De laatste uren van visserijschip Frisia: Collega-schipper waarschuwde, 'vaar andere route!'

Een snijdende wind uit het noordoosten, een temperatuur van 2 graden Celsius. De omstandigheden zijn bar. Kies een andere koers, waarschuwt een schipper via de marifoon.

Schipper Jan Tuin van de Frisia vaart door, hij wil zijn schelpen volgens afspraak lossen. Een reconstructie van de laatste dagen en uren van de Frisia.

Woensdag 8 december 2010

Schelpenzuiger Frisia vaart vanuit Zoutkamp naar de Gronden van Stortemelk ten noorden van Terschelling. Aan boord zijn schipper Jan Tuin, stuurman Jannes Lap en matroos Steven van den Broek. Het schip gaat schelpen zuigen, die worden gebruikt voor isolatiemateriaal of het verharden van voet- en fietspaden.

Donderdag 9 december

Om 2.17 uur meldt schipper Tuin via de marifoon aan de verkeersleider van de Brandaris op Terschelling dat hij begint met het opzuigen van schelpen. ’s Middags lost de Frisia in Harlingen twee bergen schelpen.

Op beelden van een camera in de haven is te zien dat de buis waarmee de schelpen worden opgezogen niet goed is opgehesen. Dat lukte niet meer vanwege een technisch defect. Het blijkt later een van de vele defecten aan het schip.

Maandag 13 december

Rond 9.30 uur vertrekt het schip leeg vanuit Harlingen om meer schelpen op te halen. De bemanning van schelpenzuiger Waddenzee fotografeert de Frisia wanneer de schepen elkaar passeren op zee. Het blijkt later het allerlaatste beeld van de Frisia in volle glorie.

Om 13.25 uur meldt de Frisiaschipper via de marifoon bij de Brandaris dat ze weer beginnen met schelpen zuigen. Ruim zes uur later, om 20.41 uur, laat hij weten dat ze vol zijn en koers zetten naar Lauwersoog. Hij vraagt hoe hoog de golven zijn op die noordelijke route. Anderhalve meter.

Een collega-schipper hoort het gesprek via de radio. Hij waarschuwt Jan Tuin dat het onverstandig is naar Lauwersoog te varen, gezien de weersomstandigheden. Maar de Frisiaschipper zet door. Hij wil zich houden aan de afspraak met de rederij om de schelpen de volgende morgen te lossen in Lauwersoog. Het schip duwt zich door de golven en krijgt veel buiswater over het dek.

De laatste route van schelpenzuiger Frisia
 

Dinsdag 14 december

De Frisia is in nood. Het schip komt amper vooruit. Om 3.45 uur maakt het een zwaai over stuurboord, waarna het recht op de kust af koerst. De schipper wil schuilen voor de hoge golven en harde wind bij het Westgat, een gebied tussen Terschelling en Ameland.  Een half uur later vraagt hij aan de Brandaris of hij ‘assistentie en een pomp’ kan krijgen, om het water uit het ruim lozen.

 

Hieronder volgen fragmenten van het marifoonverkeer tussen de schipper van het in nood verkerende visserijschip HA38 (in het blauw) en verkeerscentrale Brandaris (groen).

Brandaris, de Harlingen 38, over

'38, Brandaris, over'

Goed...nou ja goedemorgen is het dus niet...we hebben vreselijk veel water in de bak gekregen tijdens het stomen. Dus we komen steeds dieper te liggen en ik wou graag assistentie...misschien een pomp om het water uit de bak te krijgen...

(...)

 

Rederij Noordgat stuift binnen tien minuten met de razendsnelle boot Hurricane de haven van West-Terschelling uit met aan boord een pomp. Hij zal 40 minuten nodig hebben om de Frisia te bereiken.

‘Duurt het nog lang die pomp?’, vraagt de gespannen schipper om 4.23 uur. Hij maant iedereen tot spoed, want ‘ik ben bang dat-ie zinkt’.

 

Brandaris, hier de Harlingen 38, over...

'38, Brandaris, zeg het maar'

‘Is er al iemand onderweg, want het gaat nu wel heel vlug, over

'Ja, de boel wordt opgestart, ze komen je kant uit'

 ‘Oké, want ik ben bang dat-ie zinkt. De bak zit vol en het kan nooit meer lang duren. Er gaat nu ook een alarm af, dus ik denk dat de machinekamer ook vol loopt, over

(...)

 

Niet alleen de laadruimte staat vol water, het stroomt ook de machinekamer in. Sturen lukt niet meer. Twee van de drie opvarenden hijsen zich in een overlevingspak, de derde past er niet in. De reddingsvlotten liggen nog achterop het schip.

De golven zijn tussen 1,5 en 3,5 meter hoog. De watertemperatuur is 5 graden Celsius, de luchttemperatuur 2 graden. Er staat een krachtige wind, 5 tot 6 uit het noordoosten: de gevoelstemperatuur is 4 graden onder nul.

 

'Harlingen 38, de Brandaris'

Harlingen 38, over

'Vraag van het Kustwachtcentrum: of jullie ook overlevingspakken aan bord hebben... Mocht het vlugger gaan'

Twee van ons hebben die al aan, maar de derde komt er niet in. De derde past er niet in. Die heeft een zwemvest nu om. De bak zit vol en het kan nu niet lang meer duren...

Daarna blijft het stil.

 

Geen radiocontact

Vanaf 4.30 uur is er geen radiocontact meer met de Frisia, ondanks herhaalde oproepen van het Kustwachtcentrum en de Brandaris.

Vlakbij ligt het schip de Ostsee. Het laat zijn laadruim vol lopen om dieper te liggen om de drenkelingen makkelijker uit water te kunnen halen. Om 4.50 uur arriveert de Ostsee bij de Frisia. Het schip ligt ondersteboven in het water.

Via de marifoon meldt de Ostseeschipper: ‘Eentje met overlevingspak hebben we nu langszij en nog eentje zonder iets die drijft nog in het water en we weten niet precies de status’. De Brandaris vraagt naar de derde opvarende: ,,Nummer drie, heb je nog niet visueel?” ,,Nee.” ,,Begrepen.’’

Een reddingsvaartuig van het KNRM bij de gezonken Schelpenzuiger Frisia, HA38. Op de foto zijn ook de twee geactiveerde lege reddingsvlotten van de Frisia te zien. Foto: Onderzoeksraad/KLPD
 

Drenkelingen zichtbaar

Vanaf de Ostsee zijn twee drenkelingen wel zichtbaar. Eén draagt een overlevingspak, het is de schipper van de Frisia. Hij houdt de stuurman vast, die geen pak aan heeft. De schipper verliest het bewustzijn voordat hij een toegeworpen touw kan grijpen.

Met een pikhaak wordt hij aan boord gehesen. De stuurman verdwijnt uit het zicht van de redders in het duister en de golven. De schipper wordt aan boord van de Ostsee gereanimeerd. Hij sterft later in het ziekenhuis.

Woensdag 15 december

Het lichaam van de stuurman spoelt aan op Terschelling.

Vrijdag 17 december

Het lichaam van de matroos wordt gevonden door een duiker vlak voordat het wrak met een grote kraan overeind wordt gezet in de haven van Harlingen. Bij het plotselinge kapseizen is hij verstrikt geraakt in de touwen en met het schip mee onder water getrokken.

Het schip wordt in de haven van Harlingen overeind gezet. Foto: Jannette van der Ploeg
 

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven