Jonge bestuurders: leeftijd en ervaring
DVHN | Gepubliceerd op 12 april 2010, 15:25 Laatst bijgewerkt op 18 maart 2011, 13:45Jonge automobilisten hebben een veel hogere – ernstige – ongevalbetrokkenheid dan gemiddeld: 28 doden per miljard kilometer tegen 7 gemiddeld. Ze rijden dus vier keer zo gevaarlijk als de gemiddelde chauffeur. Wij hebben het over een kleine honderd gedode bestuurders per jaar in deze leeftijdsgroep plus nog eens ongeveer hetzelfde aantal doden die in zo'n ongeluk worden meegesleept, bijvoorbeeld de vrienden die ook in die auto zaten.
Die hoge ongevalbetrokkenheid heeft twee oorzaken. De eerste, belangrijkste, oorzaak is gebrek aan ervaring in het verkeer. Je maakt tijdens je rijopleiding te weinig mee om voldoende rijervaring op te doen. Jonge automobilisten weten door gebrek aan ervaring niet wat de gevolgen van bepaald gedrag van henzelf kunnen zijn, en ze reageren ook niet adequaat op de fouten van anderen. Dit probleem van de gevaren nog niet zien wordt samengevat onder de noemer ervaringsrisico.
De tweede oorzaak zijn de eigenschappen van die leeftijdsgroep: je eigen grenzen verkennen en die daarbij onvermijdelijk overschrijden, en de blits willen maken voor de leeftijdgenoten. Ook is het gedeelte van je hersenen waarin je gevaarbewustzijn zetelt tot je 25ste nog niet volgroeid. Deze leeftijdsgroep kenmerkt zich dus door een hoge risicoacceptatie. Dat noemen we het leeftijdsrisico.
Jongeren zijn gehecht aan een dynamische levensstijl. Je kunt best wat harder door de bocht, een paar pilsjes deren je niet. Zelfoverschatting is hier het trefwoord. Bovendien maak je met al dat machomisbaar indruk op je omgeving. Dat laatste is een van de oorzaken waardoor jonge mannelijke beginners het nog bonter maken dan hun vrouwelijke leeftijdgenoten.
Helemaal griezelig wordt het als er een groepje jongeren in één auto zit die elkaar ophitsen. Die auto gedraagt zich dan bovendien door de veel zwaardere belasting in een scherpe, snelgenomen bocht opeens heel anders dan door de week. Dat leidt tot ware rampen.
Wat doen wij daaraan? Er zijn een paar maatregelen die hun nut in andere landen al hebben bewezen. Begeleid rijden is er één. Je laat dan een jongere die zijn rijbewijs heeft gehaald eerst nog een tijdje rijden onder het rustgevend toezicht van een ouder iemand met een behoorlijke rijervaring. Zo doet die jongere zijn eerste broodnodige ervaring op. Al na 5000 kilometer is er een behoorlijke daling van het risico. Je vermindert zodoende zowel het leeftijd- als het ervaringsrisico. Begeleid rijden zit voor ons land in de planning.
Verdere bewezen maatregelen voor beginners zijn een verbod om in het weekend te rijden, een verbod om 's nachts te rijden, een totaal alcoholverbod, en een verbod om met leeftijdgenoten in de auto te rijden. Herkent u hierin die vreselijke weekeindnacht-ongevallen met soms wel vijf gedode jongeren tegelijk? Toch willen wij (lees: Den Haag) eigenlijk nog maar niet aan die beperkingen. Het risico is te groot. Risico? Welk risico? Wel, dat jongeren ons dan niet aardig meer vinden en niet meer op ons stemmen.
O ja, en één ding moet je nooit doen: jongeren extra vaardigheden aanleren waarmee ze zich uit noodsituaties denken te kunnen redden, zoals antislip en noodstop. Dan gaan ze zichzelf nog meer overschatten…
Cees Wildervanck is verkeerspsycholoog






Reacties Inloggen