Mensen durven volgens prof. Lensink het 'avontuur' van een nieuwe woning niet meer aan omdat ze bang zijn dat ze hun oude woning niet kwijtraken. De overheid zou de executiewaarde van de 'oude woning' – tussen de 85 en 90 procent van de marktwaarde – bijvoorbeeld voor een periode van twee jaar moeten garanderen. Als er zich in die periode geen kopers melden, dan wordt de woning verkocht. Het risico voor de burgers wordt hierdoor beperkt en wel tot hoogstens 15 procent van de marktwaarde van de woning. "Hierdoor moet het mogelijk zijn weer activiteit in de onroerend goedsector te genereren."
Het garantiefonds kan, zegt de Groninger hoogleraar, worden gefinancierd uit de opbrengsten van de overdrachtsbelasting. Jaarlijks is dat tussen de drie en vijf miljard euro. "Dat bedrag is de overheid niet kwijt aan het garantiefonds. Veel woningen zullen tegen een normale prijs verkocht worden. Maar het fonds kan mensen wel over een psychologische drempel helpen."
De Vereniging Eigen Huis vindt de instelling van een garantiefonds "een uiterst sympathieke gedachte. Alle effecten ken ik nog niet, maar die kunnen door nader onderzoek duidelijk worden," zegt een woordvoerder.
Meer op de pagina Economie van Dagblad van het Noorden van zaterdag


