Klimaatdoelen: Druk op de ketel

Hoe gaat de noordelijke industrie korte metten maken met de CO2-uitstoot? Cas König en Frans Alting van de Industrietafel Noord-Nederland vertellen.

Vier maanden kwam lang kwam de Industrietafel Noord-Nederland om de twee weken bijeen. Voorzitter Cas König was dan een dag eerder bij de landelijke industrietafel geweest, die in het Klimaatakkoord moet aangeven hoe het bedrijfsleven de CO2-uitstoot tot 2030 met 14,3 ton beperkt.

,,Dan vertelde ik welke orders ik van het hoofdkantoor had meegekregen”, zegt hij gekscherend. Met 26 deelnemers was wat hem betreft het gezelschap groot genoeg. ,,Je wilt iedereen laten meepraten, ook voor het draagvlak.’’ Het grootste obstakel: de krappe periode van vier maanden waarbinnen de noordelijke tafel zijn werk moest doen. König: ,,De meest gehoorde klacht was dat er te weinig tijd was om voor sommige problemen goede oplossingen te bedenken.”

Desondanks is hij tevreden over het resultaat. König: ,,Je moet rekenen dat we hier te maken hebben met bedrijven waarvan het hoofdkantoor in het buitenland staat. Tot in Egypte en Saudie-Arabië aan toen. Daar moet heel wat worden uitgelegd, want daar zijn ze nog totaal onbekend met dit soort processen.”

Frans Alting

Hanzehogeschool en RUG

Voor de vervolgstappen staat er volgens de Seaports-directeur veel druk op de ketel. ,,In de chemische industrie heb je normaal gesproken om de zes jaar onderhoudstops. Dat betekent dat je tot 2030 twee keer de gelegenheid hebt de processen aan te passen. Dan praat je niet alleen over de uitvoering, maar ook over de hele engineering. Het gaat bovendien vaak over technologie die nog verder moet worden ontwikkeld. We zullen de Hanzehogeschool en de Rijksuniversiteit hard nodig hebben.”

,,Maar we hebben hier unieke kansen”, zegt Frans Alting, directeur van de Samenwerkende Bedrijven Eemdelta (SBE) en deelnemer aan het overleg. ,,De omstandigheden zijn enorm gunstig. We hebben een agrarisch achterland dat groene grondstoffen; groene energie die van de windparken in de Eemshaven aan land komt voor de industrie en de productie van waterstof, de chemieclusters in Delfzijl en Emmen, kennisinstellingen, twee havens en de aanwezigheid van het knooppunt van het aardgasnetwerk dat ook voor transport voor waterstof en andeer duurzame gassen kan worden gebruikt.”

Voor het reduceren van de CO2-uitstoot hanteert de Nederlandse industrie een achttal oplossingsrichtingen. Een aantal daarvan is in het bijzonder van belang voor de noordeljke industrie. Zo moet gas voor de productie van warmte in de chemie plaats maken voor groene elektriciteit. Het slim gebruik van biomassa is een andere pijler van de verduurzaming. Alting noet een voorbeeld: ,,Binnenkort wordt de fabriek van Avantium in Delfzijl geopend. Die maakt glucose uit groen afval dat het door Staatsbosbeheer krijgt aangeleverd. Als het is verwerkt, kunnen de resten worden gebruikt als biomassa voor de stook van de RWE-centrale in de Eemshaven.”

Cas König

Biomassacentrale

Die gaat wat het kabinet betreft net als de overige kolencentrales dicht, maar in de plannen van RWE en de industrietafel blijft ze bestaan als biomassacentrale. De uitstoot van de CO2 wordt dan afgevangen en afgevoerd naar methanolfabrikant BioMCN in Delfzijl chemiecluster. Alting: ,,Methanol maak je door samenvoeging van waterstof, die we hier willen gaan maken, en die CO2. Dan onttrek je dus CO2 aan de atmosfeer. Dat is groene CO2.”

Ook voor de nu nog gasgestookte Magum-centrale is een spilfunctie weggelegd. Eigenaar Nuon wil de centrale ombouwen voor de stook op waterstof en als ‘superbatterij’ voor de opslag van energie. Alting: ,,Als het niet waait, produceren de windparken geen elektriciteit. Die moet je dus kunnen opslaan wanneer er bij harde te veel eletriteit wordt aangeleverd.”

König: “Overigens moeten we ons realiseren dat binnen de chemie in onze regio ook veel producten worden gemaakt die ervoor zorgen dat zaken bijvoorbeeld langer mee gaan of lichter worden. Ook dat levert, weliswaar niet in de industrie zelf, maar bij de consument/lezer een enorme CO2-besparing.”

Concurrentiepositie

Alting en König garanderen geen succes. De tafelvoorziter: ,,Alles moet meezitten om de ambities te kunnen waarmaken: de techniek moet zich voldoende ontwikkelen, de aanvoer van groene stroom van windparken moet fors toenemen, de markt voor groene waterstof moet groeien, de bedrijven moeten meewerken, er moeten subsidies komen en de bedrijven moeten ook verduurzaamd hun internationale concurrentiepositie kunnen vasthouden. Er moet een businesscase zijn.”

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.