Veel galm en chaos in Martinikerk tijdens Dichters in de Prinsentuin

Wat op papier een interessant onderdeel leek van het jubilerende festival Dichters in de Prinsentuin, kwam in de praktijk neer op veel galm en chaos.

Al twintig jaar zijn de optredens van beginnende en gearriveerde dichters op het theeveld en in de loofgangen van de Prinsentuin in Groningen het beluisteren en bekijken waard. Juist daarom is het goed te onderzoeken of het grootste openlucht poëziefestival van de Benelux meer kan bieden dan poëzie in het soms wat natte struweel.

Zaterdag mocht dat in de Martinikerk, waar Prinsentuin-presentatrice Lisa Weeda een avond leidde rond vier tafelgasten: Sasja Jansen, Frank Keizer, Ted van Lieshout en Tjitske Jansen. De vier dichters waren gevraagd voor een gesprek over ontroering in poëzie en in het bijzonder in het werk van Rutger Kopland. De belangstelling voor het betaalde festivalonderdeel bleek zo groot, dat de organisatie besloot de kapel van de kerk te verruilen voor het schip.

Kopland

Was dat maar niet gebeurd, die plaatsverandering. Want door de zichtlijnen en vooral de slechte akoestiek in de Martinikerk bleef veel steken in goede bedoelingen. Bijna een kwart van het publiek besloot voortijdig af te haken. Ook als zij dat niet hadden gedaan, bijvoorbeeld omdat ze wel vooraan hadden kunnen zitten, waren ze nauwelijks iets wijzer geworden over de ontroerende werking in de poëzie van Rutger Kopland (1934-2012).

Welbeschouwd ging het slechts drie keer over Kopland, steeds kort en vluchtig. De eerste keer was toen twee acteurs fragmenten speelden uit de Kopland-theatervoorstelling die onder meer op Oerol en tijdens FestivalderAa te zien is geweest. Waarbij het wellicht aardig is te weten dat deze ‘voorstelling als een gedicht’ komend weekend in zijn geheel wordt gespeeld in Glimmen.

De tweede keer was na de valse start, toen een deel van het publiek opnieuw een plek had gezocht en tafelgast Sasja Jansen opnieuw mocht vertellen waarom zij niet zoveel met de ontroering van Kopland heeft: ,,Hij zoekt het meer in de weemoed van iets ouds dat hij verloren is, waarvan hij soms niet weet dat hij het verloren is – dat vindt hij terug in de poëzie. Voor mij bestaat ontroering meer uit radicaliteit in taal.”

De derde keer was toen de bruikbare Ted van Lieshout het gedicht Een tuin in de avond van Kopland besloot voor te dragen. ,,Ik zag het op YouTube. Wat mij ontroerde, was het breekbare van een oude man die voorleest in combinatie met het gedicht en dan vooral de slotregels: ‘Ik vertel dit omdat ik niet alleen wil zijn/ voordat ik het ben’.”

Gebrek aan regie

Dat het zo anders liep dan gehoopt, had niet alleen met het gebouw, maar ook met de gespreksleiding te maken. Waar de informele opstelling van Weeda op het theeveld nog goed had gewerkt, bleek dat in de kerk allerminst het geval. Haar gebrek aan regie en afkeer van sturende vragen ging ten koste van met name Tjitske Jansen en Frank Keizer en veroorzaakte vooral verwarring.

Dichters in de Prinsentuin gedijt vooralsnog beter buiten dan binnen. Anders gesteld: ook na twintig edities is er nog een wereld te winnen.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven