De hele wereld in een tuincentrum
DVHN | Gepubliceerd op 26 augustus 2010, 12:31 Laatst bijgewerkt op 18 maart 2011, 15:31Naar een tuincentrum, dat vind ik nou een leuk uitje. Niet om er iets voor de tuin te kopen, welnee. Gewoon, om te neuzen hoe Nederland dat nou doet, een tuin inrichten. Je ziet er loungesets die zó groot zijn, dat ze de halve Vinex-kavel al in beslag nemen, en dan met witte kussens. Leuk, met opgroeiende kinderen met zand aan de schoenen. En waar blijf je met die halve matrassen als het regent?
De barbecue is allang geen Hibachi met twee van die roestende roostertjes meer, maar een buitenfornuis waarop je al je Jamie Oliver-aspiraties kwijt kunt. Olijfolie en geurkaarsen, hele serviezen en duizenden snuisterijen, bloempotten zo groot dat je er vijf kleuters in kunt verstoppen, aankleden maar. Het begrip globalisering krijgt hier een nieuwe dimensie: de Tibetaanse boeddhabeelden hebben gezelschap van dromenvangers van de indianen, de Zuid-Afrikaanse braai staat gebroederlijk naast het mediterrane aardewerk. De planten zijn tussen dit geweld een beetje een ondergeschoven kindje.
Leuke themadingetjes, daar staat het vol mee. In maart bijvoorbeeld al een complete kruidentuin met vorstgevoelige dingen als basilicum en rozemarijn, zodat je in mei nog eens komt. De vaste planten zijn niet gerangschikt op standplaats of hoogte, maar gezellig op kleur. Naar namen moet je niet vragen, laat staan naar iets onbeduidends als grondsoort. Lonkt daar al niet het tuincafé? Tijdverdrijf, dat is het. Je gaat altijd wel met iets hebberigs naar huis, en je hebt de dag mooi kapot.
Voor planten ga ik naar een kweker in de buurt. Hij en zijn vrouw hebben hun hele leven gewijd aan het vinden van sterke, betrouwbare soorten. Wat je daar weghaalt, kun je op de kop in de tuin zetten en het slaat nog aan. Hun dochter maakt van afgeknipte zaaddozen en bloemen nog gauw even een mooie krans, omdat het zo jammer weggooien is. Groene vingers en een groen hart dat nog opspringt van elke nieuwe vondst. Geen tuincafé, maar als je geluk hebt wel de koffie klaar.
Ouderwets, wat u zegt, maar ik kom er vandaan met een stuk kalmere hartslag en planten die járen meegaan. Lekker, ouderwets.
Frederike Krommendijk,
journaliste, hobbytuinier en boekenschrijfster, geeft in deze zomerserie haar kijk op het buitenleven





