Over wat er brandt in hoofd en lijf

Als aanloop naar de uitreiking van de VSB Poëzieprijs trekken de genomineerde dichters door het land. Komende week doen ze Groningen aan. Donderdag bezochten ze alvast Utrecht.

Een gesprekje van tien minuten kan geen diepte-interview opleveren, dus zou je willen gaan voorlezen?”, vraagt Piet Piryns aan de Vlaamse dichter Charlotte Van den Broeck. ,,Nu? Hier? Alles?” reageert deze. ,,Ja”, zegt Piryns gedecideerd. Waarop Van den Broeck haar kuipstoeltje op het podium verlaat en naar de microfoon stapt. ,,Ik ben niet gewoon te doen wat anderen mij opdragen”, zegt ze nog. ,,Lees!!!” blaast Piryns.

Het is donderdagavond. We zitten met een man of honderd in een kerkzaal in de binnenstad van Utrecht waar een winterse variant van de fameuze Nacht van de Poëzie is belegd. Piryns is gevraagd als presentator/interviewer, net als Dichter des Vaderlands Ester Naomi Perquin. Behalve cabaretduo Yentl en De Boer en Van den Broeck treden Marije Langelaar, Joost Baars, Mieke van Zonneveld en Tonnus Oosterhoff op.

De vijf genoemde dichters zijn genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, in geld – 25.000 euro – de grootste prijs die een dichter voor een bundel kan krijgen. De laatste VSB Poëzieprijs, moeten we erbij zeggen, want de sponsor wil na de uitreiking op 25 januari meer collectief beleefde maatschappelijke doelen steunen. Het probleem van de poëzie in een notendop: het is een zo'n individueel beleefde kunstdiscipline dat het aan het zicht van de massa dreigt te ontsnappen.

Vraag: een avond naar poëzie luisteren, waarom wil een mens zoiets? Antwoord: je hoort nog eens wat. Je ziet nog eens wat. Je denkt nog eens wat. Je vraagt je nog eens wat af.

Bijvoorbeeld bij het horen van een regel als ‘Wie een reiziger wil zijn, weet zijn huid te gebruiken als opgooitent’. Voor de ene luisteraar is het klare taal, voor een ander gekkenpraat. Maar als die regel wordt uitgesproken door Charlotte Van den Broeck kan er iets wonderlijks in het hoofd gebeuren. Woorden beginnen een nieuw leven en veroorzaken een interne, strikt persoonlijke sensatie.

Die sensatie wordt in het geval van Van den Broeck nog eens aangewakkerd doordat ze uit haar hoofd voordraagt. Wat knap is, omdat haar teksten associatief en intuïtief zijn, geen logische volgorde kennen, laat staan een draad bevatten om aan vast te houden. ,,Het schrijven is een auditief proces, veel meer dan schriftelijk”, had ze tijdens het ondiepte-interview met Piryns gezegd.

Gedichten kunnen op duizend-en-een-manieren ontstaan. Bij Joost Baars ging het ongeveer als volgt. Na jaren te hebben gepubliceerd in verschillende tijdschriften besloot hij dat hij niet meer voor anderen, maar voor zichzelf moest schrijven. Want: ,,Als ik mijn ambitie volg, ga ik pleasen. Dan word ik behaagziek. Dan wordt het buitenkant in plaats van binnenkant.” Daarop begon Baars te praten tegen een plek tussen huizen waar alleen geluiden klinken, maar niemand iets terugzegt. Het leverde de bundel Binnenplaats op.

Schrijven van poëzie is vaak een kwestie van afdalen in jezelf en/of opgaan in de omgeving. Marije Langelaar deed dat aanvankelijk als beeldend kunstenaar. Beeldende kunst maken kwam vaak neer op het verzamelen van fysieke materialen, merkte ze. ,,Het is mooi in een woordloze wereld te leven, maar op een gegeven moment werd ik moe van het iedere keer naar de Praxis gaan, van het slepen met spullen. Toen ben ik gaan schrijven over wat er brandt in mijn hoofd en lijf.”

Tijdens het gesprek dat presentator Perquin probeert te hebben met Mieke van Zonneveld wordt duidelijk dat ook het ‘branden’ per persoon kan verschillen. Van Zonneveld, in 2013 met haar gedicht Nee winnaar van de Turing Prijs, leed aan acute promyelocyten leukemie en schreef daar ook over: ‘Ik repeteerde een herrijzenis/ en leerde twijfel in de kiem te smoren.// Ik dank mijn leven aan een reeks toevalligheden.’

Alvorens Van Zonneveld mag voordragen, wil Perquin weten wat de jongste genomineerde – 1989 – doet als ze later deze maand 25.000 euro mocht krijgen voor Leger, haar debuutbundel waarin het niet alleen over de dunne lijn tussen ziekte en gezondheid gaat, maar ook ook over die tussen liefde en eenzaamheid en tussen geloof en wanhoop. ,,Een gitaar kopen, met nylon snaren”, antwoordt Van Zonneveld.

Daarna loopt ze naar de microfoon en leest Zelfportret als klaproos: ‘Barsten in een slakkenhuis van calciumcarbonaat/ een sok op een bergtop, een handschoen op straat/ een bloem benoemd tot onkruid en dan resoluut gemaaid’.

De winnaar van de VSB Poëzieprijs wordt 25 januari bekendgemaakt. Zaterdag 20 januari treden Joost Baars, Tonnus Oosterhoff en Mieke van Zonneveld op in De Bovenkamer van Groningen, Noorderbinnensingel 14 in Groningen. Aanvang 20.30 uur. Toegang is gratis reserveren gewenst: kantoor@slaggroningen.nl.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.