Tweede leven dode huisdieren: groene brandstof
DVHN | Gepubliceerd op 21 mei 2011, 07:00 Laatst bijgewerkt op 22 augustus 2011, 16:35ASSEN/GRONINGEN - Jaarlijks overlijdt ongeveer 10 procent van de vijf miljoen katten en honden in Nederland. En dan? Cremeren, begraven of achterlaten bij de dierenarts? In het laatste geval wordt Boris (of Minoes) afgevoerd door Rendac. Wat er uiteindelijk overblijft is biobrandstof in de vorm van vetten en dierlijk meel. Groene energie, genoeg om 40.000 huishoudens te voorzien van elektriciteit. Cru gezegd: op één middelgrote hond (of zes katten) kan een doorsnee gezin een volle dag draaien.
In bijna elke dierenartsenpraktijk, asiel, gemeentewerf of uitrukpost van de dierenambulance staat er één: een ruime diepvrieskist of koelcel. Daarin worden de kadavers tijdelijk bewaard van dieren, die door hun baasje er hebben laten inslapen. Is de bak vol, dan worden de kadavers overgeladen in een kliko en geleegd door Rendac.
Voor alle duidelijkheid: kannibalisme onder huisdieren mag niet meer. Sinds de BSE-crisis eind vorige eeuw zijn de regels voor het produceren van diervoeding flink aangescherpt. Voor die tijd was het gebruikelijk dat dode honden, katten en andere huisdieren terugkeerden in de vorm van (blik)voer voor hond en kat. Dat zorgde er voor dat het BSE-eiwit -oorzaak van onder meer de gekkekoeienziekte- terugkeerde in de voedselketen.
Een nieuwe toepassing voor dode huisdieren werd gevonden in het opwekken van elektriciteit. Na verwerking van de kadavers blijven water, vetten en dierlijk meel op. "Hoog calorisch materiaal", weet Tom Doomen, woordvoerder van Rendac. Deze groene energie wordt onder meer in kolencentrales gebruikt als brandstof. "Het verbranden van deze materialen levert drie keer meer energie op dan het inzamelen en verwerken kost. Uiteindelijk branden daar thuis de lampen van."







Reacties Inloggen