Over de impact van een inbraak: ‘De auto, het tapijt, alles was weg’

December is populair bij inbrekers, blijkt uit cijfers. En zo’n inbraak maakt vaak veel indruk, aldus de politie. Dagblad van het Noorden vroeg noorderlingen naar hun ervaringen. ‘Soms rij ik naar huis en denk ik: wat zal ik aantreffen?’

Het begon zo fijn, die vrijdagavond in januari van 2015. Kees en Willie Bijmolt uit Appingedam aten bij vrienden. Een mooie avond was het.

Tot het echtpaar naar huis ging.

Achter hun woning was het donker, de lantaarn brandde niet. Gek, dacht Kees Bijmolt. Hij stapte de bijkeuken in en zag een ravage. De inhoud van een kast lag verspreid over de vloer. Hij wist: dit zit niet goed.

Vrijdagavonden zijn populair bij inbrekers in Noord-Nederland, blijkt uit politiecijfers.

Overal liggen spullen

Bijmolt stormde de trap op. Halverwege de treden kreeg hij spijt. Wat als de dieven er nog zouden zijn?

Maar boven bleek het uitgestorven. Ook hier trof hij een bende, overal spullen op de grond.

„Als dit nog eens gebeurt, blijven we buiten”, zei hij later tegen zijn vrouw.

Zo troffen Willie en Kees Bijmolt hun slaapkamer aan.

De politie

De politie arriveerde na zeven minuten. „Mooi snel”, blikt Bijmolt terug. „De agenten stelden ons gerust. Jullie zijn er zelf gelukkig goed afgekomen, zeiden ze.”

De inbrekers bleken via de serre te zijn binnengekomen. „De buren hadden rond half negen een knal gehoord. Ze hebben de televisie nog even zacht gezet. Maar toen was er niets meer te horen, de dieven waren zo slim om maar één keer geluid te maken.”

Tussen de puinhopen zocht het stel naar wat miste. „De computer was weg. Ons zilver en goud ook. En de sieraden van de overleden moeder van mijn vrouw waren verdwenen.”

De politie vertrok en de twee begonnen op te ruimen. Een flinke klus. „Alles lag overhoop.”

Na de inbraak in januari kwam de politie nog een paar keer langs, vertelt Bijmolt. „Ze hielden ons op de hoogte. Dat was fijn.” De gestolen computer werd gevonden op de weg naar landgoed Ekestein, van de rest van de spullen en van de inbrekers ontbreekt het spoor nog altijd.

Tip: maak foto’s van je waardevolle bezittingen

Waren ze bang? „Nou, bang is zo’n dramatisch woord. Maar we hielden er wel rekening mee dat het nog eens zou kunnen gebeuren.”

De twee namen maatregelen. „Bij de deur hangt nu een lamp met een sensor. En als we weggaan laten we ook boven een lamp branden. En soms zetten we ook de radio aan.”

Maak foto’s van je waardevolle bezittingen, adviseert Bijmolt. „Een inboedelverzekering dekt sieraden doorgaans tot vijfduizend euro. Maar om geld te krijgen, moet je wel kunnen aantonen om wat voor sieraden het gaat. En de aankoopnota’s van de sieraden van mijn overleden schoonmoeder hadden we niet.”

Bijmolt vond oude foto’s waar de sieraden op te zien waren en kreeg hulp van de plaatselijke juwelier, waarna de claim werd gehonoreerd. „We hebben nieuwe sieraden gekocht en die direct goed op de foto gezet. Een kopie daarvan ligt nu in een brandwerende kluis.”

Buurtpreventie via WhatsApp

Toen er niet veel na de inbraak bij de familie Bijmolt ook werd ingebroken bij een huis in de buurt verenigden buurtbewoners zich in een WhatsApp-groep. Bij verdachte situaties sturen ze elkaar een bericht. „Van de 56 woningen in de Hoflanden doen er 40 mee”, vertelt Bijmolt.

En met succes: toen twee mannen zich verdacht op straat ophielden, gingen meerdere buren op pad. De een met z’n hond, een ander met een schep. De politie werd gebeld en hield de mannen aan.

Lees ook: Bert Naber en zijn buurman speuren 's nachts naar inbrekers in Westerbork.

Het helpt, al die aanpassingen om een nieuwe inbraak te voorkomen, aldus Bijmolt. „We hebben er nu niet zoveel last meer van. Het slijt. Maar toch, soms rij ik naar huis en denk ik ineens: wat zal ik aantreffen?”

De auto, het tapijt, alles was weg

Dat Bijmolt af en toe nog aan de inbraak denkt, verbaast Henny van den Born uit Paterswolde niet. Bij het ChristenUnie-raadslid werd in 1992 ingebroken, niet in Drenthe maar in Mozambique, en nog elke ochtend checkt hij of de deuren nog intact zijn.

„Het is 25 jaar geleden en toch doe ik dat nog”, vertelt hij.

Henny van den Born, raadslid van de ChristenUnie in Tynaarlo.

Met zijn gezin woonde Van den Born begin jaren negentig in Mozambique, waar hij werkte bij vluchtelingenorganisatie ZOA. „Op een ochtend kwam ik beneden en zag ik dat de deur open stond. De auto was weg. De computers waren weg. Het tapijt was weg. De ijskast stond open, ook het bier en de garnalen waren weg. Zelfs de tassen van de kinderen stonden er niet meer.”

Van den Born, zijn vrouw en hun twee jonge kinderen hadden niets gemerkt. Twee weken later volgde een tweede inbraak. Dezelfde daders, denkt hij. „Dit keer kwamen ze voor de bovenverdieping.” De laptop die hij na die eerste inbraak kocht? Verdwenen.

Het gezin verhuisde daarop naar een huis op een compound met hek en bewaking. „Toen we terugkeerden naar Nederland dacht ik dat we een bijzonder verhaal te vertellen hadden. Maar nee, het bleek dat het hier ook geregeld gebeurt.”

Het idee dat vreemden in je huis waren, is het ergst, zegt Van den Born. „Dat is erger dan spullen kwijtraken. Vroeger snapte ik niet dat de tien geboden zowel doodslaan als stelen verbieden. Horen die nu echt in hetzelfde rijtje, vroeg ik me af. Nu snap ik dat beter. Een inbraak is veel ingrijpender dan ik dacht.”

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven