Expeditieblog (12): Vleugel

Dagblad van het Noorden is mee op de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit. Expeditieschip de Ortelius vertrok 19 augustus vanaf Longyearbyen op Spitsbergen. Verslaggever Maaike Borst stapte aan boord om de wetenschappers te volgen in hun zoektocht naar menselijke invloed in de verlaten wildernis.

Maarten Loonen heeft een vleugel van een brandgans in zijn hand. Hij spreidt hem uit en klapt hem weer in als een waaier. Aan de botjes zit nog wat bloed. Een van de botten in doormidden gebeten. ,,Zo weet je dat een poolvos hem te pakken heeft gekregen'', zegt Loonen.

Aan de staartpennen ziet hij ook dat het een vogel in de rui was, en dat hij nog niet op alle veren witte puntjes hebben betekent dat het een jonge brandgans was die zijn eerste jaar niet heeft overleefd.

Afscheid

We lopen over de toendra, voor de laatste keer. Het is weer een prachtige plek, onder een vogelklif waar duizenden drieteenmeeuwen cirkelen. We kijken uit over een baai in de Hornsund, een spectaculair fjord met grote gletsjers en ruige bergtoppen aan de westkant van Spitsbergen. Voor ons scharrelen expeditieleden, sommige wetenschappers nemen nog monsters – die pakken wat ze pakken kunnen – maar de meesten nemen al slenterend afscheid van het landschap.

Door al die wetenschappers die ons en elkaar zo veel hebben vertelt en geleerd, is het een gedetailleerd afscheid. Dag korstmos, dag springstaart, dag ijswig, dag kleine jager – jij parasitaire rotzak – dag steenbreek, dag kleine rietgans, dag algen, dag zeehond, dag virussen, dag lepelblad, dag permafrost, dag drieteenmeeuw (duizend keer), dag rendierspoor, dag polygoon, dag vossenkaak, dag ganzenkeutel, dag gasteromyceten.

Brandgans

Loonen, de dromer die deze expeditie mogelijk heeft gemaakt, is gelukkig. Dat was hij al, en die vleugel van de brandgans – ‘mijn gansjes' – is een extraatje. ,,Moet je voelen hoe zacht'', zegt hij met zijn Brabantse tongval. Hij streelt over de vleugels van het vandaag nog overleden dier. ,,Die vos moet hier ergens zitten.''

Het is afgelopen. Dit is het laatste uitje. Ko de Korte, zeevogelbioloog en een van de overwinteraars uit de jaren zestig ligt plat op zijn buik te kijken naar de meeuwen. Dit is zijn terrein. De gletsjers in de Hornsund, weet hij nog uit 1966, lagen honderden meters verder naar voren. In die tijd stak je zo over.

Gast

Ik voel me na negen dagen nog net zo te gast als aan het begin van de reis. Dit land is niet voor mensen, bij elke stap die we hier zetten staan bewakers op de uitkijk, geweren over de schouders en altijd alert. Ik ben hier niet vrij. Gelukkig maar, want dat betekent dat de ijsbeer nog leeft en heerst.

Over de kwetsbaarheid van het gebied is de afgelopen dagen veel gezegd. Tegelijkertijd is er dat enorme aanpassingsvermogen van de natuur, de meest bizarre en wonderlijke processen die mensen nooit zouden kunnen bedenken maar waar de wetenschappers, zij die vastbesloten hun leven lang de kleinste details uitdiepen, steeds weer op stuiten.

Overboord

De poolvos laat zich niet zien. Die weet wel beter. Met tegenzin lopen we weer naar de zodiaks, we moeten terug. Aan boord van het schip, op weg naar de haven. De meertjesman neemt stiekem nog een monster, ik blijf zo lang mogelijk zitten in de zon.

In de zodiak heeft Loonen de ganzenvleugel nog steeds in zijn hand. Alsof het een knuffelbeest is. Hij spreidt hem weer uit, laat zijn buurman nog een keer voelen, vertelt weer over de vos. Dan, vlak voordat we al stuiterend over de golven het schip hebben bereikt, gooit hij hem overboord. Het is mooi geweest.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven