Mijn Streek: Het Reitdiep

Het Reitdiep vormt van oudsher de verbinding tussen de stad Groningen en de zee. Rondom de rivier wierpen de bewoners van de streek wierden op om droge voeten te houden. Jaarlijks trekt universitair docent Erik Meijles er met zijn grondboor en zijn studenten op uit.

Het kan de vergelijking met een bijenkorf zeker doorstaan, de Zernike Campus aan de noordkant van Groningen. Met al zijn studenten die zich kriskras verplaatsen over weg, fietspad en stoep, om college te volgen in een van de gebouwen of uit te zwerven over de stad. Hun activiteit is evenredig aan het zonnige weer; het causaal verband is evident, je hoeft geen wetenschapper te zijn om dat vast te stellen. En net als bij een bijenkorf concentreert de drukte zich rond de ingang. Aan de achterkant van het complex heerst rust, een paar bochten en op de Paddepoelsterweg hoor je alleen nog wind. Voor ons ligt het Groningen dat we kennen, met zijn dijkjes, kronkelende weggetjes en eindeloze luchten: het Groningen waar niets boven gaat.

Wat de scalpel is voor de chirurg, en de zwabber voor de schoonmaker, dat is de grondboor voor de bodemkundige, een onmisbaar instrument. Elke bodem kent geheimen en vertelt over een vroeger landschap. Geen wonder dan ook dat de landschapshistoricus af en toe in de huid kruipt van de bodemkundige en bereid is vieze handen te maken. Erik Meijles (1973) is universitair docent geografie en leert de landschapshistorici in spe de kneepjes van het vak.

Studenten

Elk jaar trekt hij er met zijn studenten op uit, de grondboor aan de stang van de fiets. Want leren doe je buiten in het veld, zeker in Groningen, waar je de elementen moet voelen om te beseffen hoe die het landschap hebben gevormd. Zijn jaarlijkse route fietsen we vandaag, zonder studenten, maar wel met Liselotte Schüren, verslaggever digitaal, de camera bevestigd op een heel studentikoze opoefiets, oranje geverfd en met rammelende spatborden.

Wie denkt dat Erik lukraak de boor in de grond steekt vergist zich, dat doet hij pas bij Aduarderzijl, waar hij een boer om toestemming heeft gevraagd, zo hoort dat.

Hoogteverschillen

Onderweg stapt hij een paar keer van de fiets. De eerste keer is even voorbij het Van Starkenborghkanaal. ,,Wat zie je hier?' vraag ik altijd aan de studenten. ‘Nou, niets...', luidt steevast het antwoord. Voor de studenten is dit landschap saai en leeg. Maar dat verandert als ik ze laat zien dat het toch niet zo vlak is als het lijkt en dat juist die kleine hoogteverschillen het verhaal van het landschap vertellen. Dit is de plek waar vroeger de Hunze en de Drentsche Aa, de rivieren waar de stad tussen lag, samenkwamen.'' Erik wijst naar een huis verderop, midden in de ruimte. ,,Een heel strategische plek, geen wonder dat hier een borg stond, Harssens.''

Volgende stop: Wierum. We nemen een kijkje op de begraafplaats, in de verte lonkt het Reitdiep al. Maar eerst de wierde. Mooi en ongeschonden, zou je denken. U voelt het al, schijn bedriegt. ,,Een groot deel van de wierde is afgegraven, de vruchtbare grond is begin vorige eeuw verscheept naar de zandgronden in Drenthe en de Veenkoloniën. Een paar jaar geleden is die ruimte opgevuld met baggergrond. Een mooie manier om van de bagger af te komen en de wierde te herstellen, zo kun je tenminste denken. Maar je kunt ook zeggen dat hiermee geschiedenis verloren is gegaan. Want ook de afgravingen vormen deel van de Groninger geschiedenis.'' Wat hij zelf vindt? ,,Jammer dat ze de wierde hebben aangevuld.''

Een hap uit het landschap

Een waar lusthof, dat is het Reitdiep voor een geograaf als Erik, en niet voor geografen alleen. In 1629 werd de rivier tussen Garnwerd en Wetsinge rechtgetrokken, al die meanders zaten een snelle verbinding tussen de stad en de zee alleen maar in de weg. Vier kilometer werd er gewonnen, twee kilometer bleef over. De oude kronkels zijn nog makkelijk in het landschap terug te vinden en het fietspad maakt dankbaar gebruik van de dijken en de meanders die bleven liggen. Erik wijst op het hoogteverschil aan weerszijden: de bedding ligt duidelijk hoger. ,,In slechts twaalf jaar heeft de oude loop zichzelf dichtgeslibd.'' En passant wijst Erik ook nog op iets anders. ,,Is het je wel opgevallen dat je alleen maar grasland ziet? De zware klei hier in de omgeving is ongeschikt voor akkerbouw. Het Reitdiep vormt de grens, noordelijk daarvan heeft de zee meer zand in de bodem achtergelaten, dat is beter te bewerken en te ontwateren, daar vind je akkerbouw.''

Toch treffen we een pluk maïs ten zuiden van het Reitdiep. Het staat op een perceel bij Antum, een wierde die voor driekwart is afgegraven. Kennelijk kwam een boer niet tot overeenstemming zijn grond te verkopen. Was dat wel gebeurd dan had niets meer op Antum gewezen. Vreemd gezicht, zo'n taartpunt in het landschap, het ontwatert in ieder geval wel, vandaar de maïs. We komen later op de route nog meer afgravingen tegen. De bekendste is natuurlijk die van Ezinge, gedocumenteerd door archeoloog Van Giffen. Oostum is nog zo'n voorbeeld. Erik heeft daar nog een geheim te vertellen, Liselotte heeft het op film. Bij Antum wijst Erik nog op een detail. Door de afgraving ligt het lager dan het omringende land, het bewijs dat de zee de wierde nog regelmatig heeft bezocht en de omgeving heeft opgehoogd. Hopelijk hielden de bewoners droge voeten...

Een hap uit het landschap

Grondboor

En over de zee gesproken. Bij Aduarderzijl gaan we ernaar op zoek. De grondboor gaat van de fiets, eindelijk. Weinig bijzonders eigenlijk, die edelmanboor, oogt als een gewone huis-tuin-en keukengrondboor. Zo werk hij ook, gewoon de grond indraaien, geen poespas. Erik leegt de inhoud volgens een vast procedé: voor hij de boor omhoog haalt stelt hij de diepte vast, de inhoud legt hij vervolgens op rij. Ondertussen hebben we gezelschap gekregen van het stel pinken in de wei, gezellig slaan we met z'n allen de verrichtingen van Erik gade.

Het verlengstuk wordt in de boor gezet, het gat wordt dieper en het kost Erik duidelijk meer moeite de boor omhoog te krijgen. ,,Het is me nog altijd gelukt om hem eruit te krijgen.''

Toch oogt hij telkens opgelucht als het weer zover is. Dan is hij waar hij wil wezen. ,,Kijk, een schelpje! En ruik eens!'' Erik houdt ons de boor onder de neus. ,,Echt de geur van het wad. Hemelsbreed is de zee zo'n tien kilometer hier vandaan, maar onder onze voeten is die vlakbij, slechts anderhalve meter.''

Bodemprofiel

Boringen uitzetten: in de rapporten van landschapshistorici komen we het begrip vaak tegen. Boringen vertellen over de geschiedenis van een omgeving. Lag hier veen? Had de zee invloed op dit gebied, is er klei te vinden? Lag hier bos? Werd hier vroeger akkerbouw gepleegd? De bodem kan uitsluitsel geven. En met behulp van technieken als de C14 methode (meet de ouderdom met hulp van radioactief verval) kan de leeftijd van de sporen worden vastgesteld. Omdat de edelmanboor in de grond wordt gedraaid, is niet een scherp profiel mogelijk. Duidelijker is een afgegraven profiel. Met een laklaagje kun je daar een plak van afsnijden.

Paddepoel

Het lijkt zo voor de hand... Paddepoel, de wijk aan de noordkant van Groningen; genoemd naar een poel waar het wemelde van de padden. Het winkelcentrum in de gelijknamige woonwijk heeft zelf een pad als mascotte. Maar niets is minder waar. Paddepoel is genoemd naar een verhoging in het landschap, de pol van boer Padde. Die ‘pol' is een wierde en ligt ten noorden van het Van Starkenborghkanaal. De Paddepoelsterweg is dus niet de weg naar het winkelcentrum, maar de weg van de stad naar de wierde.

Een hap uit het landschap

Klik hier voor een grotere versie

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven