLVOW en de Natuur- en Milieufederatie Drenthe die monnikenwerk hebben verricht om met de omgeving te komen tot een oplossing. Dat heeft helaas niet tot veel tevredenheid geleid.

Probleem

Daar zijn een aantal redenen voor. Natuurlijk heeft ook windenergie nadelen, maar in Emmen is windenergie vooral als probleem neergezet dat vervolgens zo eerlijk mogelijk verdeeld diende te worden. Daar wordt niemand echt enthousiast van. Bovendien is wél met de omgeving gesproken, maar zijn de initiatiefnemers buiten het proces gehouden. Gevolg: een set eisen die zorgt voor een verre van optimale opbrengst en daardoor een krappe business case. Zo krap dat nota bene de burgercoöperatie afhaakte, terwijl de coöperatie juist voor de omgeving een goede mogelijkheid is zeggenschap en financieel voordeel te krijgen.

Tiphoogte

Een voorbeeld van een eis die ertoe leidt dat het project moeizaam verloopt, is de eis van de maximale tiphoogte van 150 meter. Deze komt voort uit de vrees voor overlast door verlichting voor vliegverkeer. Dat die verlichting op windmolens inmiddels vastbrandend mag zijn en bij helder weer kan worden gedimd, doet niet meer te zake. De eis is vastgesteld en ruimte om daar op basis van argumenten over te spreken, is er niet. Wat dit betekent voor de initiatiefnemers, de energieopbrengst van de windmolens en de ruimte voor financiële participatie door de omgeving, lijkt er niet meer toe te doen.

Kaders

Wat kunnen we hiervan leren? Zorg voor regie! Betrek álle relevante partijen en stel in overleg met elkaar heldere kaders op waarbij rekening wordt gehouden met zowel de omgeving als de initiatiefnemers. Alleen dan wordt de energietransitie een succes.

Rik Harmsen is branchespecialist Wind op Land van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA)

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.