Nu, 1945 Een jaar lang dagelijks nieuws uit het bevrijdingsjaar in Groningen en Drenthe, met de middelen van nu
 Martha van Zalen en haar zus bij het graf van Hansi in Oostenrijk.
1945

Het krijgsgevangenschap van Abel van Zalen: 'Vrijheid is het grootste goed dat je hebt’

Martha van Zalen en haar zus bij het graf van Hansi in Oostenrijk.

Soldaat Abel van Zalen uit Oude Pekela is 24 jaar oud en staat op het punt voor het eerst vader te worden als hij zich in juni 1943 moet melden in de Frieslandkazerne in Assen. Het is het begin van een krijgsgevangenschap dat twee jaar duurt. Al die tijd hield hij een dagboek bij. ‘Dit boek is mij lief geworden en ik wil het bewaren zo lang als ik leef.’

Als soldaat bij het Eerste Regiment Infanterie moet Abel van Zalen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog met zijn compagnie bij Emmer-Compascuum een brug verdedigen om te zorgen dat Duitse soldaten niet binnen vallen. Enkele jaren later worden de Nederlandse militairen alsnog krijgsgevangene gemaakt door de Duitse bezetter. Daarvoor moet Van Zalen zich op 3 juni 1943 melden in de Frieslandkazerne in Assen. Hij is dan bijna een jaar getrouwd met zijn vrouw Stientje, die in verwachting is van hun eerste kind. Een zoon die hij pas twee jaar later voor het eerst zou zien.

‘Dit boek is mij lief geworden’

Het dagboek begint op 4 juni 1943, de eerste dag van zijn krijgsgevangenschap, en eindigt op 31 december 1944. Het vijfde en laatste deel, dat daarna is geschreven, is verloren gegaan. Daarin beschreef Van Zalen de laatste dagen in gevangenschap en de reis terug naar Nederland. Het dagboek was belangrijk voor hem. Op 21 mei 1944 schreef hij: Dit boek is mij lief geworden en ik wil het bewaren zolang als ik leef .

Tijdens zijn krijgsgevangenschap verstopte hij het dagboek, bang dat het in de verkeerde handen terecht zou komen en dat hij daarvoor zou worden gestraft. Daarom heeft hij niet alles wat hij heeft meegemaakt opgeschreven, vertelt zijn dochter Martha van Zalen (73). ,,Ik denk dat wij de helft van de ontberingen niet weten. Er zijn mede-krijgsgevangenen doodgeschoten. Na bombardementen heeft hij lijken moeten wegslepen. Daarover heeft hij niet geschreven.’’

De ontberingen vinden plaats in Graz in Oostenrijk, waar Van Zalen tot het einde van de oorlog het grootste deel van zijn krijgsgevangenschap doorbrengt. In Graz wordt hij tewerkgesteld. In ploegendienst werken de krijgsgevangen op het land, waar ze aardappels en bieten rooien. Slapen doen ze in barakken. Het werk is zwaar. De gehele morgen in de aardappelkelder. Een rotbaan en het stinkt daar zo. We hebben die dag tot 19.30 gewerkt en dat op zaterdag. Het was werkelijk een slechte dag. We hadden honger als wat.

loading

Via het Rode Kruis kunnen Van Zalen en zijn vrouw elkaar brieven sturen. Zo hoort hij op 14 november 1943 dat hij een zoon heeft gekregen. Ik kreeg brief en een kaartje tegelijk en heb eventjes in stilte gehuild. De jongens waren blij dat die zorgen voor mij uit de lucht waren.

‘Heb nou in geen vijf dagen wat gegeten’

Tijdens zijn krijgsgevangenschap wordt Van Zalen meerdere keren ziek. In de zomer van 1943 krijgt hij bronchitis. Heb nou in geen vijf dagen wat gegeten en ben aardig afgevallen. Ik weeg nu 49 kilo. In het najaar krijgt hij opnieuw bronchitis. Aan het einde van de oorlog wordt Van Zalen erg ziek. Hij krijgt reuma en weegt nog maar 40 kilo. Hij zou er altijd last van blijven houden. ,,Mijn vader had altijd dikke knieën, dikke handen. Hij had altijd pijn’’, vertelt Martha van Zalen.

Hansi Schischeg, schoonmaakster in het kamp waar de krijgsgevangen verbleven, neemt hem in huis en verpleegt hem twee weken. Tijdens zijn krijgsgevangenschap hebben de twee een bijzondere band gekregen. Na het werk zoekt Van Zalen haar en haar man vaak op om koffie mee te drinken of samen te eten. Ze had eind 1944 al gezegd dat Van Zalen tot het einde van de oorlog bij haar onderdak zou kunnen krijgen. Die belofte maakt ze waar.

In de laatste notitie in het vierde dagboek dat bewaard is gebleven, schrijft Van Zalen op 31 december 1944: Vandaag is het jouw verjaardag schat. Ik wil je van harte feliciteren in de hoop dat ik volgend jaar weer bij jou ben .

Die wens wordt waarheid. Op 10 juni 1945 zet Van Zalen weer voet in Nederland. Daar gaat een lange reis aan vooraf. Met de dagboeken van mede-krijgsgevangenen Alexander Merki en Jo de Groot en aan de hand van krantenberichten is het laatste deel van zijn gevangenschap gereconstrueerd.

‘Hij vertelde alleen de mooie verhalen’

Na twee weken verzorgd te zijn door Hansi Schischeg is Van Zalen aangesterkt en gaat hij op 17 mei 1945 naar Wolfsberg, waar hij zich bij de andere krijgsgevangen aansluit. Vanuit daar vertrekken de krijgsgevangenen op 23 mei 1945 met de trein naar Italië. Op 3 juni gaan ze in Napels aan boord van het schip dat hen naar Frankrijk vaart. In Frankrijk aangekomen gaan ze door naar Parijs. Daar stappen ze op 8 juni op de trein naar Tilburg. Vanaf het station in Tilburg gaan de krijgsgevangen naar de kazerne in Weert, waarvandaan ze naar huis worden gebracht. Thuis is voor Van Zalen Oude Pekela, waar hij wordt herenigd met zijn vrouw en zijn twee jaar oude zoon, die hij voor het eerst ziet.

Haar vader sprak weinig over wat hij had meegemaakt als krijgsgevangene, vertelt Martha van Zalen. Na de oorlog kreeg hij nog twee kinderen en ging hij aan het werk in de kruidenierszaak van zijn vader in Oude Pekela, die hij later overnam. Het was hard werken. ,,Toen hij uit de oorlog kwam, zette hij de schouders eronder. Hij moest en wilde verder.’’

loading

Pas toen zijn kleinkinderen interesse kregen in wat hun opa had meegemaakt, begon hij te vertellen. ,,Mijn vader vertelde alleen de mooie verhalen, om ons te beschermen tegen de ellende. Daar heeft hij weinig over losgelaten. Hij heeft altijd geprobeerd over te brengen dat vrijheid het grootste goed is dat je hebt.’’

Na de oorlog probeerde Van Zalen in contact te komen met Hansi Schischeg, maar alle brieven kwamen ongelezen retour. ,,Ze bleek niet meer op het adres dat hij had te wonen. Een alerte postbode heeft een brief naar haar nieuwe huis gebracht en zo kwamen ze 19 jaar na de oorlog weer met elkaar in contact.’’

Weerzien

Met zijn vrouw gaat Van Zalen naar Oostenrijk om Hansi Schischeg te bezoeken. Die reis gaat via een enorme omweg. Door Duitsland rijden durft Van Zalen niet. Na het eerste bezoek gaan ze bijna elk jaar naar Oostenrijk, uiteindelijk ook via Duitsland.

Drie jaar geleden heeft Martha van Zalen met haar zusje en zoon de plekken bezocht waar haar vader in Oostenrijk heeft vastgezeten. ,,Het was heel emotioneel om de kazerne, het gasthuis en andere plekken waar hij gevangen heeft gezeten te bezoeken. Dat mijn vader dat heeft meegemaakt. Al die ontberingen, die vernederingen.’’

Deel dit artikel
Reageren? Correcties? Tips? Mail naar verhalen@ndcmediagroep.nl

Nu, 1945 is een project van Dagblad van het Noorden, in samenwerking met de Groninger Archieven, het Drents Archief en Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In 2020 brengen we elke dag verhalen over diezelfde dag in 1945. Dat doen we op basis van interviews, ooggetuigenverslagen en papieren bronnen, zoals (verzets)kranten uit de oorlog. We brengen het nieuws van toen alsof het nu gebeurt, maar houden rekening met wat mensen toen wisten. Met Nu, 1945 willen we laten zien hoe het dagelijks leven er onze regio uitzag in het laatste oorlogsjaar.

Aan dit project werken mee:

  • Archiefonderzoek, verslaggeving en interviews: Jan-Willem Horstman, Stef Bekhuis, Bernd Otter, Annique Oosting en Leonie Sinnema
  • Video’s en beeld: Jeroen Kelderman
  • Projectcoördinatie: Annique Oosting
  • Design website: Pim Klomp
  • Bouw website: Afdeling Digital Development NDC Mediagroep en Alwin Wubs
  • Ontwerp beeldmerk: Harry Kasemir

Dit project is mede mogelijk dankzij subsidies van de provincies Groningen en Drenthe en steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.