OM: Muntendammer moet de cel in en wietwinst inleveren

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft een jaar celstraf (helft voorwaardelijk) geëist tegen een 51-jarige ondernemer uit Muntendam wegens hennepteelt. Ook moet er worden afgerekend: 470.000 euro.

Dat bedrag zou hij met de hennephandel in 2014 en 2015 hebben verdiend.

Uit berekeningen van de politie zou blijken dat de man een winst boekte van 1,6 miljoen euro. Het Openbaar Ministerie houdt er - anders dan de politie - rekening mee dat de verdachte niet alleen heeft gehandeld en dat de ‘buit’ moest worden verdeeld met anderen. Vandaar de fors lagere vordering.

'Je leest weleens wat in de krant'

De berekeningen van de winst zijn gebaseerd op handgeschreven briefjes die in de woning en in de auto van de verdachte zijn aangetroffen. De verdachte ontkent zijn betrokkenheid bij de drugshandel. De gevonden berekeningen zijn volgens hem fictieve berekeningen. Tegen de rechters: ,,Je leest weleens wat in de krant over wat je met hennepteelt kunt verdienen. Ik maakte dan berekeningen.’’

Dit laatste verklaarde de verdachte in maart. De strafzaak werd toen niet afgerond omdat het strafdossier niet compleet was. De officier van justitie reageerde dinsdag op de verklaring dat het om fictieve berekeningen gaat: ,,Volstrekt ongeloofwaardig.’’ Volgens de officier van justitie is het aan de verdachte om aannemelijk te maken dat ,,onverklaarbare inkomsten van de verdachte geen drugsgeld is’’.

Geen topje hennep

De verdachte verhuurde bedrijfsruimte, onder meer in Nieuwe Pekela. In een pand van de verdachte is hennepafval aangetroffen en er lagen spullen die te maken hebben met hennepteelt. Volgens de verdachte is het materiaal van een vertrokken huurder. Dat stelt ook de advocaat: bewijzen dat de verdachte hennep heeft geteeld zijn er niet. ,,Er is geen topje hennep aangetroffen.''

De officier van justitie hield bij de strafeis rekening met het feit dat in de woning van de ondernemer een schietklaar wapen is gevonden. Hij had het wapen, luidde zijn verklaring, om zich in noodgevallen te kunnen verdedigen.

Lagere strafeis vanwege tijdsverloop

De verdachte werd al in 2015 aangehouden. ,,Was de strafzaak sneller afgehandeld, dan had ik vijftien maanden celstraf geëist’’, zei de officier van justitie. Omdat het om een oude zaak gaat, kan worden volstaan met een lagere strafeis, vindt de aanklager. Volgens de officier van justitie heeft het financiële onderzoek veel tijd gekost en is er veel tijd verstreken omdat is geprobeerd een schikking met de verdachte te treffen. Tot slot krijgen strafzaken met slachtoffers en zedenzaken voorrang.

Tegen de 40-jarige broer van de verdachte werd een werkstraf van 200 uur (waarvan tachtig uur voorwaardelijk) geëist wegens betrokkenheid bij de hennephandel. Ook hij ontkent met klem.

Uitspraken op 1 mei en 14 mei (ontneming).

lees ook: de duistere praktijk

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.