Psychotisch patiënt wordt wel beter maar blijft aan de kant

Veel psychiatrisch patiënten herstellen na een psychose wel van hun ziekte maar bijna negen op de tien houden problemen met werk, wonen en sociale contacten.

Dat blijkt uit onderzoek van prof. dr. Stynke Castelein, bijzonder hoogleraar ‘herstelbevordering bij ernstige psychische aandoeningen’ aan de Rijksuniversiteit Groningen. ,,Er speelt een groot maatschappelijk probleem’’, vindt Castelein. ,,We staan met zijn allen voor één grote uitdaging. Namelijk hoe we het maatschappelijk herstel kunnen bevorderen van mensen met een ernstige psychische aandoening.”

Naar schatting telde Nederland in 2013 zo’n 281.000 mensen met ernstige psychische aandoeningen, en meer dan de helft daarvan had een psychotische stoornis. Uit een onderzoek onder duizend van hen blijkt dat het 86 procent niet lukt om maatschappelijk te herstellen. Zij houden problemen op het gebied van wonen en zelfzorg, werken, opleiding of zinvolle dagbesteding en sociale contacten.

Bij het zogenaamde symptomatische herstel, vermindering van de psychische klachten, herstelt de helft van de personen. Daarnaast is er het persoonlijk herstel, dat gaat om het hervinden van de psychische balans na ontwrichting. Hier herstelt 80 procent.

Sociale netwerk

Castelein hield in december haar oratie aan de universiteit. Ze gaat onderzoek doen naar het herstel van psychiatrisch patiënten. Een ding weet ze al. Het sociale netwerk van een patiënt speelt een grote rol. ,,We weten uit onderzoek dat iemand met een sociaal netwerk met voldoende steun op de lange termijn veel beter herstelt, zowel symptomatisch als maatschappelijk.” Het kan hierbij gaan om contact met lotgenoten of met naastbetrokkenen. Een voorbeeld is het Hospitality-project, dat helpt bij het versterken van iemands netwerk door contact te hebben met lotgenoten in de thuissituatie. Door voor elkaar te koken en met elkaar te eten worden er allerlei vaardigheden getraind en ervaringen met elkaar gedeeld.

Steungroep

Meer dan tien ggz-instellingen, waaronder Lentis, gebruiken de RACT-methodiek, waarbij de cliënt een steungroep regelt. Met deze methodiek wordt ook gewerkt in het ‘Samen voor Herstel’ project, in Groningen-Zuid, waarin zowel Lentis als verslavingszorg, gemeente als de zorgverzekeraar samenwerken bij het opzetten van resourcegroepen.

De onderzoeksgroep van Stynke Castelein put uit gegevens van het ROM-Phamous-onderzoek. In dit onderzoek volgen de noordelijke ggz-instellingen tien jaar zo’n duizend mensen met een psychotische aandoening. ,,Wij weten daardoor hoe het met mensen gaat over de jaren heen en hoe het met ze gaat per vorm van herstel’’, zegt Castelein. ,,Nergens ter wereld is zulke unieke data verzameld bij mijn weten. We hebben dan ook de vaart erin om ons werk volgend jaar te publiceren.”

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.