Schuldige schilderijen in het #MeToo-tijdperk?

Een schilderij van John William Waterhouse moet een discussie op gang brengen over vrouwelijk naakt in de kunst. Andreas Blühm van het Groninger Museum en Harry Tupan van het Drents Museum geven een voorzet.

Ineens waren ze verdwenen, Hylas en de nimfen, een schilderij van John William Waterhouse waarop een man door zeven jonge blote vrouwen wordt ontvangen in een vijver. De Manchester Art Gallery had het naar eigen zeggen naar de kelder verbannen. Het kunstwerk uit 1896, dat na een storm van protest inmiddels weer op zaal hangt, zou de vrouw tot 'object' degraderen – iets wat discutabel genoemd kan worden.

Directeur Andreas Blühm van het Groninger Museum moet een beetje lachen om de actie van de Britten. ,,Soms heb je schilderijen op een tentoonstelling waarvan je denkt: ‘Laat ik ouders waarschuwen met een tekstbordje’. Dat heb ik bij dit schilderij niet. Dit is een braaf werkje dat ook te zien is geweest bij onze Waterhouse-tentoonstelling in 2008. Als je een discussie wilt voeren, zijn andere schilderijen misschien meer geschikt.”

Oude meesters

Het is volgens Blühm de vraag of er een discussie gevoerd moet worden over vrouwelijk naakt in de kunst. ,,In 1890 werd in het Duitse Keizerrijk een wet ingevoerd met een paragraaf over het voorkomen van onzedelijkheid in de kunst. Dat werd toen al belachelijk gemaakt door te stellen dat het niet van de tijd was. Dat gebeurde door te wijzen op oude meesters en fonteinen in de stad met naakte beelden.”

Kunst is vrij, wil Blühm maar zeggen. ,,Kunstenaars mogen, of moeten, net iets meer dan gewone mensen. Kunst kan inhoudelijk prikkelen. Kunst kan beeldvormend werken. Als dat niet gebeurt, wordt kunst saai. Ik denk dat kunstenaars grenzen eerder moeten verleggen, dan dat ze die grenzen moeten bevechten. Natuurlijk heb je algemene wettelijke bepalingen, bijvoorbeeld over pornografie en racisme, daar moet een kunstenaar zich aan houden. Een museum op zijn beurt kan hooguit een bezoeker waarschuwen. Wat vaak tuttig wordt gevonden.”

Chuck Close

Dat de Manchester Art Gallery met de Waterhouse-verbanning veel publiciteit genereert, lijkt verband te houden met de #MeToo-discussie en het aan de kaak stellen van seksueel wangedrag door mannen. Onlangs leidde dit in de Verenigde Staten tot het afblazen van een tentoonstelling in de National Gallery in Washington met werk van de kunstenaar Chuck Close. De fotorealistische schilder zou zich tegenover modellen hebben misdragen.

Momenteel is in het Drents Museum op de tentoonstelling The American Dream werk te zien van Close. ,,Een zelfportret. Er is volgens ons geen aanleiding om dat te verwijderen”, zegt museumdirecteur Harry Tupan. ,,Ik ken de aantijgingen tegen Close niet precies. Maar zelfs als er iets van waar is, is dat voor ons geen aanleiding om in te grijpen. Het is een schilderij dat wij laten zien omdat het volgens ons binnen een grotere context past.”

Het verleden censureren

Tupan stelt dat een museum terughoudend moet zijn bij het vellen van morele oordelen over afzonderlijke schilderijen. ,,Werk dat in het verleden is gemaakt, moet je proberen te bekijken door de bril van het verleden. Dat is zeer moeilijk. Het is niet de taak van een museum om het verleden te censureren. Daarnaast is en blijft een kunstenaar geestelijk eigenaar van een kunstwerk, ook als hij is overleden. Wij zullen nooit precies weten wat hij of zij met een werk heeft bedoeld."

Volgens Tupan komt het zelden voor dat zijn museum wordt aangesproken op het tonen van aanstootgevende kunst. ,,Jaren geleden hadden we hier 100.000 jaar sex,een tentoonstelling met onder meer de Venus van Willendorf. Dat beeldje stamt uit 25.000 voor Christus en laat de vrouw als vruchtbaarheid-symbool zien – dat kun je ook een object noemen. Die tentoonstelling is aan vijftien musea verkocht. Nooit een klacht over gekregen.”

Balthus

Naar aanleiding van commotie rond een vermeend pedoseksueel getint schilderij van de Pools-Franse schilder Balthus in het Metropolitan Museum in New York pleitte cultuurhistoricus Léon Hanssen in dagblad Trouw ervoor ‘onze kunstgeschiedenis op gezette tijden kritisch tegen het licht te houden’. Blühm zegt daar dit over: ,,Dan kent hij de kunstgeschiedenis niet. Kunsthistorici doen de laatste honderd jaar niet anders dan de kunst ter discussie stellen.”

Zowel Tupan als Blühm zijn voorstanders van discussies. Tupan: ,,Wij maken geen tentoonstellingen om tegen bezoekers te zeggen: Dit kan wel en dit kan niet. Wij willen laten zien wat er gaande is. Daarom tonen wij bijvoorbeeld de kunst van Femmy Otten en Rosa Loy.” Bluhm: ,,Een museum is een spiegel van de samenleving en draagt op die manier bij aan de meningsvorming. Wij hebben later dit jaar een tentoonstelling met werk van David LaChapelle. Dat laten zien is al een standpunt.”

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven