De man die niet mag twijfelen

Henk Kosmeijer is waarnemend burgemeester van Tynaarlo wanneer bij de brand van scheepswerf Beuving in De Punt drie brandweermensen omkomen. Hier zijn verhaal.

Henk Kosmeijer fietst zo hard als hij kan. Zijn korte broek, die hij even daarvoor gehaast over zijn nog druipende zwembroek trok, raakt langzaam doorweekt. Het deert hem niet. De wethouder denkt aan wat hem deze warme voorjaarsdag plotseling te doen staat. Nu komt het erop aan. Nu moet hij alles goed doen.

Anderhalve kilometer is het, van openluchtzwembad Lemferdinge naar huis, naar de Hortensiaweg in Paterswolde.

Vijf minuten fietsen.

Normaal dan. Vandaag kan hij het in drie.

Wethouder Henk Kosmeijer kreeg de leiding over de brand. Foto: Hilbrand Dijkhuizen

Relaxte dag

Vrijdag 9 mei 2008 belooft 's ochtends toch echt een relaxte dag te worden. Kosmeijer heeft eerst een paar afspraken op het gemeentehuis van Tynaarlo in Vries, maar zijn agenda voor de middag is even leeg als de hemel onbewolkt. Het is zeker 25 graden. Na de lunch gooit de wethouder zijn zwembroek, een handdoek en zijn iPod in een tas. Op naar vrouw en zoon, die dan al uren in het zwembad liggen.

Nu kan het nog, denkt Kosmeijer terwijl hij op zijn gemak naar Lemferdinge fietst. Hij heeft net toegezegd de komende maanden de taken over te nemen van burgemeester Jan Rijpstra, die op het punt staat naar Zwitserland te emigreren. Dit zou zomaar eens zijn laatste vrije middag in lange tijd kunnen zijn.

Het is druk in het bad. Zwemmen komt er nauwelijks van. Dat geeft niet, op het gras in de zon liggen is toch het fijnst. Rond kwart over twee springt Kosmeijer het water even in. En dan opdrogen in de zon. Muziek aan. U2. The Stones. Heerlijk. De wethouder doet zijn ogen dicht en voelt hoe de waterdruppels op zijn lichaam langzaam verdampen.

Schaduw. Een koude rilling trekt over zijn nog natte huid. Verbaasd opent Kosmeijer zijn ogen. Hij kijkt omhoog en ziet hoe een donkergrijze wolk langzaam voor de zon kruipt. Wat is dit nu? De lucht was net nog strakblauw! Hij trekt de oordopjes uit zijn oren en hoort dan hoe er rondom hem wordt gesproken over een brand. Een grote brand. Snel grist hij om zich heen, op zoek naar zijn telefoon.

***

Kosmeijer staart naar het scherm van zijn mobieltje. Twee gemiste oproepen. Snel belt hij terug. Er is brand bij scheepswerf Beuving in De Punt, meldt het hoofd van de facilitaire dienst van de gemeente Tynaarlo. En, erger nog, er worden twee brandweermannen vermist.

De wethouder kijkt nog eens omhoog, en realiseert zich ineens waar die enorme wolk vandaan komt. Rook. De werf ligt immers nog geen vier kilometer verderop. Kosmeijer twijfelt geen moment. Het hoeft niet, dit is niet zijn taak, maar hij springt overeind. Hij wil iets doen. Ook als die twee brandweerlieden straks ongedeerd naar buiten komen lopen, wil Kosmeijer daar bij zijn.

Ogenblikkelijk grijpt hij zijn spullen bijeen. Hij roept nog snel iets naar zijn vrouw, die nog altijd ergens in het water dobbert. Wessel Beuving, de eigenaar van de scheepswerf, is een neef van haar. Want ja, zo gaat dat in een dorpsgemeenschap als Eelde-Paterswolde. Iedereen kent elkaar.

Eerst langs huis, denkt Kosmeijer terwijl hij naar zijn fiets sprint. Hier is hij goed in. Handelen als het moet. Automatisch ordenen de taken zich in de juiste volgorde in zijn hoofd. Fiets – Huis – Korte broek uit – Pak aan – Auto – Gemeentehuis. Nee, wacht, de snelste route van Paterswolde naar Vries voert langs De Punt en dus langs de brandende scheepswerf. Daar is alles nu vast afgezet. Dan maar om, via Bunne en de N386.

Uitgestorven

Hij rijdt te hard. Natuurlijk rijdt hij te hard. Dat doet hij zelfs als hij geen haast heeft. Vijfentwintig minuten na het verontrustende telefoontje bij het zwembad parkeert Kosmeijer zijn rookgrijze Rover 75 op zijn vaste plek in de parkeergarage onder het gemeentehuis in Vries. De lift brengt hem naar de tweede verdieping, waar hij in de zuidelijke vleugel aan het eind van de gang de collegekamer binnenstapt.

Het is drie uur op de vrijdag voor Pinksteren, het pand is vrijwel uitgestorven. Kosmeijer bespreekt met een voorlichter en de webmaster welke boodschap er op de website moet komen.

„Dit kan wel eens groot worden”, zegt hij.

Hij krijgt gelijk.

Tussen drie uur en kwart over drie worden bij de scheepswerf in De Punt drie lichamen geborgen. Direct daarna wordt de brand opgeschaald naar GRIP 3, het signaal dat er een incident of ramp gaande is die mogelijk grote delen van de inwoners van een gemeente raakt. Dit is het moment dat Kosmeijer als locoburgemeester officieel de leiding krijgt. Er wordt een crisisteam gevormd, met daarin vertegenwoordigers van onder meer brandweer, politie en de GGD.

Om vijf over half vier komt het team voor het eerst bijeen in de collegekamer, een statig vertrek met enorme ramen en een groot dakterras. Hier hoort Kosmeijer dat er niet twee maar drie brandweermannen vermist waren en dat ze de brand alle drie niet hebben overleefd. Raymond Soyer, Egbert Ubels en Anne Kregel. De wethouder kent ze oppervlakkig, van gezicht.

***

Ervaring met rampen heeft hij niet. Toch gaat het vanzelf. Het kost hem geen moeite om rustig te blijven. Dat moet de adrenaline zijn. Hij voelt het gebeuren. Alsof zijn emoties in zijn buik samen worden gedrukt. Uitgeschakeld. Van later zorg.

Bloemen om de drie omgekomen brandweermannen te herdenken. Foto: Kees van de Veen

In de uren die volgen stapelen de dilemma's zich op. Het is het lot van een bestuurder, weet Kosmeijer. Zonder ervaring sta je plotsklaps voor keuzes die enorme gevolgen hebben. Tijd om alles gedegen uit te zoeken is er niet. Advies vragen kan, maar uiteindelijk kijkt iedereen naar jou. Jij moet het doen. Knopen doorhakken. Beslissingen nemen.

Rond vier uur bespreekt Kosmeijer in een vergadering van het beleidsteam wie de getroffen families gaat vertellen dat hun man, vader of zoon niet meer leeft. Samen besluiten ze dat de plaatselijke brandweercommandant de gezinnen zal bezoeken. Zo wordt de boodschap tenminste verteld door een vertrouwd gezicht, denkt Kosmeijer, en niet door een wildvreemde.

Hij zal zich pas later realiseren hoeveel tijd die strategie vraagt.

Eerst krijgt hij al te horen dat er twee brandweermannen met de naam Anne Kregel zijn. Allebei komen ze uit Eelde en allebei zijn ze lid van het vrijwillige brandweerkorps. Je verzint het niet. Het is wel waar. En het kost tijd. Kostbare tijd.

Bovendien is het niet duidelijk waar de nabestaanden zijn. De vrouw van Egbert Ubels is met haar zoon naar een scoutingkamp bij Lauwersoog vertrokken, zo wordt gezegd. Pas later blijkt dat ze vanwege de brand thuis is gebleven. De vrouw van Anne Kregel zit mogelijk ergens in Eext of Exloo op een camping, melden de buren, maar niemand weet precies waar.

Dat Kosmeijer hier een fatale inschatting maakt, zal hij zich pas een dag later, op zaterdag, realiseren. Dan krijgt hij te horen dat twee van de gezinnen uren zaten te wachten en wachten. Niemand kwam.

Uiteindelijk zijn de familieleden maar vast naar dorpshuis 't Loughoes in Eelde gegaan, waar een bijeenkomst voor dorpsbewoners werd gehouden. Terwijl ze officieel nog altijd van niets wisten, werden ze bij binnenkomst gecondoleerd.

Journalisten

Rond kwart over vier, ruim twee uur na het begin van de brand, wordt het gemeentehuis overspoeld door journalisten. Wat is er gebeurd? Zijn er daadwerkelijk brandweermannen omgekomen? En wie dan? En hoe kan dat eigenlijk, zo'n enorme brand? En zitten er geen giftige stoffen in die rook?

En allemaal kijken ze naar Kosmeijer voor de antwoorden.

Maar Kosmeijer zegt niets. Nog niet. Eerst moet alles helemaal zeker zijn. Honderd procent. Het zit als een mantra in zijn hoofd. Twijfelen mag niet. De juiste volgorde is essentieel. Eerst zeker weten wie er zijn omgekomen, dan de getroffen families informeren en daarna pas een officiële bevestiging aan de rest van de wereld.

Maar de werkelijkheid wacht niet.

Terwijl Kosmeijer rond half vijf op het gemeentehuis hamert op terughoudendheid, rijden drie rouwauto's het terrein van scheepswerf Beuving op. Dorpsbewoners zien hoe drie kisten behoedzaam uit de auto's worden geschoven. Zeven brandweermannen waren in het begin bij de brand. Vier van hen hebben ondertussen allang naar huis gebeld. „Ik ben er nog”, zullen ze hebben gezegd.

Drie families krijgen dat telefoontje niet.

Waar Kosmeijer tijd wil om alles en alles uit te zoeken en te controleren, gaan de namen van de drie omgekomen brandweermannen in het dorp allang rond. Dorpsbewoners staan erbij, zien het gebeuren en praten elkaar bij. De wethouder realiseert zich hoe ver de gemeente achterloopt.

Hier kan hij niet tegenop. Niets zeggen is geen optie meer.

Om vijf uur stipt geeft Kosmeijer een persconferentie in de raadzaal van het gemeentehuis. Voor het oog van de camera's van NOS, RTL 4, SBS 6, RTV Drenthe en RTV Noord vertelt hij dat er drie brandweermannen zijn omgekomen. Namen noemt hij dan nog niet.

Kort erna belt Kosmeijer met Jan Rijpstra, die officieel de komende zes dagen nog burgemeester is en op het punt staat om in de auto te stappen en vanuit Zwitserland naar Vries te scheuren. Kosmeijer hoort hoe geschrokken Rijpstra is, denkt aan het drukke vakantieverkeer en haalt de man over te wachten. Als hij nu vertrekt, is hij toch pas na middernacht in Nederland. Dat heeft geen zin. Liever eerst een nacht goed slapen en dan zaterdag vroeg op pad.

Persconferentie

Vijf voor half acht. Nog vijf minuten tot de volgende persconferentie. Een spannend moment. De nabestaanden zijn ingelicht en Kosmeijer zal voor het eerst publiekelijk de namen van de drie omgekomen brandweermannen noemen. De journalisten hebben hun camera's al opgesteld in de raadzaal, klaar om de beelden rechtstreeks de wereld in te sturen.

Arjan Mengerink (politie), Fred Heerink (brandweer) en wethouder Henk Kosmeijer. Foto: Kees van de Veen

Met een briefje met aantekeningen in zijn hand loopt Kosmeijer vanaf de collegekamer langs het secretariaat, waar de secretaresse mapjes heeft neergelegd met informatie over de drie omgekomen mannen. Het zijn er vijf. Een voor Raymond Soyer. Een voor Egbert Ubels. En op drie mapjes prijkt de naam Anne Kregel.

Drie mapjes.

Niet twee.

Drie.

Vijf minuten voor de persconferentie staart Kosmeijer met grote ogen naar de stapel mapjes.

Drie? Zijn er dríe personen met dezelfde naam? „Hoe zeker is het dat ik zo de goede Anne Kregel doodverklaar?”

Kosmeijer kijkt in verwarring om zich heen.

Het raast in zijn hoofd.

Geen twijfel. Twijfelen mag niet.

Twijfelen kán niet.

„We zijn 99 procent zeker”, luidt het antwoord. Dat is dan 1 procent te weinig, oordeelt Kosmeijer ogenblikkelijk.

„Maar de uitzending is rechtstreeks”, roept iemand.

Jammer dan, vindt Kosmeijer. Hij stuurt een voorlichter naar de raadzaal om de journalisten te vertellen dat de persconferentie voorlopig is opgeschort. Terwijl die zich met die mededeling allesbehalve geliefd maakt, wordt twee verdiepingen hoger verwoed getelefoneerd. Het duurt een kwartier voordat Kosmeijer de zekerheid krijgt waar hij zo naarstig naar op zoek is. Rond kwart voor acht noemt hij de namen alsnog.

Crisisteam

Een uur later vraagt een van de journalisten of de gemeentelijke vlag halfstok kan, zodat hij er een shot van kan maken. Het ding wappert nog altijd fier voor het gemeentehuis. De bode heeft er geen zin in. Nog een kwartier, dan gaat de zon onder en moet hij de vlag strijken. Wat maken die vijftien minuten nu nog uit. Kom op zeg, alsof er op dit moment geen belangrijkere dingen te doen zijn. Kosmeijer hoort het aan en zet de bode aan het werk. „Geen gezeur, die vlag gaat nu omlaag.”

Om kwart over negen 's avonds zit Kosmeijer voor de zoveelste keer die dag in de collegekamer bijeen met het crisisteam. Net aangeschoven is Frans Schippers, het hoofd van het Begrafenis Bijstand Team van de brandweer. De man doet Kosmeijer een aanlokkelijk bod. Schippers kan alles overnemen. De zorg voor de nabestaanden, het regelen van herdenkingen met korpseer, alles.

Kosten: twee ton.

Bij Kosmeijer slaat de twijfel opnieuw toe.

Tweehonderdduizend euro. Zulke bedragen geeft hij doorgaans niet zonder overleg uit. Daar moet toch op zijn minst de gemeenteraad iets van vinden. Maar die tijd is er niet. Hij kijkt nog even snel naar de gemeentesecretaris en hakt de zoveelste knoop van de dag resoluut door. „Dit moeten we gewoon doen.”

Lege vlakte

Rond middernacht stapt Kosmeijer in de lift en drukt op de knop van de parkeergarage. Het zit erop. Voor nu. Morgen verder. Dan gaat hij bij de nabestaanden op bezoek. Hij stapt in zijn auto, rijdt de garage uit en over de oprijlaan voor het gemeentehuis en slaat dan rechtsaf. Bij de rotonde rijdt hij rechtdoor, de Groningerstraat in. De weg is nu immers weer vrij. Nog een kilometer of vier en dan zal hij scheepswerf Beuving zien. Voor het eerst vandaag.

Hij mindert vaart, werpt een blik naar rechts en ziet een kale lege vlakte. Hij rijdt door.

Zijn vrouw, dochter en zoon slapen al. Kosmeijer loopt wezenloos de woonkamer in. De stilte overvalt hem. Eerst maar eens de tuin in met een glas whisky en een sigaret. Buiten is het nog altijd warm.

Dan kruipt de wethouder achter zijn computer. Hij leest de nieuwsberichten over de brand. Hij stuit op Egbert's Brandweersite, de website van Egbert Ubels. Op de site staat een bericht van Nick, de zoon van Egbert.

's Morgens loop je met je vader door de Albert Heijn, je bent je boodschappen aan het doen en opeens gaat de pieper. Je dumpt je karretje bij een medewerker en je rent de AH uit. Je vader gaat naar de brand, en wij lopen naar onze oom. Om daar te wachten op je moeder. Je haalt het karretje op en gaat verder met je boodschappen. Eenmaal thuis bel je op dat je iets later komt op kamp. Je zet de tv aan en dan zie je: 3 brandweermensen vermist. Even later komen je Opa en Oma met het nieuws dat je vader er misschien één van is! Je zit dan te janken op de bank! En dan vertelt je oom die gebeld is en vertelt dat het ECHT je vader is, en omgekomen is. Je gaat dan weer op de bank zitten janken! Maar je kan het gewoon niet geloven dat het ECHT je vader is. Het is gewoon verschrikkelijk!

Zijn liefhebbende zoon,

Nick

***

Dan gebeurt het.

De man die niet mag twijfelen, die de hele dag rationeel en rustig bleef, begint genadeloos te huilen.

Zijn vrouw wordt wakker en stommelt naar beneden. Ze kijken elkaar aan. Hup, naar de tuin. Kosmeijer begint te praten. Nog een sigaret. Nog meer praten. Urenlang vertelt hij over zijn dag. Een voor een komen zijn twijfels eruit.

Pas rond een uur of vier 's nachts heeft hij geen woorden meer. De sigaretten zijn op, hij drinkt een laatste slok whisky uit zijn glas.

Slapen dan maar. Nog een paar uur, dan gaat de wekker.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.