‘UNESCO-besluit biedt perspectief voor álle armenkoloniën’

De lichte teleurstelling over het UNESCO-besluit om de voormalige armenkoloniën (nog) niet op de Werelderfgoedlijst te zetten, heeft een etmaal later plaatsgemaakt voor hoop en nieuwe energie.

Dat blijkt uit reacties van mensen die direct of indirect bij het project betrokken zijn.

De UNESCO bepaalde zaterdag in Bahrein dat de nominatie van de Koloniën van Weldadigheid voor werelderfgoed beter moet worden onderbouwd. Het Werelderfgoedcomité bepaalt volgend jaar over toekenning van de beschermde status. UNESCO erkent dat de Koloniën van Weldadigheid Werelderfgoedwaardig zijn, maar vindt dat Nederland en België het nominatiedossier op een aantal punten moeten aanpassen.

‘Gevonden steun nu verzilveren’

Cees Bijl, gedeputeerde provincie Drenthe en voorzitter van de Stuurgroep Koloniën van Weldadigheid stelt dat veel landen overtuigd zijn van de unieke waarde van dit erfgoed. ,,Daarmee hebben we een belangrijke stap gezet. Er is begrip voor het hele verhaal van de vrije én onvrije Koloniën. Het is nu zaak om de gevonden steun te verzilveren.”

Oud-burgemeester Hans van der Laan van Noordenveld nam in 2003 het initiatief voor de aanvraag. Hij is tevreden over het UNESCO-besluit. ,,Je hoopt natuurlijk op meer, maar dit was second best’’, zegt hij. ,,De kans is nu zeer reëel dat over een jaar alle koloniën met de Werelderfgoedstatus beloond worden.’’

‘Bij de Waddenzee duurde het ook een aantal jaren’

Burgemeester Rikus Jager van de gemeente Westerveld heeft die hoop ook. ,,Er wacht een mooie herkansing, waarin we een aantal punten kunnen herstellen.’’ Volgens Jager is de grootste winst dat de Unesco de koloniën als één geheel zien: ,,De vrije én de onvrije gebieden. Die kunnen ook niet los van elkaar gezien worden.’’ Hij benadrukt dat de Waddenzee er ook een aantal jaren over gedaan heeft om de status te bemachtigen.

,,Dit besluit komt niet echt als een verrassing’’, doelt burgemeester Klaas Smid van de gemeente Noordenveld op het kritische advies van Icomos, het adviesbureau van de UNESCO. Dat orgaan zag geen heil in een status voor de gezamenlijke nominatie van Nederland en België: de koloniën in Drenthe (Frederiksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord en Veenhuizen), Overijssel (Ommerschans) en Vlaanderen (Wortel en Merksplas). ,,Dan heb ik nu een positief gevoel’’, zegt Smid. ,,Dit biedt perspectief.’’

‘Huiswerk te doen’

,,De nominatie heeft over een jaar een zeer grote kans van slagen’’, is zijn verwachting. ,,We hebben huiswerk te doen, maar het is geen onmogelijke opgave. De voortekenen zijn goed.’’

Bob Veldman, voorzitter van de Stichting Weldadig Oord in Wilhelminaoord, is blij dat de nominatie niet van tafel is. ,,Alleen dat is al van grote waarde’’, meent hij. ,,Vergelijk het maar met de uitreiking van de Oscars. Genomineerde films afficheren zich daar nog altijd mee, omdat de reikwijdte groot is.’’

‘We profiteren er nu al van’

Veldman hoopt dat het project over een jaar alsnog aan de Werelderfgoedlijst wordt toegevoegd. ,,Maar we profiteren er nu al van. Het hele proces genereert veel energie en enthousiasme bij gemeenten, ondernemers en inwoners. Dat hebben we al bereikt.’’

Herman Beerda, voorzitter van Veenhuizen Boeit, ziet ook genoeg perspectief: ,,We zullen het komende jaar het project als één geheel verder moeten versterken. De vrije en onvrije koloniën horen bij elkaar, ze vormen één geschiedenis.’’ Volgens Beerda gaat het niet alleen om de gebouwen in de koloniën, maar ook om het landschap. ,,Dat zullen we goed duidelijk moeten maken.’’

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.