Hulpverleners bang: politie doet niks met meldingen

Medewerkers van Jeugdbescherming Noord-Nederland voelen zich in de steek gelaten door de politie: meldingen over doodsbedreigingen worden genegeerd.

Een van de medewerksters sprak woensdag in de rechtszaal als slachtoffer. Ze vertelde aan de rechters dat ze zich als professioneel hulpverlener niet veilig voelt, niet op kantoor, niet op straat en ook niet thuis. ,,Ik heb een leven waarin ik achterom moet kijken. Ik ben hulpverlener. Al langer dan en jaar geef ik aan dat in me niet veilig voel. Maar de politie laat meldingen links liggen. Ik voel me in de steek gelaten door de politie.’’

Aangifte

De hulpverleenster deed uiteindelijk aangifte tegen een 38-jarige man uit Oude Pekela. Hij stond terecht in verband met de bedreigingen aan het adres van medewerkers van Jeugdbescherming Noord-Nederland.

De man mag zijn kind niet zien. Hij is vorig jaar tot honderd dagen celstraf veroordeeld wegens het stalken van zijn ex. Naast die straf kreeg hij 180 dagen voorwaardelijke celstraf opgelegd, als waarschuwing. De verdachte heeft een fors strafblad, met veel geweldsdelicten.

Driftkikkertje

De man uitte, nadat hij zijn straf had uitgezeten, voortdurend doodsbedreigingen, ook per e-mail aan medewerkers van de hulpverleningsinstelling. Dom, erkende hij. Maar ook in de rechtszaal kostte het hem moeite zich te beheersen. ,,Zonder medicijnen ben ik een beetje een driftkikkertje.’’

In de rechtszaal noemde hij de hulpverleenster een leugenaar. Ook was hij niet gecharmeerd van de officier van justitie: ,,Die begrijpt er niks van.’’

Korrel zout

Volgens advocaat Cees Eenhoorn heeft zijn cliënt geen kwade bedoelingen, maar reageert hij nogal heftig. ,,Dat zit in hem. Hij heeft zichzelf ook niet gemaakt.’’ Volgens Eenhoorn moeten de bedreigingen met een korrel zout worden genomen. ,,Er zijn ook geen slachtoffers gevallen.’’

Voor de bedreigingen eiste officier van justitie Henk Mous drie weken celstraf. Hij ging niet in op de kritiek van de vrouw op de politie. Wel zei hij: ,,Bij de jeugdbescherming werken de mensen naar eer en geweten. En dan worden ze bedreigd op een manier waar de honden geen brood van lusten. Ik reken dat de verdachte zwaar aan.’’

Contactverbod

Naast drie weken cel eiste de aanklager dat de man een deel van de straf die vorig jaar voorwaardelijk werd opgelegd, alsnog moet uitzitten: 40 van de 180 dagen. Ook wil hij een contactverbod met instellingen die bezig zijn met de belangen van zijn kind. Per overtreding: twee weken celstraf.

De verdachte tegen de rechters: ,,Geef me maar de volle 180 dagen. Dan ben ik er vanaf.”

De rechtbank doet over twee weken uitspraak.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.