Sporten is goed, dik zijn is slecht. Die boodschap splijt de samenleving

De overheid die burgers goedbedoeld aanmoedigt om gezond te leven splijt de samenleving. Wie gezond eet en sport is ‘goed’, wie te dik is en rookt is ‘slecht’.

Volgens Susanne Täuber van de Rijksuniversiteit Groningen ondermijnt het stellen van gezond leven als morele norm de solidariteit in de samenleving. Ze onderzocht de invloed van moraliserende gezondheidscampagnes onder vijftienhonderd deelnemers.

Ze zijn lui

Als de boodschap van die campagnes steeds is dat iedereen een eigen keuze heeft, wordt sneller de conclusie getrokken dat te dikke mensen of rokers lui zijn en niet hun best doen. Als dan ook nog wordt gewezen op hoe een slechte gezondheid de samenleving op kosten jaagt, doet dat iets met de solidariteit.

Wie slank is, niet-rookt en probeert gezond te eten denkt: dat geld voor de ziektekosten van die luie roker gaat niet naar scholen of wegen. Bij het nieuws van woensdagochtend dat meer mensen in Nederland obesitas hebben werd in de media al snel gekoppeld aan de stelling ‘te dik zijn is iemands eigen schuld’.

Niet solidair met iemand die zijn best niet doet

Een voorbeeld van hoe de overheid dit soort oordelen in de hand werkt is de troonrede van 2013, die de ‘participatiesamenleving’ introduceerde. Täuber: ,,Daarin wees de koning op de eigen verantwoordelijkheid voor gezondheid en riep tegelijk op om solidair te zijn met hen die het slechter hebben. Terwijl het een het ander volledig onderuit haalt. Je wilt niet solidair zijn met iemand die niet zijn best doet.’’

Gezondheid bekijken door een morele lens is een wrede manier van oordelen, stelt Täuber. Het richt onbedoeld schade aan, het drijft groepen uit elkaar. Ze ziet het bij het streven van Groningen om de eerste rookvrije stad van Nederland te worden. ,,Een mooi streven. Maar de overheid staat er niet bij stil dat je daarmee een specifieke groep buitensluit. Arme, lageropgeleide mensen roken veel vaker dan rijken en hoogopgeleiden.’’

‘Dit moet dringend veranderen’

Hoogopgeleiden zijn vaak vanzelf omringd door mensen met een gezonde leefstijl. Laagopgeleiden juist niet. De gezondheidsverschillen zijn groot en je kunt van buitenaf niet zien of iemand al dan niet heeft geprobeerd op gezond te leven. Dat gezondheid steeds meer wordt gezien als iets moreels en mensen daardoor ingedeeld in goed en slecht, moet dringend veranderen, vindt Täuber.

,,Niemand is op alle vlakken helemaal gezond bezig. Het gaat vaak over wat je kunt zien: dikke mensen hebben daar het meeste last van. Hoogopgeleiden gebruiken bijvoorbeeld vaak thuis of met vrienden veel alcohol, maar dat wordt niet gezien als ongezond bezig zijn.’’

Campagnes werken averechts

Uit ander onderzoek van Täuber en collega’s blijkt bovendien dat morele gezondheidscampagnes averechts werken. ,,We zien keer op keer: als ongezond gedrag van mensen benaderd wordt als iets immoreels, daalt hun motivatie om te veranderen naar nul. Ze gaan eerder nog ongezonder leven als ze negatieve reacties krijgen en gediscrimineerd worden.’’

Täuber vindt dat overheden moeten blijven werken aan de gezondheid van burgers. ,,Maar dat vingertje omhoog moeten we daarbij echt vermijden.’’

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.