Het moesten de Olympische Spelen van Sven Kramer worden. Vancouver zou door de 23-jarige Fries in dik twee weken tijd omgetoverd worden tot Svencouver, daar was iedereen met een Oranjehart het wel over eens.
Een verkeerde wissel en weg was de verwachte olympische roem. Daar kwam de miscommunicatie tijdens de ploegenachtervolging nog eens overheen.
Chef de mission Henk Gemser zette voorafgaand aan het sportieve spektakel in op meer medailles dan vier jaar geleden in Turijn. Toen keerde de Oranjeploeg terug met drie keer goud, twee keer zilver en vier keer brons. Dat kon beter, vond Gemser. Hij werd in die gedachte ondersteund door econometristen van de Rijksuniversiteit Groningen, die berekenden dat het er elf moesten zijn.
Uiteindelijk bleef de teller steken op acht medailles, vier keer goud, een keer zilver en drie brons. Slechts één keer eerder behaalde Nederland meer goud op de winterspelen. In Nagano waren het er in 1998 vijf (Gianni Romme (2), Marianne Timmer (2) en Ids Postma). En toch was de prestatie in Vancouver uniek. Nooit eerder mochten vier verschillende individuele sporters op visite bij de koningin met goud om de nek. Drie was tot dusver het record.
Mark Tuitert zorgde voor de stunt van het toernooi door de 1500 meter te winnen. Ireen Wüst deed bij de vrouwen precies hetzelfde. En wat te denken van Nicolien Sauerbreij. Voor het eerst sinds het kunstrijzilver van Dianne de Leeuw was er Nederlands succes op een ander onderdeel dan schaatsen.
De Spelen als mislukt betitelen omdat Kramer slechts één keer goud meeneemt naar Nederland, zou dus niet eerlijk zijn ten opzichte van de andere winnaars. Het land rouwde om de desastreuze wissel van Kramer, maar ontplofte door de verrassende successen van met name Tuitert en Sauerbreij. Zij keren terug als koning en koningin, Kramer zal het vier jaar moeten doen met de titel kroonprins. In Sotsji is er in 2014 pas kans op revanche. (GPD)

