De troost van Ron Sexsmith

Paul McCartney is een groot fan van hem, net als Bob Dylan, Elvis Costello en veel andere artiesten. Maar bij het grote publiek is Ron Sexsmith onbekend.

Ook zijn nieuwste album, The last rider, is weer grotendeels onopgemerkt gebleven. De 53-jarige Canadese singer-songwriter probeert al ruim 25 jaar door te breken bij het grote publiek. Maar het lukt niet.

De recensent van de Engelse krant The Guardian suggereerde dat Sexsmith de handdoek gooit en dat zijn vijftiende album zijn laatste is. Afgaand op de titel en de afbeelding op de omslag zou je dat inderdaad kunnen denken: Sexsmith zit aan een gedekte tafel tussen zijn bandleden als Jezus tussen zijn discipelen bij het laatste avondmaal.

‘Er zit geen Judas in het plaatje’

Wat de recensent van The Guardian vergat, is dat die scène in de Bijbel niet het einde is maar de opmaat naar de ultieme troost. ,,En er zit geen Judas in het plaatje”, zoals Sexsmith zelf opmerkte, in een interview met een Canadese journalist. ,,Ik heb wel een tijdje met de gedachte gespeeld dat dit voorlopig mijn laatste album zou worden. Maar ik denk dat dat niet erg realistisch is. Ik schrijf de hele tijd liedjes en ik ben er vrij zeker van dat er meer albums zullen volgen. Hooguit kan ik de aandrang nu een tijdje weerstaan.”

Godzijdank. Want zoals de Guardian-recensent ook opmerkte: ,,Zonder Ron Sexsmith zou de muziekwereld blijven doordraaien, maar het zou een mindere plek zijn.”

Waarom spreekt zijn muziek me zo aan?

Ron Sexsmith is een van mijn grote muzikale helden. Ik draai zijn albums vaak en blijf naar hem luisteren. En als hij naar Nederland komt om op te treden dan ben ik er bij. Ik heb me vaak afgevraagd waarom dat zo is. Waarom spreekt zijn muziek me zo aan? Want het is heel makkelijk om Sexsmith neer te sabelen: ‘Hij maakt al 25 jaar hetzelfde album met steeds weer dezelfde liedjes.’ ‘Hij zingt als een verkouden nijlpaard met een aanstellerig vibrato.’ ‘Die lijzige zeurzang van hem is soms gewoon vals, niet alleen live maar zelfs op zijn albums.’

Zo zijn er meer argumenten te verzinnen en ze zijn nog waar ook. Maar ze zijn tegelijk niet waar. Want je kunt ook zeggen: ‘Ron Sexsmith heeft een breekbare, gouden stem en zijn timing en frasering zijn uniek.’ ‘Juist omdat hij vaak net iets te laat lijkt in te zetten en tegen de toon aan zingt, scheurt zijn muziek je hart open.’ ‘Hij maakt al 25 jaar het ene prachtalbum na het andere, met wonderschone, troostrijke liedjes waar Paul McCartney zich niet voor zou schamen.’

Elvis Costello, Chris Martin, Michael Bublé, etc.

McCartney is trouwens groot fan van Sexsmith, net als Elvis Costello (die Sexsmith’s loopbaan redde door zijn debuutalbum te promoten toen zijn platenmaatschappij hem wilde dumpen), Bob Dylan, Chris Martin (die hem als voorprogramma meenam op een wereldtournee met Coldplay), Steve Earle, Lucinda Williams, Michael Bublé (met wie hij op Bublé’s hitalbum Crazy love een duetversie van Whatever it takes zingt), Elton John en vele anderen uit het vak. Een ‘artist’s artist’ wordt hij genoemd. Zij begrijpen er niks van dat hij niet net zo beroemd is als zij.

,,Zijn muziek staat een beetje buiten de tijd”, zeggen zijn bewonderaars vaak. ,,Als hij in de jaren zestig of zeventig was begonnen, dan zou die grote hit misschien wel gekomen zijn...” Misschien is het juist de tijdloosheid van zijn muziek die me aanspreekt, zoals ik ook altijd naar Bach en The Beatles blijf luisteren.

Het is natuurlijk ook waarover Sexsmith zingt, al zijn dat de grote thema’s waar iedereen mee worstelt en waar alle artiesten over zingen: het vliedende leven, de dingen die voorbijgaan en nooit weerkeren, dat wat net voorbij de horizon ligt, voor altijd onbereikbaar, de verloren paradijzen. En de liefde natuurlijk.

‘Weinig seks, maar wat een liedjessmid!’

Bij Sexsmith ontbreekt het grote drama. Hij leidt geen leven op het randje, met drugsverslavingen, grote trauma’s, geweld, heftige uitbarstingen of extreme emoties. Zoals Jelle Paulusma (ook een fan) bij het optreden van Sexsmith op TakeRoot in Groningen, enkele jaren geleden, opmerkte: ,,Weinig seks, maar wat een liedjessmid!”

Die opmerking had ook met de uitstraling van de Canadees te maken. Ron Sexsmith kijkt vanaf het podium en foto’s doorgaans de wereld in met de blik van een geslagen hond die angstig wegkruipt in een hoekje.

En dan het muzikale idioom van Sexsmith: ook niks bijzonders eigenlijk. Tijdloze, melodieuze popsongs – voor het grootste deel ballads – met een snufje country hier, een vleugje soul daar en overal die zachte, weemoedige, haast meditatieve rust.

