Mijn Streek: Rijsterbos

Hij vond het maar niks, het landgoed van mevrouw Rengers. Slecht aangelegd en nog slechter onderhouden, zo schreef de dichter en latere romanschrijver Jacob van Lennep in 1823 in het dagboek dat hij bijhield van zijn voetreis door Nederland. Hoogleraar Yme Kuiper loopt de route door het Rijsterbos na.

,,De aankomst te Rijs is verrukkelijk, omdat vele lanen die met hoge eiken beplant zijn daar bij elkaar uitkomen. Het landgoed van mevrouw Rengers, dat heel uitgestrekt is, maar slecht aangelegd en nog slechter onderhouden, werd vervolgens door ons bekeken. Het is heel bijzonder om de Zuiderzee aan zijn voeten te zien als men uit het kreupelhout komt, en hoe die daar de korenvelden besproeit. Toen we teruggekeerd waren, aten we pannenkoeken in een kleine herberg bij de ingang van de hofstede, terwijl het ondertussen buiten geweldig hagelde en de donder rommelde. Om half vijf gingen wij naar buiten. De lucht was opgeklaard en afgekoeld. De vogeltjes zongen lustig in het gebladerte en schudden de regendruppels van hun veren af, terwijl wij door fraaie eikenlanen verder gingen."

Huize Rijs, de hofstede uit bovenstaand citaat, is verdwenen, maar de herberg staat nog altijd bij de ingang van het Rijsterbos. Yme Kuiper, hoogleraar landgoederen en buitenplaatsen, zit buiten op het terras. ,,Slecht aangelegd en nog slechter onderhouden; hoor je? Die opmerking moet je onthouden voor als we dadelijk op pad gaan.''

Kuiper legt het dagboek dat Jacob van Lennep tijdens diens voetreis door Nederland in 1823 bijhield op het tafeltje voor zich, naast een stapeltje historische kaarten. ,,Tja wat wil je, Van Lennep was jong, de Romantiek was begonnen, de tuin in Franse stijl was passé en de Engelse tuin in de mode. Aan de tuin las je de smaak van de eigenaar af en de tuin van mevrouw Rengers was duidelijk niet comme il faut.''

Kicken op landhuizen, tuinen en mooie dames

De kaart van Schotanus van rond 1690. Foto Jan Zeeman

De koffie smaakt goed, het zonnetje is heerlijk, net als het briesje dat voor verkoeling zorgt. Kuiper neemt de tijd om te vertellen over zijn bijzondere leerstoel 'Historische buitenplaatsen en landgoederen' aan de RUG. Nu hij met emeritaat gaat voor de leerstoel antropologie, kan hij er nog vaker op uit trekken. Het zal niemand verbazen dat landgoederen vaak het doel zijn van de uitstapjes die hij met zijn vrouw Astrid maakt. Ook vandaag is ze van de partij. Samen schreven ze onlangs voor een tijdschrift, over de jeugdherinneringen van een adellijke weduwe aan Friese buitens. Astrid werkt ook aan een kinderboekje dat zich op een buitenplaats afspeelt.

Kuiper neemt een slok koffie. Over de relatie tussen antropologie en landschapsgeschiedenis? ,,Als antropoloog ben ik vooraleerst geïnteresseerd in de beleving door mensen van het landschap, hoe die in de loop van de eeuwen is veranderd. Ik houd me niet zo bezig met de graaf- en spitkant van landschapsgeschiedenis, mij zie je niet in actie met een grondboor.''

Landadel

Kuiper promoveerde in 1993 op een onderzoek naar de landadel in Friesland. Met name de periode 1780 – 1900 nam hij onder de loep. Hij kon het reisverslag van Van Lennep goed als bron gebruiken. ,,Geert Mak (die een uitgebreid voorwoord schreef bij de heruitgave; red.) vergat het in een landgoed- en buitenplaatscontext te plaatsen. Van Hogendorp en Van Lennep, studenten uit deftige Hollandse kringen, wandelden immers van buitenplaats naar buitenplaats. Ze kickten op landhuizen, tuinen, de deftige families en – uiteraard – de mooie dames, ze gedroegen zich als kenners.''

De interesse van de hoogleraar voor de blik van de jonge Van Lennep moge duidelijk zijn. ,,En weet je wat zo leuk is? Ik weet haast wel zeker dat Van Lennep, toen hij hier van Rijs naar Warns liep, al met het idee ging spelen dat later de De Roos van Dekama zou worden, zijn ridderroman in tijden van de Hollands-Friese oorlogen. Vanaf de Mirnser Klif kun je Holland zien liggen, let er straks maar op.''

Maar voor we vertrekken wil de hoogleraar nog iets kwijt over de invloed van de landelijke elite op het landschap. ,,Wie zich verdiept in landgoederen moet goed voor ogen houden dat een landgoed moet renderen, een landgoed exploiteer je. De landadel leefde van de opbrengst van zijn grootgrondbezit: voornamelijk pachtboerderijen en bosbouw. Daarnaast was de jacht erg belangrijk. Een buitenplaats is er voor het zomerse genot; daar moet altijd geld bij.''

Van Swinderen

Kuiper vouwt de kaart van Schotanus van rond 1690 uit en wijst naar het landgoed Rijs dat dan slechts enkele jaren oud is. ,,Zo legde Hiob de Wildt het aan. Hij wilde geld trekken uit akkerbouw en tabaksteelt. En er kwam ook een sterrenbos. Drie generaties woonde zijn familie hier. De familie Rengers werd daarna door huwelijk eigenaar, net als de Van Swinderens die als laatsten dit landgoed exploiteerden.''

De naam Van Swinderen is nauw verbonden met Gaasterland. De familie betrok het landgoed in 1834 en liet in 1847 een nieuw slot bouwen. Kuiper: ,,De laatste jonkheer was een sociaal voelend man. ‘Niemand kan mij hinderen, want ik zit onder Van Swinderen', zeiden de pachtboeren hier in crisistijden. ‘De God van Gaasterland', zo noemden ze hem ook wel. Maar de vrijgevigheid brak hem op en eind 19de eeuw moest hij gedwongen een fors deel van zijn landgoed verkopen.''

Het bezit werd over drie dochters verdeeld. In de jaren dertig van de vorige eeuw werd het huis afgebroken. Het Rijsterbos was in 1941 een van de eerste aankopen van It Fryske Gea. ,,Een paar jaar geleden is de tuin van slot Rijs weer herschapen in een soort Engelse landschapstuin. Kunstenaar Ids Willemsma heeft de ingangspartij ontworpen. Kon minder, zeggen ze dan hier. Zullen we een kijkje nemen? Lopen we daarna door het bos naar de Mirnser Klif, precies zoals Van Lennep dat met zijn vriend Van Hogendorp deed.''

Kicken op landhuizen, tuinen en mooie dames

Een kunstwerk van Ids Willemsma bij de entree van landgoed Rijs. Foto Jan Zeeman

GAASTERLAND

Wie Gaasterland in de Zuidwesthoek bezoekt zal het niet ontgaan, het landschap is licht glooiend, wat te danken is aan de ijstijd die er stuwwallen achterliet. Die hoge delen worden gaasten genoemd. Waar de Zuiderzee – thans IJsselmeer – zich liet gelden, ontstonden kliffen, niet hoog maar toch onmiskenbaar, zoals de kliffen van Oudemirdum en Mirns en de Rode Klif bij Warns. In de steentijd werd het gebied al bewoond. In 1849 ontdekten bosarbeiders in het Rijsterbos een steenkist, een soort grafmonument gelijk een hunebed. Een bijzondere vondst want hunebedden komen buiten het Hondsruggebied in Nederland niet of nauwelijks voor. Helaas werden de stenen kapotgeslagen voor het verharden van de weg. In het Rijsterbos staat een vredestempeltje, opgericht in 1814 om het einde van de Franse tijd te vieren. Het betreft een replica, het origineel ging in 1944 verloren toen de Duitsers het bos gebruikten voor de lancering van V2-raketten en een lancering mislukte.

VAN LENNEP

In 1823 maakten de studenten Jacob van Lennep – de latere schrijver – en Dirk van Hogendorp een voettocht door Nederland. Van Lennep hield een dagboek bij. Op donderdag 5 juni vertrokken ze 's ochtends om half zes vanuit Lemmer om via Sondel, Wijckel – waar ze het graf van de beroemde vestingbouwer Menno van Coehoorn bezochten – Balk en Rijs naar Stavoren te wandelen, een tocht van ruim 40 kilometer. In 1836 publiceerde Van Lennep 'De Roos van Dekama', dat speelt in de tijd dat de Friezen en graaf Willem IV van Holland met elkaar vochten in en bij Gaasterland. Van Lennep was van 1853 tot 1856 lid van de Tweede Kamer.

YME KUIPER

Yme Kuiper (1949) is namens Stichting Van der Wyck-de Kempenaer als bijzonder hoogleraar Historische buitenplaatsen en landgoederen verbonden aan het Kenniscentrum Landschap. Aan de Rijksuniversiteit Groningen werkte hij tot voor kort als bijzonder hoogleraar Antropologie van Religie en Historische Antropologie. Onlangs verscheen een heruitgave van 'Beelden van de buitenplaats. Elitevorming en notabelencultuur in Nederland in de negentiende eeuw' (red. Yme Kuiper, samen met Rob van der Laarse) bij uitgeverij Verloren te Hilversum.

Klik hier voor een grotere versie

WANDELEN

Terreinbeheerder It Fryske Gea heeft twee wandelroutes in het Rijsterbos uitgezet. Voor bovenstaand verhaal is gebruik gemaakt voor de blauwe route, 6 km. De rode route is 3 km. Beide zijn met paaltjes gemarkeerd. Honden mogen mee, mits aangelijnd. Halverwege de route, bij het IJsselmeer, treft u paviljoen 't Mirnser Klif, in het zomerseizoen dagelijks vanaf 10.30 uur geopend, in het winterseizoen alleen in de weekenden.

Klik hier om terug te keren naar Reis!

Of like Reis! op Facebook, Twitter en Instagram

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven