Nu, 1945 Een jaar lang dagelijks nieuws uit het bevrijdingsjaar in Groningen en Drenthe, met de middelen van nu
Jenny Stern uit Assen ontsnapte uit Kamp Westerbork en zat op zeven plekken ondergedoken.
1945

De joodse Jenny Stern keert kort na de bevrijding terug naar Assen: 'Na de oorlog was het erger dan in de oorlog'

Jenny Stern uit Assen ontsnapte uit Kamp Westerbork en zat op zeven plekken ondergedoken. - Foto: DVHN/Jeroen Kelderman

Voor Jenny Stern uit Assen was de bevrijding bepaald geen feest. Als 19-jarige joodse overlevende joeg ze stadgenoten uit de geplunderde kledingzaak van haar vader.

'Nichts zu machen'

Haar vader en moeder zijn met haar jonge zusje Leny van 7 in Sobibor vergast. Drie dagen nadat ze in kamp Westerbork op de trein gezet waren. ,,Ik zie ze nog vertrekken. Ik smeekte kampcommandant Gemmeker ze niet op transport te zetten. Ik had hem wel eens thee ingeschonken. ‘Nichts zu machen’ riep Gemmeker. En de wagondeuren gingen dicht. Dat beeld raak ik nooit meer kwijt.”

Jenny Stern is 93 jaar. Ze is jarig op 5 mei, maar bevrijdingsdag is voor haar geen feestje. Haar ellende ging door na de bevrijding in april 1945, toen ze van haar laatste van zeven onderduikadressen terugkeerde naar Assen. Naar de Marktstraat 9 waar haar ouders Aron en Frouwien Stern een modezaak bestierden. De notabelen van de stad kochten in een speciale achterzaal hun kleding.

Enige overlevenden

De winkel was in de oorlog ingenomen door NSB-ers. Toen Jenny als 19-jarig meisje terugkeerde naar haar ouderlijk huis wachtte haar een onaangename verrassing. De winkel was overgenomen door een Verwalter , iemand die tegen een habbekrats de door de Duitser in beslag genomen winkel overnam. ,,Ik stond bovenaan de trap en zag Gerrit de Haan, die spullen uit onze zaak wilde halen. Ik riep: ‘Als je nog een stap binnen zet, dan gooi ik je van de trap af.’ Ik blufte, was klein, 1,50 meter, maar had een grote mond. Die De Haan heb ik nooit weer gezien.”

Jenny en haar oudere zus Hetty zijn de enigen van het gezin Stern die terugkeerden. Hetty heeft niet in doorgangskamp Kamp Westerbork gezeten. Ze was al eerder ondergedoken. Jenny zat wel in Westerbork. ,,Ik ben uit Westerbork ontsnapt toen ik naar de werkboerderij buiten het kamp moest. De verzetsmensen Geert van Wijk en Jan Beijering hebben me opgepikt met een auto langs het Oranjekanaal. Ik kon de wagen herkennen een toefje hooi aan de bumper. Ze hebben me naar een boerderij aan de Beilerstraat in Assen gereden en daar heb ik me verstopt in het kippenhok.

In Assen reed ik met een grote hoed op door de stad. Toen het te gevaarlijk werd, ben ik op de fiets gevlucht. Ach, ik heb op zeven adressen ondergedoken gezeten. In De Wilp, Noordwolde, Siegerswoude, Buitenpost en op het laatst in Augustinusga. Meestal bij gereformeerde gezinnen. Ik ging als joods meisje mee naar de gereformeerde kerk. Dat ging best goed, totdat iemand zei: ‘Goh dat kon wel eens een joods meisje zijn.’ Dan werd ik op een ander adres ondergebracht.”

De kledingwinkel in Assen zat vol met goederen toen de ouders van Jenny Stern in 1942 de winkel aan de Verwalter kwijtraakten.

loading  

Winkel leeggeroofd

,,Er zijn veel spullen uit onze winkel gestolen. Niet alleen in de oorlog, ook toen ik terugkwam. Van der Schans van de modezaak op de hoek van De Nieuwe Huizen en Gedempte Singel, waar nu de Finse modezaak zit, Gerritsma uit de Kruisstraat en Het Rode Kruis in Assen, allemaal haalden goederen uit onze winkel.

Ik vergeet nooit dat bij Gerritsma Jäger ondergoed onder de toonbank werd verkocht, met het merkje van A.A. Stern dat mijn vader in zijn kleding naaide. Ik ben er nooit meer geweest. Baron De Vos van Het Rode Kruis liet vrouwen tassen vol kleding uit onze zaak halen. Aan Het Rode Kruis heb ik nooit een stuiver meer gegeven. Die hebben in de oorlog geen poot naar de joden uitgestoken.”

Met Geert van Wijk heb ik een paar winkelkasten leeggehaald die op slot zaten. ,,Er zaten nog heel veel spullen in. Kousen, japonnen en ondergoed. Dat spul was goud waard na de oorlog. Ik zal je vertellen, de politie heeft me drie keer op het bureau ontboden. Die vond dat we aan het stelen waren. Die spullen waren van mijn vergaste ouders! Ik durf het best te zeggen, na de oorlog was het erger dan in de oorlog.”

Amsterdam, Zwitserland en Assen

Jenny en zus Hetty Stern probeerden na de oorlog samen de zaak van hun ouders weer op bouwen. ,,Dat ging niet goed. Mijn zus en ik lagen elkaar niet. Familie krijg je, vrienden kies je.” Een nicht zette de zaak voort. Jenny vertrok naar Amsterdam waar ze werk vond in de chique kledingzaak Maison de Bonneterie. Ook zat ze een tijdje in Zwitserland om later terug te keren naar Assen. Ze begon een lingeriewinkel aan de overkant van het ouderlijk huis aan de Marktstraat. In 1971 stopte ze met deze winkel.

Jenny Stern is 34 jaar getrouwd geweest, kreeg een zoon Niek (65) en een dochter (68). Maar ze scheidde van haar man. Voor de deur van de voormalige kledingzaak Stern liggen drie struikelstenen. Keien met vierkante koperen plaatjes. De namen van haar omgekomen ouders en zusje staan erin gegraveerd, met geboorte- en overlijdensdatum: 23 april 1943, Sobibor.

'I want to break free'

Ziet ze op tegen de dood? ,,Nee hoor, dood is dood. Dan zit ik na twee dagen in het oventje. Er hoeven geen mensen bij te zijn en geen bloemen.” Op haar eettafel ligt een boek met cd van Freddie Mercury de zanger van Queen. Ze is fan. ,,Hij was een excentriek figuur, dat ben ik ook. I want to break free, d at nummer moeten ze draaien op mijn crematie.” Ze is samen met haar zoon en familie naar de film Bohemian Rapsody geweest. Ze heeft genoten. Bridgen is nog haar passie, nog altijd kaart ze twee keer in de week. Ooit speelde ze bridge op hoog niveau en werd met haar partner Nederlands kampioen.

Jenny Stern wil dus niet begraven worden op de Joodse begraafplaats in Assen. ,,Ik wil niet in de grond liggen. Dat komt door de oorlog. Ik wil worden verbrand, mijn as mag verstrooid worden over het Joods monument.”

Deel dit artikel
Reageren? Correcties? Tips? Mail naar verhalen@ndcmediagroep.nl

Nu, 1945 is een project van Dagblad van het Noorden, in samenwerking met de Groninger Archieven, het Drents Archief en Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In 2020 brengen we elke dag verhalen over diezelfde dag in 1945. Dat doen we op basis van interviews, ooggetuigenverslagen en papieren bronnen, zoals (verzets)kranten uit de oorlog. We brengen het nieuws van toen alsof het nu gebeurt, maar houden rekening met wat mensen toen wisten. Met Nu, 1945 willen we laten zien hoe het dagelijks leven er onze regio uitzag in het laatste oorlogsjaar.

Aan dit project werken mee:

  • Archiefonderzoek, verslaggeving en interviews: Jan-Willem Horstman, Stef Bekhuis, Bernd Otter, Annique Oosting en Leonie Sinnema
  • Video’s en beeld: Jeroen Kelderman
  • Projectcoördinatie: Annique Oosting
  • Design website: Pim Klomp
  • Bouw website: Afdeling Digital Development NDC Mediagroep en Alwin Wubs
  • Ontwerp beeldmerk: Harry Kasemir

Dit project is mede mogelijk dankzij subsidies van de provincies Groningen en Drenthe en steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.