Ik denk dat het vooral de wonderschone melodieën zijn die me aanspreken. Wat mij betreft kan Sexsmith zich daarin meten met Chopin, Schubert en Schumann. Elvis Costello noemde hem niet voor niets ooit ‘een van de zangers met het puurste gevoel voor melodie sinds Paul McCartney’.

Puur en kwetsbaar

Het is ook die puurheid, denk ik. Ron Sexsmith zingt zoals hij zingt omdat hij niet anders kan, peinzend, integer, zonder opgepompte vrolijkheid, zelfverheerlijking of effectbejag. Hij toont zich zoals hij is, in al zijn kwetsbaarheid.

Zoek op YouTube maar eens naar de ‘Other songs acoustic series’, waarin hij alleen, met gitaar en in gezelschap van een plastic schaapje, liedjes van een van zijn mooiste albums zingt. En klik dan op So young, een van mijn favoriete liedjes: of je schiet onbedaarlijk in de lach, of je krijgt tranen in je ogen van ontroering.

,,Dit is mijn bestemming”, zegt Ron Sexsmith in de documentaire Love Shines, die in 2010 over hem gemaakt werd. ,,Het is alsof ik als ik zing een beter mens ben dan in het echte leven.”

‘Te alternatief’ en ‘te mainstream’

Die documentaire legt trouwens op prachtige, schrijnende wijze de tragiek van Sexsmith’s muzikale loopbaan bloot. De maker van de film, Douglas Arrowsmith, volgt de singer-songwriter bij de totstandkoming van het album Long player late bloomer. Sexsmith wilde nog een keer een poging doen om door te breken, met een iets commerciëler geluid, maar zonder muzikaal concessies te doen. Hij huurde daarvoor een dure producer in, Bob Rock, en werkte met de beste studiomuzikanten.

Iedereen was laaiend enthousiast over de songs en het eindresultaat, maar toen Sexsmith het album bij de grote labels probeerde te slijten, kreeg hij te horen: ‘Sorry, te alternatief.’ En toen hij daarna naar de kleinere indielabels ging was het oordeel: ‘Sorry, te mainstream.’

Uiteindelijk verkocht het album overigens nog redelijk goed, maar een wereldster is Sexsmith er niet mee geworden. Misschien is dat iets waar zijn fans meer mee zitten dan hij zelf. Uit zijn eigen woorden en uit zijn liedjes blijkt vooral dankbaarheid.

Ron Sexsmith strompelt, net als wij allen, voort in het leven

,,Ik voel me heel succesvol dat ik überhaupt een carrière heb”, heeft hij eens gezegd. ,,Het is nu eenmaal zo dat ik alleen een goede singer-songwriter ben als je toevallig van mijn liedjes houdt.”

Misschien is dat het wel, wat me zo aanspreekt: Ron Sexsmith strompelt, net als wij allen, voort in het leven en neemt het zoals het komt. Hij laat zijn identiteit niet bepalen door roem, successen of mislukkingen, maar door wat hij is – een liedjesmaker, die trouw is aan zijn muzikale idealen – en door de mensen die hem dierbaar zijn.

In zekere zin zingt Ron Sexsmith inderdaad steeds hetzelfde liedje, met als boodschap: ‘Je hoeft niet perfect te zijn, als je je best maar doet om het goede te doen. Meer zit er niet in.’ Zijn muziek maakt de gebrokenheid van het bestaan tastbaar. En door die gebrokenheid in liedjes te vatten, worden de wereld en onze levens voor even weer heel gemaakt. Dat is een grote troost, dezelfde als waar het laatste avondmaal naar vooruitwijst.

Dus die volgende albums komen er wel.

Meer horen of lezen?

Voor een groot interview met Sexsmith klik hier.

Voor een solo live-concert klik hier.

Mijn top drie

Omdat Ron Sexsmith geen slechte albums heeft gemaakt, is de keuze lastig. Bovendien veranderen voorkeuren soms. Zo draaide ik tijdens een vakantie in Italië, vier jaar geleden, heel vaak Other songs en sindsdien is dat mijn favoriete album. Eerder waren dat Retriever en Blue boy, en ook Cobblestone runway stond een tijdje op nummer 1.

Mijn huidige top 3:

1. Other songs (uit 1997)

2. Long player late bloomer (2011)

3. The last rider (2017)

The last rider, Sexsmith’s meest recente album dat enkele maanden geleden uitkwam, is het eerste dat hij met zijn vaste bandleden maakte. Vandaar dat de musici met wie hij al jaren tourt nu ook eens te zien zijn op het hoesje. Het is ook het eerste album dat hij zelf produceerde, samen met zijn drummer Don Kerr. Allemaal een kwestie van geld, volgens Sexsmith.

Hij had eigenlijk Martin Terefe als producer gewild, met wie hij in 2004 Retriever maakte, het album waar Sexsmith zelf het meest trots op is. De noodgedwongen keuzes pakken goed uit, want The last rider is zijn beste album in jaren. De inbreng van zijn vaste muzikanten resulteert in een wat breder bandgeluid en voegt een extra dimensie toe aan de liedjes, waarin Sex-smith qua sfeer nog wat meer dan anders tegen de westcoast-sound van de jaren zestig en zeventig aanleunt.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven