Mijn Streek: Centrale Woldgebied

Hoe leeg het ook lijkt, het Centrale Woldgebied zit vol geschiedenis. Tot in de Middeleeuwen was het gebied bedekt met veen. Vanaf de Hunze, de Fivel en de wierden op het Hoogeland werd dat ontgonnen. Historicus Jeroen Benders vertelt erover.

Hoe meer je te weten komt over de geschiedenis van een gebied, hoe meer het landschap kleur krijgt. Die wetmatigheid is een geluk. Zeker op grijze, grauwe dagen in december, wanneer het uitspansel elke kleur aan de omgeving heeft onttrokken en je vingers al tintelen van de waterkou voor je ook maar een meter hebt gefietst... Zo'n dag als vandaag dus. Op de dorpen en boerderijen na, oogt het Centrale Woldgebied gebied leeg. Wie niet beter weet zou denken dat dit land rechtstreeks op de zee werd ingenomen. Die aanname zou een pijnlijke vergissing zijn. Want ook al bleef er niets van over; ook hier bedekte, als op zoveel plekken in het Noorden, een dik veenpakket de bodem. De naam van het gebied zegt het al, Wold betekent moerassige wildernis.

,,Waarom heet dat weggetje Munnikeweg? Zou het kunnen zijn dat hierlangs monniken van het klooster in Aduard naar hun bezittingen in dit gebied liepen, zoals de uithof Roodeschool bij Bedum?'' In Buitenplaats Reitdiep, het bezoekerscentrum van het Groninger Landschap, bestudeert Jeroen Benders een kaart van de provincie. Jeroen is historicus en werkt als docent en onderzoeker bij het Kenniscentrum Landschap. Dadelijk gaan we op pad, maar dat moment stellen we nog even uit, eerst is er nog koffie en de behaaglijkheid van het bezoekerscentrum.

Grijs en toch kleurrijk

De kerktoren in Westerdijkshorn.

Gebogen over de kaart, gooit Jeroen balletjes op, zoals hij ongetwijfeld gewend is als hij archiefcollege geeft, om zijn studenten aan te moedigen zelf op onderzoek uit te gaan. ,,Hoe komt de Koningslaagte aan zijn naam? Zou er een verband zijn met de invallen van de Noormannen? Er is een sage over een moord op een koning ter plekke. Ik heb dat verhaal niet bij de hand, maar dat is vast wel ergens te vinden.''

Dat de Noormannen in de regio hebben huisgehouden lijdt geen twijfel. Via de Hunze, duizend jaar geleden eerder een delta dan een rivier, trokken ze het land in. Vanaf de plek waar het bezoekerscentrum staat, zullen hun boten te zien zijn geweest. ,,De Noormannen vermoordden Walfridus en zijn zoon Radfridus, de stichters van Bedum. Door hun dood ontwikkelde het dorp zich vanaf de 12de eeuw tot een bedevaartplaats. Eeuwenlang lokte het pelgrims van heinde en verre.'' Walfridus en zijn zoon waren niet alleen vrome christenen, vertelt Jeroen, de mannen staan ook te boek als ontginners, zij waren het dus die het moeras als eersten te lijf gingen. Waar alle ontginners in het Noorden naamloos bleven, gold dat dus niet voor Walfridus en Radfridus, met dank aan de Noormannen.

Reitdiep

Goed, de route, waar gaan we langs? Benders wijst op de kaart naar de plekken die hij wil aandoen en ondergetekende noteert alvast – uit angst voor koude, haperende vingers onderweg – de redenen. Strikt genomen hoort de Hunze – thans Reitdiep genoemd – niet bij het Centrale Woldgebied. Toch betrekt Benders de rivier bij de route. ,,Vanaf de wierden op de oostelijke oeverwal werd het Centrale Woldgebied ontgonnen.''

Jeroen wijst naar de opstrekkende verkaveling. ,,Dat gold overigens niet alleen voor de Hunze. Ook vanaf de andere kant, waar de Fivel stroomde – de rivier die nu niet meer bestaat – gebeurde dat. Net zoals vanuit het noorden, vanaf de wierden van het Hoogeland. Zo zijn vanuit verschillende dorpen dochternederzettingen ontstaan: Onderwierum mogelijk vanuit Bellingeweer en Westerdijkshorn vermoedelijk vanuit Sauwerd. Aan de ‘Fivelkant' werd vanuit Stedum bijvoorbeeld Steerwolde gesticht.''

Nu we de kaart toch nog voor ons hebben... Een element is nog niet ter sprake gekomen, de Wolddijk. ,,Er wordt aangenomen dat Wolddijk rond 1200 werd aangelegd. Maar de functie is niet geheel helder. Waarschijnlijk diende hij de hoogveenontginningen te vrijwaren van instromend Hunze- of zeewater. Dit zou nog eens nader onderzocht moeten worden.''

Jeroen Benders wijst naar de contouren van de oude dijk. ,,Kijk, hier ligt Westerdijkshorn, een heel bijzonder plekje, met zijn eenzame kerktoren, midden op de vlakte. Horn betekent hoek, de dijk maakt hier een bijna haakse hoek net als bij Oosterdijkshorn, vlakbij Ten Boer.'' En er is nog iets waar we bij de Wolddijk op moeten letten. ,,Op de terugweg zul je zien dat de weg een grote bocht maakt. Dat is een kolk, ook wel wiel genoemd, daar heeft een dijkdoorbraak van formaat plaatsgevonden.''

Grijs en toch kleurrijk

Kerkdeur in Winsum.

Er is kortom heel wat dat Jeroen wil laten zien. Wat wil je: elke wierde, elk weggetje, elk watertje heeft immers een reden en inmiddels een verleden, dat fascineert de historicus in hem. Maar de ruimte in dit verhaal is beperkt, er moet dus gekozen worden. Wat verder nog de schifting doorstaat? In ieder geval de Adorper- en de Sauwerder Meeden, de graslanden met de zware knipklei – ,,al zou je ze eigenlijk in het voorjaar en de zomer moeten zien.'' En dan heb je De Oude Ae – ,,een zeer oud watertje ten behoeve van de afwatering van de meeden dat loopt tot het Winsumerdiep''. En een persoonlijke favoriet van Benders, Onderwierum – ,,daar stond een kerk die in 1841 is afgebroken, nu is er alleen nog een begraafplaats met een paar huizen. Een prachtig plekje.''

De kaart wordt opgevouwen en verdwijnt in de binnenzak. Het landschap heeft inmiddels kleur gekregen, met dank aan Jeroen Benders. Tijd om op pad te gaan. ,,Zullen we?'' In Winsum kijkt een oude boer die zijn tractor parkeert voor de bakker in de nauwe winkelstraat misprijzend naar mijn wanten: ,,Echte mannen hebben toch geen kolle handen?''

Route Centrale Woldgebied

Klik hier voor een grotere versie

Lengte fietstocht: 36 km.

Start: Buitenplaats Reitdiep, bezoekerscentrum Groninger Landschap, Wolddijk 103, 9738 AD Groningen. De route maakt gebruik van het fietsknooppuntennetwerk en wijkt hiervan eenmaal af, om Oosterwierum te bezoeken.

Fiets vanaf het bezoekerscentrum naar de Wolddijk en sla LA. Volg de aanwijzingen van het fietsknooppuntennetwerk naar achtereenvolgens knooppunt 1, 2, 24, 63, 62, 64, 19, 94, 68, 69, 95, 14, 15. Volg vanaf 15 de Bedumerweg. Sla voobij kerk RA, Mr Van Roijenstraat. Op T LA, Stadsweg. Eerste weg RA naar Onderwierum. Op driesprong RA naar begraafplaats.

Na bezoek aan begraafplaats terug bij driesprong RD. Bij vaart LA, Dijkshornsterpad (langs Oude AE). Volg de aanwijzingen naar 13 en vervolgens naar 22, 5, 2, 1 en weer terug naar start.

Jeroen Benders

Grijs en toch kleurrijk

Jeroen Benders (1966) is historicus en als docent en onderzoeker werkzaam bij het Kenniscentrum Landschap. Hij promoveerde op een onderzoek naar het ambtelijk apparaat van Deventer in de Middeleeuwen en schreef het boek Stad en lande, een economische geschiedenis van Groningen tussen 1200 en 1575. Momenteel doet hij onderzoek naar schapenhouderij en 15de en 16de eeuwse consumptiepatronen.

Munnikeweg

De Munnikeweg laat Jeroen Benders niet los. Zoals het een ware historicus betaamt gaat hij op onderzoek. Hij bericht: ,,Het Munnikepad, ook wel Zijllaan of Groene Munnikelaan geheten, vormde een verbinding tussen de wierdenreeksen aan weerszijden van de Hunze die daar al zo'n 2,5 millennia liggen. Het oostelijke deel, Munnikeweg (ten oosten van de huidige N361) is jonger, vroegmiddeleeuws. Het maakte deel uit van het notwegenstelsel in de meeden en werd later, na de stichting van het klooster te Aduard eind 12de eeuw, onderdeel van de route Aduard-Roodeschool, noordoostelijk van Bedum.

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven