Expeditieblog (2): Dertien minuten

Dagblad van het Noorden gaat mee op de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit. Expeditieschip de Ortelius vertrekt 19 augustus vanaf Longyearbyen op Spitsbergen. Verslaggever Maaike Borst stapt aan boord van de Ortelius om de wetenschappers te volgen in hun zoektocht naar menselijke invloed in de verlaten wildernis.

Pas op!

Mijn tentje is blauw met grijs en heeft felgroene scheerlijnen. Dat had de campingbaas me van tevoren al gemaild. De camping ligt aan mijn voeten, aan de baai van Longyearbyen, met een strand vol stenen en aan de overkant kale bergen.

Ik ben net de terminal van het vliegveld uitgestapt. Voor me staat een waarschuwingsbord: in de roodomrande driehoek staat een plaatje van een ijsbeer. Pas op! Tussen de bagage op de lopende band stond al een indrukwekkend opgezet exemplaar.

Welkom op Spitsbergen.

Geen ongerept paradijs

We zakten door het wolkendek en ineens was het daar. Een sprookjesachtig poollandschap. Donkergrijze pieken staken uit boven een deken van sneeuw. Spitse pieken met witte strepen waren het. De naamgevers van het eiland.

In de tien minuten die we verder daalden veranderde het landschap. De sneeuwdeken verdween en mosgroene valleien kwamen tevoorschijn, waar zelfs water in stroomde. Op de bergen verschenen gletsjers. Heel veel gletsjers.

De eerste huizen kwamen pas in zicht toen het vliegtuig al bijna was geland. Bij die huizen stond een grote kraan, en de grond eromheen was zwart. Wie denkt dat Spitsbergen een volledig ongerept paradijs is komt bedrogen uit, zo waarschuwde mijn reisgidsje al. Bij Longyearbyen zijn bijvoorbeeld kolenmijnen. En dat zie je.

‘Welcome @ camping’

De camping ligt naast het vliegveld. Vijftig meter naar beneden lopen en je bent er. Ik zie de tenten in het steenlandschap staan, voel hoeveel kouder het hier is dan op het Noorse vasteland en slik. Was het wel echt zo’n goed idee, kamperen op Spitsbergen?

Ik ben in ieder geval niet de enige. Mijn gereserveerde tentje staat tussen een hele verzameling koepeltentjes. Er hangt een kaartje aan: ‘Welcome @ camping, Maaike Borst’. Ik krijg het al iets warmer, zeker als ik de gerieflijke verblijfsruimte ontdek en de eerste blauwe jas van de SEES-expeditie spot.

Van de camping naar het stadje Longyearbyen is het een half uur lopen. Ik zie mannen met mutsen lopen, volg de expeditie-adviezen op en trek voor de zekerheid een thermische maillot onder mijn broek aan. Ik zet de pas erin en een kwartier heb ik het snikheet.

Volledig beschut

‘Uit dat ding!’, denk ik als ik aankom, maar twijfel toch even: zal het vanavond op de terugweg niet veel kouder zijn? Nee natuurlijk niet, realiseer ik me dan – net zomin als ik die zaklamp nodig heb voor de camping.

De zon gaat hier vandaag pas om 0.54 uur onder.

En komt om 01.07 uur alweer op.

Zwetend van de wandeling heb ik inmiddels volledig vertrouwen gekregen in de beschutting van mijn blauwgrijze tentje met zijn felgroene scheerlijnen. Nu maar hopen dat dertien minuten slaap genoeg is.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven