Reilen en zeilen van de Groninger werven
DVHN | Gepubliceerd op 22 november 2011, 13:39SAPPEMEER - De scheepswerven aan het Winschoterdiep in Hoogezand-Sappemeer kent iedereen. Minder algemeen bekend zijn bijvoorbeeld de werkomstandigheden en de veiligheid van de arbeiders. Het boek Op de helling, hoe het reilde en zeilde op de Groninger scheepswerven, laat direct betrokkenen aan het woord. Een jaar lang zijn interviewers bezig geweest tientallen mensen, van werfdirecteuren tot klinkknechten, hun verhaal te laten vertellen. Ingrid Wormgoor uit Sappemeer maakte daar een samenhangend verhaal van.
"Een wereld op zich", typeert Wormgoor de scheepswerven. "Hele families werkten soms generaties achtereen in de scheepsbouw. Je moest wel tegen een stootje kunnen, want men ging niet altijd even zachtzinnig met elkaar om. Het was zwaar lichamelijk werk, men was in weer en wind buiten. Wie nieuw was, kreeg het niet zelden voor de kiezen. Die werd om een rubberen hamer gestuurd, waarmee 'om een hoekje getimmerd' kon worden. Ook de vierkante gaatjesboor was een veelvoorkomende boodschap voor een nieuweling."
Wormgoor: "Toch kijken de mensen die voor het boek zijn geïnterviewd, meestal tussen de 70 en 90 jaar oud, met heel veel plezier terug op hun werkzame leven. Vaak begonnen ze al na de lagere school, als ze dertien, veertien jaar waren. 'Als je niets anders kon, kon je altijd nog op de werf aan het werk', werd er wel gekscherend gezegd. Voor het merendeel was het een baan voor het leven. Een 40-jarig dienstverband was geen uitzondering."
Over de Groninger scheepsbouw zijn bibliotheken volgeschreven. "Maar wij vertellen de verhalen van de mensen", zegt Wormgoor. "De verhoudingen tussen het werkvolk onderling en tussen de arbeiders en de directie vind je niet in de meeste boeken over scheepsbouw. Door mensen zelf hun verhaal te laten vertellen, schets je een tijdsbeeld."
De Groninger traditie van schepen bouwen komt rechtstreeks voort uit de vervening. "De gestoken turf werd over het water afgevoerd en daarom zag je vanaf het begin in de Veenkoloniën scheepswerven ontstaan. De coaster, een klein vrachtschip dat zeewaardig was en toch kleine havens aan kon doen, is een Groninger uitvinding. Dat type boot valt rechtstreeks te herleiden tot de turfscheepjes waarmee het begon. Het formaat van een coaster maakt dat zo'n schip verder landinwaarts gebouwd kan worden. Oceaanstomers zijn nooit in Groningen gebouwd. De bruggen en sluizen waren er domweg te smal voor."
Halverwege de negentiende eeuw telde de provincie Groningen zo'n honderd scheepswerven. "Vroeger werd een schip op de helling gebouwd", aldus Wormgoor, "en dan zag je een schip als het ware groeien. Tegenwoordig worden schepen vaak in loodsen gebouwd, onttrekt het proces zich meer aan het zicht en komen de schepen als het ware kant en klaar naar buiten."
Ingrid Wormgoor is als vrijwilliger verbonden aan museumwerf Wolthuis in Sappemeer. "Mijn rol is te adviseren bij de presentatie. De opzet is dat Wolthuis een werkende werf blijft, waar oude technieken gebruikt worden en bezoekers een schip gebouwd kunnen zien worden. De interviews die voor het boek zijn afgenomen, zijn op band opgenomen. Stemfragmenten kunnen worden gebruikt bij de presentatie in woord en beeld op de historische werf."
'Op de helling, hoe het reilde en zeilde op de Groninger scheepswerven', van Ingrid Wormgoor, is een uitgave van Profiel in Bedum en kost 23,50 euro.






