Klein bakje, grote verhalen



Voorwerp: kluwenbakje

Oorsprong: Friesland

Materiaal: zilver

Datering: 1819

Taxatiewaarde: 750 euro

"Beitskes bakje. Zo noemen we dit zilveren schaaltje, nu we weten dat het van Beitske is geweest. En dat is nog niet zo heel lang. Het zit namelijk zo: wij wonen op de kwekerij van de familie van mijn man. Zijn overgrootmoeder Jitske was de zus van tuinarchitect Gerrit Vlaskamp. Die heeft in de tweede helft van de negentiende eeuw 350 tuinen ontworpen in het Noorden. Ik ben daar achter gekomen omdat ik me verdiep in de familie Vlaskamp. Over de tuinen van Gerrit bijvoorbeeld, kom ik steeds meer te weten. Ik kreeg een tip om bij boomkwekerij Bosgra in Burgum te gaan kijken. Die hadden hun administratie bewaard vanaf 1860. En zo vond ik 350 tuinen en parken in Noord-Nederland naar een ontwerp van Gerrit Vlaskamp!

Beitske was dus een van de zussen van overgrootmoeder Jitske en broer Gerrit. De Vlaskampen hadden echter ook een zwart schaap in de familie: Jelske. Die raakte, tot grote schande van de familie, ongehuwd zwanger toen ze 24 was. Het kind werd dood geboren en Jelske werd naar Harlingen gestuurd, waar ze dienstmeisje werd. Ze was helaas zo dom om te gaan wandelen met de hoed van haar mevrouw op. Dat werd ontdekt en Jelske werd veroordeeld tot een half jaar eenzame opsluiting. Voor het dragen van een hoed! Eenmaal weer uit de gevangenis, raakte ze weer ongehuwd in verwachting. Direct na de bevalling stuurde de familie haar met de baby naar Utrecht, waar het kindje een week later stierf. In Utrecht vond ze wel een man met wie ze trouwde. Ze kreeg nog vijf kinderen, die op één na allen binnen het jaar stierven. Ook haar man stierf jong en Jelske hertrouwde. Ze overleed toen ze 63 was.

Haar zus Beitske trouwde met een koopman in zilveren sieraden en gebruiksvoorwerpen. Daar ging hij boerderijen en voorname huizen mee langs. Beitske liet een testament na, wat ik nog steeds in mijn bezit heb. En daar staat haarfijn in beschreven wat de familie gaat erven, maar: ‘Met uitzondering van mijn zuster Jelske en hare kinderen en verdere nakomelingen, die hoegenaamd niets uit mijne nalatenschap mag of mogen genieten en die ik onterf en van mijn nalatenschap uitsluit.' En dan te bedenken dat het testament zeven jaar na Jelskes dood geschreven is! Triest hè?

Alleen al over Jelske kun je een roman schrijven. Hoewel die Beitske van het bakje ook een persoonlijkheid was. In haar huwelijkscontract staat precies beschreven wat van haar blijft en wat van haar echtgenoot. Ze wilde ook niet met de man samenwonen. En dat in 1886.

Haar broer Gerrit heeft het overigens goed gedaan. Hij was twintig toen hij het bedrijf van zijn vader overnam, nadat die in het gesticht in Veenhuizen was overleden aan de cholera. Het is mijn missie om hem weer op de kaart te krijgen. Hij heeft het landschappelijke beeld in Friesland mede bepaald: er staan nog steeds bomen die hij geplant heeft. Het nieuwe Fries Museum gaat een expositie maken van de tuinen van Gerrit en er komt een boek over zijn leven en werken. Fantastisch toch? Daar denk ik dus allemaal aan als ik dit schattige schaaltje zie."



De taxateur, Geert Ziengs:

"Het schattige bakje is een kluwenbakje, in de volksmond soms ook wel breimandje genoemd, maar voor een kluwen breiwol is het natuurlijk te klein. Dit soort bakjes is gedurende de hele negentiende eeuw gemaakt, maar de kluwenbakjes die wij de afgelopen jaren geveild hebben, waren bijna allemaal uit het begin van deze eeuw.

Het kenmerk van die kluwenbakjes is toch wel de opbouw. Over het algemeen heeft het bakje - op twee derde van beneden af gezien - een rechtopstaand opengewerkt zaagwerk (ajour). Op bovenrand zit vaak een ajourdecor van ruitjes of ranken. Het bakje staat vaak op een viercirkel. Wanneer het een parelrand aan de bovenkant heeft, is het bakje afkomstig uit de tweede helft van de negentiende eeuw."

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven