Mijn Streek: Oude Veenkoloniën

Hoe meer je van een landschap weet hoe meer je het gaat waarderen; als er één gebied is waarvoor dat geldt dan zijn dat de Oude Veenkoloniën in Groningen. Tessa de Ruyter zou al die mensen die het veen afgroeven graag een gezicht geven.

Bedrijvigheid

Het is 1897. Veendam en Wildervank bestaan 250 jaar en de dorpen zoeken een manier om dat te vieren. Het gaat de Veenkoloniën goed. Wie de streek bezoekt ziet het aan de herenhuizen langs het kanaal, aan de pracht en praal van Herensociëteit Veenlust. De schoorstenen van de fabrieken roken van geluk. Alom heerst bedrijvigheid.

Met hun paarden trekken scheepsjagers schuiten volgeladen met turf door de kanalen. Vanuit de venen in Drenthe gaan ze naar Groningen; met stratendrek keren ze terug, zodat de akkers nog dikkere aardappels voortbrengen. Geurtjes? Wie zeurt daarover bij zoveel welvaart … Trouwens, die drek is binnenkort toch overbodig, want wordt er in de Veenkoloniën niet geëxperimenteerd met kunstmest? En over vooruitgang gesproken: is het toeval dat Veendam een zeevaartschool heeft en een HBS? En dat die doopsgezinde dominee Winkler Prins juist hier zijn encyclopedie maakte?

Waardering voor de streek

Het is 2014. Er is in ruim een eeuw veel veranderd in de Veenkoloniën, maar het monument voor Adriaan Geerts Wildervanck staat nog altijd aan het Oosterdiep in Wildervank. Hulde aan den stichter van de Veenkoloniën 1647-1897 melden sierlijk geschreven letters. Het markeert een tijdperk want, laat ons eerlijk zijn, het ging in de eeuw die erna kwam niet goed met de Veenkoloniën.

Eenzijdige werkgelegenheid in strokarton en aardappelmeel brak de regio op. Om maar niet te spreken over de walm boven de diepen, afkomstig van het afvalwater van die fabrieken. Maar de sierlijke letters zijn onlangs van een nieuw laagje goudkleurige verf voorzien, teken van hervonden zelfvertrouwen?

,,De Veenkoloniën zijn allesbehalve saai en eentonig.'' Tessa de Ruyter (1990) studeert landschapsgeschiedenis en kent uit eigen ervaring het vooroordeel over de streek. ,,Toen ik een jaar of tien geleden met mijn ouders naar de Veenkoloniën verhuisde dacht ik ook: saai, open en voor de jeugd onaantrekkelijk. Maar dat beeld verandert als je leert over het gebied. Inmiddels waardeer ik deze streek, mede door mijn studie.'' Voor De Ruyter was het reden om het idee voor deze fietsroute aan te leveren. ,,Om iets te laten zien van de industrie, de gebouwen en de bijzondere ontwikkelingsgeschiedenis.''

‘Allesbehalve saai en eentonig'

Door het dempen is veel moois verloren

Van het monument voor Adriaan Geerts fietsen we naar Borgercompagnie. Eerst door open, dan door meer besloten terrein. In het dorp staan prachtige boerderijen – ,,de veenkoloniale boerderij is geïnspireerd op de boerderijen uit het rijke Oldambt'', weet Tessa – maar wanneer het kanaal plots ophoudt is het gedaan met de feeërieke sfeer. ,,Dit deel van het kanaal is in de vorige eeuw gedempt. Door het dempen is veel moois verloren. Wanneer je een beter beeld wilt hebben van een veenkoloniaal dorp dan moet je een kijkje nemen in Kiel-Windeweer, dat heeft een beschermd dorpsgezicht. Zullen we daarheen?'' De vraag stellen is hem beantwoorden. We stappen weer op de fiets. Halverwege passeren we Kalkwijk, hier is het kanaal zelfs volledig gedempt.

Waarom Kiel-Windeweer een beschermd dorpsgezicht heeft is bij aankomst meteen duidelijk. Voor ons strekt zich een lang kanaal uit, met aan de smalle weggetjes aan weerszijden de boerderijen die zo karakteristiek zijn voor de streek. Bij een van de bruggetjes stapt De Ruyter af om uit te leggen hoe de verveners heel mathematisch het hoogveen te lijf gingen. ,,Eerst werd de dikte van het veen gemeten, want de helling van de ondergrond bepaalde de richting van het kanaal. Dwars op de kanalen werden wijken gegraven, zo'n 600 meter lang. Wanneer het veen was afgegraven bood de grond tussen twee wijken ruimte aan twee boerderijen, een zwetsloot scheidde de percelen.''

‘Allesbehalve saai en eentonig'

Veenborg Welgelegen

Op naar de volgende plek die De Ruyter wil laten zien, Veenborg Welgelegen aan de rand van Borgercompagnie. De naam zegt het al: de compagnie die het veen langs dit kanaal afgroef bestond uit rijke burgers (borgers), die kwamen uit de stad Groningen. ,,Groningen hield de Ommelanden flink onder de duim. Alle verveningen werden vanuit de stad georganiseerd. De adel stichtte buitenplaatsen in het gebied.''

De borg is niet vrij toegankelijk, maar de tuin wel. We zetten de fiets tegen het hek en nemen een kijkje. De tuin ziet er prachtig uit, maar hoe groot die ook is, toch steekt de omvang volgens De Ruyter schril af tegen de adellijke tuinen in het westen van het land. ,,Daar was de rijkdom toch groter.'' We fietsen terug naar Veendam.

Binnenkort start De Ruyter haar afrondende scriptie. Of die over de Veenkoloniën gaat? Ze is er nog niet over uit. ,,Waarnaar ik het meest nieuwsgierig ben zijn de omstandigheden waaronder de mensen destijds het veen afgroeven. De techniek, dus hoe het veen werd afgegraven, dat is wel bekend, dat kun je in archieven vinden. Maar wie die mensen waren, hoe hun leven er uit zag, daarover is veel minder bekend. Logisch, want die mensen konden niet schrijven en hun leven op papier vastleggen. Ik zou hen graag een gezicht willen geven. Maar in hoeverre zo'n onderzoek past binnen landschapsgeschiedenis, dat moet ik met de docenten nog bespreken.''

‘Allesbehalve saai en eentonig'

Oude Veenkoloniën

Eeuwenlang werd er aan de randen van het Bourtanger moeras al turf gewonnen, maar pas rond 1600 wordt de vervening grootschalig aangepakt. In de Tachtigjarige Oorlog verloren kloosters hun bezittingen waaronder venen. De stad Groningen pikte die handig in en speelde vanaf dat moment een centrale rol in de vervening. De venen rond de Pekela's en Hoogezand en Sappemeer kwamen eerst aan snee. In 1647 startte de turfafgraving rond Veendam en Wildervank. Deze drie gebieden vormen tezamen het hart van de Oude Veenkoloniën.

Route: afstand 34 kilometer.

Start bij treinstation in Veendam. Vertrek met de rug naar station en sla LA, Parallelweg. Sla op einde Parallelweg RA, Molenstreek. Bij Oosterdiep water oversteken en LA. Fiets over Beneden Oosterdiep langs het water in zuidelijke richting naar Wildervank. U passeert een gedenkteken voor Adriaan Geerts Wildervanck voor het voormalige gemeentehuis en een borstbeeld van de vervener tegenover de kerk. Sla RA ter hoogte van de 36e Laan, even verder bevindt zich fietsknooppunt 90. Volg de borden van het fietsknooppuntennetwerk naar achtereenvolgens 72, 53, 54, 06, 95, 26, 30 en 59. Fiets vanaf 59 in de richting van 96 tot doorgaande weg De Vosholen met aan rechterhand Veenborg Welgelegen. De tuin van de borg is vrij te bezichtigen. Fiets terug naar 59 en vervolgens naar 58, 04, 05, 57, 56 en 55. Fiets vanaf 55 richting 62. Sla op Molenstreek LA en neem de Parallelweg naar station.

Klik hier voor een grotere versie

Klik hier om terug te keren naar Reis!

Of like Reis! op Facebook, Twitter en Instagram

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven