Expeditieblog (8): Grijs

Dagblad van het Noorden is mee op de grootste Nederlandse poolexpeditie ooit. Expeditieschip de Ortelius vertrok 19 augustus vanaf Longyearbyen op Spitsbergen. Verslaggever Maaike Borst stapte aan boord om de wetenschappers te volgen in hun zoektocht naar menselijke invloed in de verlaten wildernis

Koude vingers

Stientje van Veldhoven van D66 heeft warmhoudzakjes waar je in je handschoenen je vingers tegenaan kunt duwen. Ik mocht er een lenen. Geweldige dingen.

We stonden aan de rand van een bergmeer waarvan we de overkant niet konden zien. Het was mistig. Het grijze meer golfde, want het waaide ook stevig. Het regende nauwelijks, maar zonder dat ik het in de gaten had waren mijn handschoenen toch nat geworden van de vochtige lucht.

Het was koud. De zon van de afgelopen dagen heeft ons verlaten.

Grijs

’s Ochtends had ik mijn zoontje nog aan de telefoon gehad die bij een graadje of 25 op de camping Ice Age speelde en vertelde dat zijn beste vriendinnetje verliefd op hem was.

Nu was alles grijs. Het meer, de lucht, de stenen. Aan de waterkant nam een bioloog monsters van het water om te kijken naar het minuscule leven, zoals watervlooien, dat erin zat. Heel weinig, zo bleek. De bioloog keek naar het doodse water, glimlachte en zei: dat had ik al verwacht.

Springstaarten, mos en vlooien

Verderop zat een jonge bioloog stenen om te draaien. Hij had een plastic buisje in zijn mond waarmee hij springstaarten ving. Hij zoog ze een stukje op, die kleine zwarte insectjes, en stopte ze in een doorzichtig buisje. Springstaarten, vertelde hij, leven al 400 miljoen jaar op aarde en zijn belangrijk voor de bodemecologie. Ze eten schimmels, zijn voer voor roofmijten en spinnen en spelen een grote rol in de reproductie van mossen.

De toendra van Spitsbergen staat vol met mossen, in allerlei tinten. De mossenonderzoekers waren vandaag beneden gebleven om daar hun monsters te nemen. Ze hadden een goede dag. Hier op de noordpunt van het eiland Barentsøya, waar we naartoe zijn uitgeweken omdat er elders te veel ijs lag, is maar heel weinig onderzoek gedaan naar mossen.

De bioloog van de watervlooien verzamelde ook sieralgen voor een collega, hij krabde met zijn nagel in het glibberige laagje op de stenen die in het water lagen. Als je ze onder de microscoop legt, zei hij, zie je de meest schitterende vormen.

Bomen

Uiteindelijk had zelfs onze doorgewinterde gids het koud – geen warmhoudzakjes - dus we daalden af naar de kust, waar we nog een stukje omliepen om verse ganzenpoep te verzamelen. We staken stukken van de toendra over die zo zompig waren als een moeras. Onze laarzen zakten diep weg.

Toch is die vlakke toendra in werkelijkheid voor een groot deel begroeid met bomen. De poolwilg met name: een boom die horizontaal groeit en niet veel hoger wordt dan een paar centimeter. In deze tijd van het jaar kleurt hij al geel.

Die poolwilg is voer voor grappen, over boswandelingen en erin klimmen als er een ijsbeer aankomt bijvoorbeeld. In Longyearbyen werd de eerste al gemaakt. Je zal er maar wonen, zei iemand, in zo’n grauwe nederzetting waar de zon zich ‘s winters maandenlang niet laat zien, met niet eens een fatsoenlijke boom om je aan op te hangen.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven