Mijn Streek: Het Bildt

Wie wil weten hoe een groot deel van het Noorden eruitzag voordat dijken werden aangelegd moet een kijkje nemen in Noord-Friesland Buitendijks. Marjan Vroom verdiepte zich in de geschiedenis van de lange strook zomerpolders en kwelders. En ze onderzocht het draagvlak voor het beheer.

‘Gras upt werp' met kluut en zeealsem

Noord-Friesland Buitendijks, vanuit het niets zette het zichzelf op de kaart toen in 2006, tijdens een najaarsstorm, tweehonderd paarden er werden overvallen door het water. In paniek verzamelden de dieren zich op een hoge plek waar ze kleumend dagenlang stonden. De media wisten er wel raad mee. De tragiek van ‘de paarden van Marrum' hield het hele land bezig: was dit niet te voorzien, was iemand nalatig, wat deden die dieren überhaupt buiten de dijk? Het liep goed af voor de meeste van hen. De apotheose haalde zelfs wereldwijd de nieuwsuitzendingen.

Hollywood had geen beter scenario kunnen bedenken: de dappere amazones door het water, de dieren die plots weer hoop kregen, fier hun manen de lucht ingooiden. Daar gingen ze, achter hun redders aan. Toeschouwers reageerden emotioneel, pinkten een traantje weg, opgelucht over de goede afloop.

‘Gras upt werp' met kluut en zeealsem

,,Dat is de dobbe waar de paarden stonden.'' Vanaf It tempeltsje op'e dyk kijkt Marjan Vroom (1955) uit over Noord-Friesland Buitendijks. Het kunstwerk uit 1993, toen de dijk bij Marrum op deltahoogte werd gebracht, is haar startpunt voor de wandeling. In de groene vlakte laadt een boer zijn pinken uit. Het jongvee krijgt de ruimte om te grazen. Marjan wijst naar het wad en daarachter naar de contouren van Ameland. Ze kent het van haar passie, zeilen; de dijken en het wad kent ze ook van de twintig jaren die ze bij Rijkswaterstaat werkte. Geen wonder dat ze de scriptie van haar studie landschapsgeschiedenis wijdde aan dit kweldergebied, meer dan 4000 hectare groot.

De verrassing

,,Hier zie je hoe een groot deel van Friesland en Groningen er uitzag voordat rond 1200 de dijken werden aangelegd. Wie hier woonde moest bedacht zijn op de zee. Je ziet het aan die dobben voor het vee, ze hebben een dubbelfunctie: een reservoir van zoet water en een hoge plek om te vluchten.'' Dat dit gebied, pal aan het wad, al minstens vijf eeuwen voor landbouw gebruikt wordt, vormde voor Marjan de verrassing van haar onderzoek. ,,In belastingregisters uit 1511 kwam ik steeds de term ‘gras upt werp' tegen. ‘Gras' is een oude maateenheid, ongeveer een halve hectare; ‘upt werp', betekent kwelder, het aangeworpen land. Bij elkaar opgeteld werd ruim 400 hectare kwelder toen al gebruikt als landbouwgrond. Ik vond die term ‘gras upt werp' zo mooi, toen ik die las wist ik meteen de titel van mijn scriptie.''

‘Gras upt werp' met kluut en zeealsem

Maar Marjan gaf haar scriptie ook een subtitel: landschapsbiografie en draagvlakanalyse voor het huidige beheer van het kwelderlandschap van Noord-Friesland Buitendijks. Haar scriptie richt zich dus niet alleen op de historie. Er speelt namelijk een kwestie in het gebied.

De natuurorganisaties die het grootste deel beheren willen de kwelder uitbreiden, conform Europese regelgeving, wat ten koste gaat van de zomerpolders. ,,Dit stuit veel bewoners in de streek tegen de borst. Een aantal boeren weigert zelfs hun grond te verkopen. Zo'n 165 hectare is nog altijd in particuliere handen.''

Marjan interviewde voor haar onderzoek twintig betrokkenen: boeren, recreanten, natuurbeheerders, politici, onderzoekers en streekbewoners. Het stelde haar in staat om bloot te leggen hoe het streven van de natuurbeheerders naar een zo groot mogelijke biodiversiteit – via verkweldering – haaks staat op de cultuurhistorische band en de natuurbeleving van de streekbewoners. Ze zet de situatie in perspectief. ,,Landaanwinning hoort bij deze streek. De terpbewoners hielden zich er al mee bezig. Vanouds hadden eigenaren van het binnendijkse land recht op de aanwas. De boeren wachtten op een kans om in te polderen. Die kans kwam met de komst van de deltadijk. Maar de Waddenzee werd beschermd en Europese regels schrijven voor dat het kwelderareaal vergroot moet worden. Waar kan dat makkelijker dan in dit gebied, waar duizend hectare zomerpolders liggen? En het zijn regels die we als samenleving afspreken.''

‘Gras upt werp' met kluut en zeealsem

,,Zullen we nu maar eens gaan wandelen, in plaats van hier onze tijd verkletsen?'' Marjan wil het gebied laten zien, het uitzicht over de kwelders, de zomerdijken en de kronkelende geulen: daar gaat het haar om. We lopen langs de dijk en nemen het pad dat buitendijks gaat, de stille, weidse ruimte in. Alhoewel stil... Pas wanneer je op een plek als deze de kieviten, grutto's en scholeksters hoort, besef je hoe akelig stil het is geworden boven heel veel Nederlandse velden. Handig spannen tegenstanders van de verkweldering de vogels voor hun karretje; ze zouden immers de dupe worden – dat het andere vogels ten goede komt zeggen ze er natuurlijk niet bij. Wad- of weidevogels, zo zou je de kwestie kunnen samenvatten. Over wadvogels gesproken, een kluut meldt zich, laat zijn alarmroep horen. Marjan wijst naar een zilvergrijze plant: ,,Zeealsem, even ruiken en je vergeet ‘m nooit meer…'' Klopt als een bus...

‘Gras upt werp' met kluut en zeealsem

,,Hier zie je wat er gebeurt als een zomerpolder verkweldert. Recentelijk is op drie plaatsen de dijk doorgestoken en een geul gegraven waarmee het getij toegang heeft gekregen tot het gebied.'' We staan aan de rand van de Bokkenpollen. Inmiddels hebben we gezelschap gekregen van een stel nieuwsgierige pinken die gezellig met ons meelopen. Het terrein verruigt, een laagje slik kleurt de vlakte. Is dit de toekomst van het buitendijkse gebied?

Marjan hoopt dat haar scriptie een bijdrage levert aan een oplossing van de kwestie. Haar suggestie voor de natuurbeheerders? ,,Breng de cultuurhistorie van het gebied meer naar voren. Betrek de boeren erbij, zorg ervoor dat zij hier aan het publiek kunnen laten zien hoe dit landschap tot stand is gekomen.''

De Rijd

Het Bildt ligt in de voormalige Middelzee, een diepe inham. In de 16E eeuw werd dit gebied door Hollandse kolonisten op de zee gewonnen. Nog altijd heeft de streek een eigen, van het Fries afwijkend, dialect. Het Bildt werd door boeren gezamenlijk ingepolderd. Buitendijks land werd ook collectief gewonnen en verhuurd. De perceelsvormen wijken daarom af van het buitendijkse gebied bij Ferwerderadeel waar elke boer aan de dijk zijn eigen aanwas claimde. De Rijd, een wadgeul, scheidde de gebieden. Rond 1800 wisten de boeren van Ferwerd de geul af te buigen zodat hun land aan kon groeien. Vanaf de dijk naar het wad tref je achtereenvolgens zomerpolders, kwelders en slikvelden.

Route

Lengte 4,5 km. Start: Parkeerplaats bij monument It tempeltsje op'e dyk, aan de Zeedijk in Marrum.

Klik hier voor een grotere versie

Loop vanaf parkeerplaats de dijk op naar monument en aan de andere kant de dijk weer af. Sla onderaan de dijk RA. Na ongeveer een kilometer slaat u LA bij infopaneel. Loop de route zoals daarop staat aangegeven: heen en terug langs de Rijd. De route is een van de drie wandelroutes die natuurorganisatie It Fryske Gea in het gebied heeft uitgezet. Bij Hallum is eind 2013 Kweldercentrum Noarderleech geopend. Buiten het broedseizoen mag u vrij door het gebied struinen. Laat het vee met rust, niet voeren. Honden mogen niet mee.

Klik hier om terug te keren naar Reis!

Of like Reis! op Facebook, Twitter en Instagram

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven