Hoe vaak kun je een middeleeuwse burcht ontdekken?

Vreemd dat de Drentse bodemschatten nooit goed zijn onderzocht, vond een Leidse geleerde al in 1848. Ook nu blijft onderzoek naar de middeleeuwse forten bij Noordlaren uit. Voorlopig althans.

De provincie Drenthe leren kennen, dat was in 1847 het doel van conservator L.J.F. Janssen van het Museum van Oudheden in Leiden. ‘In oudheidkundig opzigt de merkwaardigste van geheel het vaderland’, schreef hij in zijn boek Drentsche Oudheden uit 1848. Wat hem verbaasde: ondanks de hunebedden, zelfs in het buitenland beroemd, waren de archeologische bodemschatten in Drenthe ‘nog geenszins voldoende onderzocht’.

Tijdens zijn zwerftocht over het Drentse land trof de conservator een bijzonder gebouw. Een waterburcht of schans, schreef hij, ten noorden van Noordlaren. Dicht houtgewas maakte een nauwkeurige beschrijving moeilijk, maar het bouwwerk bestond uit een ronde aardhoogte met rondom een wal en een gracht.

Annie Dikkema (74): leven met het mysterie van Noordlaren in je tuin
Lees verder

Het Bolwerk, noemden dorpelingen het bouwwerk. Tussen de dertiende en vijftiende eeuw oud, schatte hij. Het zou, schreef hij, wel eens kunnen gaan om kasteel Blankeweer, een militaire bolwerken dat de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim in het jaar 1400 liet aanleggen in zijn strijd tegen de Groningers.

Een vliegtuig boven het dorre landschap

Zomer 2018, het is al weken heet en droog. Een vliegtuig van Aerophoto Eelde vliegt boven het dorre Drentse landschap. Op de foto’s springen ze eruit: drie enorme cirkels te midden van het dorre groen, net ten noorden van Noordlaren. Het zijn de contouren van een burcht. Preciezer: het zijn de contouren van het Bolwerk, het bouwsel dat de Leidse conservator in 1847 aantrof. Normaal zijn de overblijfselen onzichtbaar, maar doordat de historische grachten meer water vasthouden dan het land er omheen, duiken ze in deze droge tijd plots op.

Bij de Rijksuniversiteit Groningen wordt archeoloog Diana Spiekhout bijzonder enthousiast van de luchtfoto’s. „Ze behoren tot de mooiste die ik ooit van zo’n bolwerk heb gezien”, zegt ze. En dat zegt wat, de promovenda bij het Kenniscentrum Landschap doet onderzoek naar middeleeuwse kastelen in Noordoost-Nederland en heeft heel wat foto’s voorbij zien komen.

Zonder archeologisch onderzoek is het niet met zekerheid te zeggen, aldus Spiekhout, maar die Leidse conservator die in 1847 het Drentse land doorkruiste, zou met zijn schatting wel eens goed kunnen hebben gezeten. „Het is aannemelijk dat het Bolwerk bij Noordlaren is gebouwd aan het begin van de vijftiende eeuw, tijdens de Utrechts-Groningse oorlog.”

De Utrecht-Groningse oorlog

De Utrecht-Groningse oorlog begon in het jaar 1400, in een tijd waarin de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim zijn macht in Nederland wilde uitbreiden. Steden als Zwolle, Deventer en Kampen werkten met de bisschop samen om zo de macht van de adel te beperken. Zo’n verbond wilde de bisschop ook graag met de machtige stad Groningen. De Groningers hadden geen zin in de inmenging vanuit Utrecht, ze wilden vrijheid en autonomie, waarop de bisschop hen de oorlog verklaarde.

De strategie van Frederik van Blankenheim: de wegen naar Groningen blokkeren zodat de stad was afgesloten van de buitenwereld. De bisschop legde een landweer aan, een verdedigingslinie bij Noordlaren van twee kilometer lang, bestaande uit wallen en grachten. Ook bouwde hij vijf bisschoppelijke kastelen, die hij bevolkte met soldaten uit onder meer Zwolle, Deventer en Kampen.

De Groningers kregen hulp van de Ommelanders, schrijft RUG-archeoloog Spiekhout in haar publicatie De Vijf van Frederik. Ze voorzagen de stad dagelijks van proviand en nieuw krijgsvolk. Omdat de bisschop de handelsroutes in het zuiden blokkeerden, sloot Groningen een verdrag met de bisschop van Münster. Met het Duitse bisdom kon Groningen ongehinderd zaken doen, de verbinding lag buiten het territorium van de bisschop van Utrecht. Na vijf jaar, in 1405, maakte een bestand een einde aan de Utrecht-Groningse oorlog. De twee partijen spraken af dat alle door de bisschop gebouwde kastelen en burchten zouden worden afgebroken.

Nog altijd is er weinig bekend

Opvallend: ook nu, 171 jaar na de Drentse zwerftocht van de Leidse conservator, is er nog altijd maar weinig bekend. De grote, mysterieuze cirkel op de luchtfoto’s is de plek van het Bolwerk, dat is volgens archeoloog Spiekhout wel duidelijk. Maar hoe zag het bouwwerk eruit? Wat was de functie. En gaat het, zoals de conservator in 1848 dacht, inderdaad om het kasteel Blankeweer van bisschop Frederik van Blankenheim?

Die vragen blijven ook nu onbeantwoord. Het zou goed om het kasteel kunnen gaan, denkt Spiekhout, maar zeker is het niet. Archeologisch onderzoek is nodig om dat te bepalen. En net als de Leidse conservator bijna twee eeuwen terug, verbaast ook Spiekhout zich erover dat zulk onderzoek nog altijd ontbreekt. „Om meer te weten, is nog veel onderzoek nodig.”

Het is lastig, weet ze, onderzoek doen naar zo’n plek. Ze hielp mee bij de archeologische opgravingen bij Hunenborg, een burcht in Overijssel. Toestemming regelen, geld regelen, er komt veel bij kijken. Bovendien, de diameter van de burcht bij Noordlaren is honderdveertig meter. „Dat graaf je zo niet even op.” Desondanks hoopt ze dat het onderzoek er alsnog komt. „De landweer verdient aandacht, het tracé is nog grotendeels intact en in de omgeving van Groningen zijn geen vergelijkbare structuren bekend.” Archeologisch veldwerk zou een belangrijke stap voorwaarts zijn, zegt ze. „Er valt nog veel te winnen.”

Droogte onthult middeleeuws kasteel bij Noordlaren
Lees verder
Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.