Mijn Streek: Zuidoosthoek

Wat hebben twee type nederzettingen, esdorpen en agrarische veenontginningen, en drie beekdalen – Koningsdiep, Tjonger en Linde – met elkaar gemeen? Ze vormen het onderwerp van het promotieonderzoek van Dennis Worst en van een fietstocht door de Zuidoosthoek.

Jardinga had geluk, Klazinga en Buttinga ook: ze bleven uit de greep van Oosterwolde. De eerste dankzij het Grootdiep, een zijarm van de Tjonger, de andere twee door provinciale wegen. Nanninga was minder fortuinlijk, het gehuchtje ging op in nieuwbouw, omringd door baksteen en beton. Net als Rikkinga en Steginga waarvan zelfs niets overbleef, hun namen leven slechts voort op de gevel van een verzorgingshuis en op een bordje bij een straat.

Het waren er vroeger nog meer, al dan niet eindigend op -inga. ,,Oosterwolde is ontstaan te midden van een stuk of acht, negen gehuchtjes. Eigenlijk is het een heel mooi dorp, het probleem is alleen dat je dat zo moeilijk ziet. Maar als je weet van die oude gehuchtjes dan lukt dat wel.''

Dennis Worst (1986) weet van de gehuchtjes, hij groeide op in de omgeving, keerde er terug na wat omzwervingen voor studies. Als landschapshistoricus studeerde hij af met een onderzoek naar de ontginning van het beekdal van het Koningsdiep. Dat smaakte naar meer, vandaar dat hij zich stortte op de geschiedenis van de Tjonger en de Linde. Hij schrijft er een proefschrift over bij de Fryske Akademy; als dat klaar is heeft hij heel Opsterland, Schoterland en de Stellingwerven in kaart gebracht. Vandaag fietst hij door zijn onderzoeksgebied. Dat doet hij op de opoefiets van zijn vriendin, met een grote leren schoudertas losjes aan het stuur en in een tempo waarop menig sportfietser jaloers zou zijn.

Esdorp

Terug naar Jardinga. Een klinkerweggetje kronkelt langs houtwallen en een handvol boerderijen. ,,In dit gebied komen twee typen nederzettingen voor, esdorpen en agrarische veenontginningen. Jardinga is een esdorp, al spreek ik liever van esgehucht. De gehuchtjes liggen op dekzandkopjes. Vroeger waren dat eilandjes in de bovenloop van de Tjonger en de Linde, tegen de grens met Drenthe. Ze waren klein, groeiden nooit tot dorpen uit. Dat onderscheidt ze van esdorpen zoals in Drenthe. In mijn onderzoek probeer ik te achterhalen welke het oudst zijn, de veenontginningen of de esdorpen. Het is een beetje het verhaal van de kip en het ei. Maar ik heb een vermoeden, straks in Boekelte kom ik daarop terug.''

Op de opoefiets van zijn vriendin

Zicht op Jardinga.

We steken de Tjonger over, het riviertje dat van oudsher Friesland en Drenthe gescheiden hield. Sinds 1328 horen de Stellingwerven bij Friesland, als vreemde eend in de Friese bijt, met een dialect dat duidelijk Saksisch is en verre van Fries. Als Stellingwerver zag Dennis liefst dat de Tjonger in dit verhaal Kuunder zou heten, en de Linde Lende. Maar dat doen we lekker niet: ook de verslaggever groeide op in dit gebied, net aan de andere kant van het water.

Dennis deed tijdens zijn onderzoek een leuke ontdekking. ,,Ook altijd al afgevraagd waarom Haule, Waskemeer en Donkerbroek ten noorden van de Tjonger liggen en toch bij de Stellingwerven horen?'' Tja, nu je het zegt... ,,Er heeft nog een veenriviertje gelegen, de meest noordelijke bovenloop van de Tjonger. Deze wordt in oorkonden uit 944 als grens van het graafschap Drenthe genoemd.''

Duurswoude

Friesland kent ook heide. Qua grootte halen de gebieden het niet bij die in Drenthe, maar wat schoonheid betreft doen ze niet onder, de Duurswoudsterheide vormt het bewijs. Vlak na de heide stuiten we op het prachtige kerkje van Duurswoude. We maken er een praatje met Albert de Vries, die met borstel en kwast de opschriften van een aantal grafstenen weer leesbaar maakt.

De Vries kent het verhaal van het kerkje van Wijnjeterp even verderop, dat aanvankelijk dichter tegen het Koningsdiep lag en later werd verplaatst naar zijn huidige plek. ,,De mensen vormden een lint en gaven elkaar de stenen door.'' We fietsen ernaar toe. Het verhaal over het doorgeven van de stenen heeft Dennis vaker gehoord. ,,Het doet hier in veel dorpen de ronde, in zeven eeuwen tijd is het ongetwijfeld aangedikt.''

Wijnjeterp

Het oude kerkhof van Wijnjeterp ligt bij een verlaten heideveldje pal naast het fietspad. Niets verwijst ernaar, alleen de verhoging in het landschap. Ondergetekende fietste hier vaker langs, maar wist van niets. Misschien maar goed ook, in de mist zou zo'n plekje met je fantasie op de loop gaan; frappant hoe je beleving van het landschap op slag verandert met de kennis die je opdoet.

Dennis kan er wel om lachen, hij wijst naar de huidige kerk, anderhalve kilometer verderop. ,,Zie je wel? Dezelfde kavel.'' Het wemelt van de oude kerkhoven in zijn onderzoek. Een greep: ,,Van Lippenhuizen weet ik de plek, van Ureterp heb ik een vermoeden, de kerk van Oudehorne lag in het natuurgebied de Kiekenberg, de kerk van Olterterp is zelfs tweemaal verplaatst. En in de Stellingwerven kennen we oude kerkhoven in Blesdijke, Peperga, Sonnega, Noordwolde en Donkerbroek.''

Veenlandschap

Buitenhuizen en bossen bepalen het landschap rond Beetsterzwaag. In Dennis' terminologie is ‘over de agrarische veenontginningen een parklandschap aangelegd'. Al fietsend maken we een dwarsdoorsnede door de beekdalen van Koningsdiep, de Tjonger en de Linde. Onderweg passeren we bij de Opsterlandse Compagnonsvaart en de Schoterlandsevaart ook nog een veenkoloniaal landschap, in de 18de eeuw werd hier het overgebleven veen commercieel afgegraven. De Bekhofschans bij de Linde stamt uit de tachtigjarige oorlog, Bommen Berend werd er ook nog eens – tijdelijk – staande gehouden.

Iets verderop ligt esgehucht Boekelte. ,,Weet je nog dat ik vertelde over de ouderdom van de ontginningen? Ik heb hier kortgeleden grondboringen gedaan. Ik ontdekte dat de hoogste delen nooit bedekt waren met veen. Deze voormalige bosgronden zijn vermoedelijk eerder ontgonnen. Boekelte is dus ouder dan de omliggende veenontginningen. Zo'n moment tijdens je onderzoek is echt even genieten.''

Op de opoefiets van zijn vriendin

Riviertje de Linde, in het Stellingwerfs: Lende.

HARDNEKKIG

Wijnjeterp is een schoolvoorbeeld van een agrarische veenontginning. Het kerkje staat op een verhoging. In de kerkheuvel ligt nog een pakket veen, ongeveer een halve meter dik, het bewijs dat vroeger de hele omgeving met veen bedekt was. Omstreeks vanaf de 10de eeuw werd dat veen vanuit de beekdalen ontgonnen, in het geval van Wijnjeterp vanuit het Koningsdiep. Haaks op de riviertjes werden sloten gegraven om het veen te ontwateren. Op het veen werd geboerd en gewoond, door deze activiteiten oxideerde het veen en klonk het in. Wanneer de bodem onvruchtbaar of te drassig werd schoven de boeren hun onderkomens op, verder het veen in. Dennis Worst: ,,Tot enkele jaren terug was de gangbare theorie dat de ontginningen plaatsvonden vanaf de hogere delen in het landschap. Dat misverstand is hardnekkig.''

GEEN TERPEN

Wijnjeterp, Olterterp, Ureterp: wie niet beter weet denkt met terpdorpen van doen te hebben. Volgens Dennis Worst is dat echter niet het geval. ,,De uitgang terp is afgeleid van het oude woord thorp, dorp.'' En nu we het toch over namen hebben: Ureterp werd vroeger Urathorp genoemd en Olterterp Utrathorp. Ura betekent boven en uter onder. De namen Ureterp en Olterterp wijzen op de ligging aan het Koningsdiep: de eerste ligt stroomopwaarts, de laatste stroomafwaarts.

TIP

Wie een prachtige pingoruïne wil zien: voorbij Waskemeer vlak na knooppunt 97 ligt het Gânzemar. Ter plekke geeft een informatiebord uitleg. Ook de Duurswoudsterheide heeft een aantal pingoruïnes. Wie het voormalig kerkhof van Wijnjeterp wil vinden: het ligt een paar honderd meter voor fietsknooppunt 27 aan de rechterkant van het fietspad. Het is vaag herkenbaar aan een verhoging in het landschap. De huidige kerk ligt in het verlengde van de verkaveling.

 

ROUTE ZUIDOOSTHOEK

Lengte: 63 km. Met lus naar Beetsterzwaag: 75 km. Verkorte route: 43 km. Route maakt gebruik van het fietsknooppuntennetwerk, slechts eenmaal wordt daarvan afgeweken.

Start: Fietsknooppunt 50. Dit knooppunt bevindt zich aan de Quadoelenweg nabij het centrum van Oosterwolde waar het Domineespad uitkomt bij de Opsterlandse Compagnonsvaart. Volg de aanwijzingen van knooppuntennetwerk naar achtereenvolgens 54, 8, 37, 99, 97, 35, 27, (voor wie de lus naar Beetsterzwaag wil: fiets van 27 via 29, 92, 90 en 25 naar 45), 45 en 43. Fiets vanaf 43 in de richting van 5. Bij sluis (Wijnjeterpverlaat) de vaart oversteken en RD, de Jan Evertswijk. Op kruising RA, bij de Leijwei. Volg de aanwijzingen naar knooppunt 14 en vervolgens naar 22, (verkorte route gaat van 22 via 18 naar 24) 38, 28, 30, 36, 34, 91, 24 en terug naar 90.

Klik hier voor een grotere versie

Klik hier om terug te keren naar Reis!

Of like Reis! op Facebook, Twitter en Instagram

Toon reacties

Mis niets van het regionale nieuws. Ontvang onze dagelijkse nieuwsupdate, helemaal gratis.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven