Nu, 1945 Een jaar lang dagelijks nieuws uit het bevrijdingsjaar in Groningen en Drenthe, met de middelen van nu
Een selectie uit de krantenberichten uit 1945.
1945

Negen maanden kranten uit 1945: 'Lezen tussen de regels door'

Een selectie uit de krantenberichten uit 1945.

Voor het project Nu, 1945 spitte de redactie van Dagblad van het Noorden negen maanden lang door kranten van 75 jaar oud. Wat viel op? Over Anglo-Amerikaanse terreurvliegers, luchthartige Limburgers en meisjes uit goede gezinnen die hun gezondheid op het spel zetten.

Natuurlijk gaat het in de wintermaanden van 1945 op straat en in het nieuws over de oorlog en de ophanden zijnde climax daarvan. Ook de lokale kranten in het Noorden schrijven volop over de frontlinies in Rusland, België, Zuidoost-Azië of waar dan ook. Maar wie negen maanden kranten leest uit 1945, komt tot de conclusie dat een onderwerp veel dichter bij huis de meeste aandacht krijgt.

Volksverhuizing

Dat onderwerp is de evacuatie van met name Limburgers, die een veilig heenkomen zoeken in onze regio. Met de kennis van nu weten we dat het destijds om een ware volksverhuizing ging. Veel plaatsen in Groningen en Drenthe kregen ermee te maken. Dat de grootschalige evacuaties halsoverkop zijn opgetuigd, is terug te zien in de berichtgeving. In de maanden februari en maart staat de vraag- en aanbodpagina van De Noord-Ooster vol met verzoeken om inlichtingen: mensen zijn elkaar allemaal kwijt.

Het Dagblad voor het Noorden waagt zich aan een karakterschets van de Limburger en zet die af tegen de Groningse aard. ‘Een Limburger wordt nou eenmaal nooit een Groninger en een Groninger nooit een Limburger.’ Eén van de verschillen volgens de krant: ‘De Limburger neemt de dingen wat gemakkelijker, is wat luchthartiger. In de ogen van de Groningers, in wier land, zoals het volkslied zegt, de ‘deeglike deeglikhaid’ woont, moet hij wel iets minder secuur lijken.’

Volgens de krant gaat het samenleven, ondanks de verschillen, goed. Maar, benadrukt de krant: de baas spelen over de tijdelijke gasten of het vragen van geld van logees geeft geen pas. Verzetsgroep Je Maintiendrai waarschuwt in De Koerier bovendien: ‘Wees niet wantrouwend, maar wel voorzichtig. (...) Bedenk: vooral verraders doen alle moeite om uw vertrouwen te winnen.’

Het opvallendste bericht over de evacués? De dankbaarheid van het Limburgse gezin Peters jegens de Groningers strekt zo ver dat ze hun pasgeboren zoon Paul de tweede naam Martini geven. Een speurtocht naar deze Paul Martini Peters, die we graag hadden willen spreken, heeft helaas (nog) niks opgeleverd.

Sfeerbeelden ontbreken

Is Nederland voor de oorlog 120 krantentitels rijk, rond de bevrijding zijn daar nog maar een paar van over. De door de bezetter goedgekeurde krantentitels in onze regio zijn Het Dagblad voor het Noorden en de Noord-Ooster in de provincie Groningen en het Drentsch Dagblad in Drenthe. De kranten vervullen een andere rol dan tegenwoordig.

Zo is het moeilijk om uit de kranten een duidelijk sfeerbeeld van die tijd te halen. De informatie is vooral heel feitelijk. „Het genre reportage is, vooral binnen de regionale journalistiek, nog niet gangbaar”, zegt Marcel Broersma, hoogleraar media en journalistieke cultuur aan de Rijksuniversiteit Groningen. „De redacties zijn erg klein en bovendien is er weinig ruimte voor, de kranten zijn dun in de oorlog. Er staan vooral korte nieuwsberichten in, aangevuld met verslagen. Dat zijn letterlijke weergaven van bijvoorbeeld vergaderingen.”

De toon van die verslagen zijn in deze periode wel duidelijk pro-Duits. Zo spreekt het Drentsch Dagblad in berichten over de frontlinies over ‘vijandelijke Amerikaanse en Engelse troepen’ en ‘de glorieuze toekomst van Nazi-Duitsland’. Bovendien legt de krant de schuld van de hongerwinter volledig bij de geallieerden, die opgeroepen hebben tot de spoorwegstaking in Nederland. Termen als ‘Anglo-Amerikaanse terreurvliegers’ ‘dappere Duitse soldaten’ en ‘vergeldingsvuur op Londen’ komen vaak voorbij.

Verdedig Duitsland!

De jeugd wordt in de maanden voor de capitulatie door deze krant dan ook opgeroepen zich te melden voor de verdediging van Duitsland. Er zijn verschillende soorten oproepen, maar het meest in het oog springend zijn de in de krant afgedrukte ‘brieven’ van Nederlandse jongens en meisjes die zich hebben gemeld voor de Wehrmacht of Luftwaffe. ‘Ik ben nog goed gezond en hoop van jullie allen hetzelfde’, schrijft ene Hendrikje Sloterwijk. ‘Wij hebben mooie bedden, goed eten en niet veel werk. We zijn hier in een prachtig mooi gebied in de bergen. [...] Ik ben hier met een meisje uit Assen, een heel verstandig meisje. Ik verdien hier veel geld en dat is voor U, moeder.’

Met de kennis van nu is zo’n bericht bijna lachwekkend. Maar midden in de koude februarimaand van 1945 lazen mensen deze tekst misschien toch anders. „De invloed van dit soort propaganda is lastig te meten”, legt Broersma uit. „Hier wordt gepoogd een lonkend perspectief te bieden en mensen over te halen. Het is goed mogelijk dat mensen die daar vatbaar voor waren, over zijn gehaald om zich te melden.”

Behalve deze oproepen drukken de kranten ook veel speeches af van belangrijke nazi’s, zodat lezers meekrijgen hoe propagandaminister Goebbels het Duitse volk opzweept om tot het bittere einde door te vechten. Het is daarmee niet gezegd dat lezers van de toegestane kranten een heel ander idee kregen van het verloop van de oorlog dan mensen die stiekem verzetskranten zoals Trouw of De Koerier lazen.

Zo gebruikt ook het Drentsch Dagblad persberichten van de internationale nieuwsdienst Reuters, bijvoorbeeld over de Conferentie van Jalta en de plannen om Duitsland na de oorlog te verdelen onder de geallieerden. Zelfs Radio Oranje wordt af en toe aangehaald en ook in deze pro-Duitse krant wordt duidelijk dat Hitler de oorlog aan het verliezen is.

„Daar komen ze natuurlijk ook niet onderuit”, zegt Broersma. „Mensen in het Noorden weten op dit moment echt wel dat Zuid-Nederland al bevrijd is. Je ziet dat de kranten in het Noorden wel gebruikmaken van bronnen als Radio Oranje, ook om het vertrouwen van de lezer te winnen. Maar ze geven wel een eigen draai aan deze berichten, op zo’n manier dat het net even wat meer in het eigen straatje past.”

loading  

Duitse sympathieën zijn ineens verdwenen

Op dinsdag 17 april, een paar dagen na de bevrijding van Assen, verschijnt de Provinciale Drentsche en Asser Courant (PDAC) weer, voor de oorlog de grootste titel in Drenthe. Na een afwezigheid van bijna drie jaar is de toon, vlak voor de algehele capitulatie, duidelijk vaderlandslievend. De bevrijding wordt bejubeld en er wordt getreurd om allen die op het laatste moment nog door ‘den vijand’ om het leven zijn gebracht. Duitse sympathieën zijn volledig uit de kranten verdwenen.

Toch verandert het type berichten in de kranten na de bevrijding nauwelijks: ze zijn formeel en informatief. Je leest aankondigingen van het Militair Gezag, mededelingen over voedselbonnen en hulpacties voor zwaargetroffen gebieden. Maar ook nu is er één onderwerp dat eruit springt: bevrijdingsfeesten.

Tot diep in juni lees je berichten over bevrijdingsfeesten in de dorpen van Groningen en Drenthe. Na de spontane uitbarstingen van vreugde, direct na het binnenrollen van de geallieerde tanks, worden overal feestcommissies opgericht om op een later moment een ‘officieel’ feest te vieren. De Canadezen snappen daar tegen die tijd helemaal niets meer van. ‘Wat hebben jullie Hollanders een lange tijd nodig om feestjes voor te bereiden’, zou hun repliek zijn geweest volgens de PDAC .

Minder feestelijk zijn, in de maanden na de bevrijding, de terugkerende berichten over ernstige verkeersongelukken. Bij die ongelukken zijn opvallend vaak Canadezen betrokken. Zo veroorzaakt een Canadese militair met een gestolen wagen van de Nederlandse grenswacht een ernstig ongeluk in het Asserbos en op 23 juli neemt een Canadese bestuurder van een legertruck de bocht in de Rolderstraat in de Drentse hoofdstad veel te ruim. Hij sleurt vier mensen mee die op de stoep staan te praten. Twee van hen overleven het niet.

Morele opvattingen

De kranten vertellen verder veel over de heersende morele opvattingen van de tijd. En daarover werd duidelijk stelling genomen. Zo stuitte de Asser recherche bij een onderzoek per toeval op een in de Drentse hoofdstad gepleegde abortus. Het lukte de politie twee daders op de sporen, zo schrijft de PDAC. Het commentaar van de krant? ‘Dit rechercheonderzoek toont weer eens te meer duidelijk aan hoe betreurenswaardig het in moreel en zedelijk opzicht met een deel van onze vrouwelijke jeugd is gesteld.’

Ook in de ‘zedelijkheidskwestie’ spelen de Canadese militairen een rol. Neem het probleem van de geslachtsziekten, waarover in de kranten volop te lezen is. Volgens de PDAC houden die verband met de in Nederland aanwezige Canadese militairen: ‘Tal van meisjes, ook uit onze normale, goede gezinnen, zetten hun gezondheid en hun toekomst op het spel. Ouders en meisjes moeten begrijpen waar het om gaat, namelijk om omgang met mannen, die niet tevreden kunnen zijn met onschuldig bezoek aan dancing of bioscoop, maar die in het algemeen vooral behoefte hebben aan geslachtelijke omgang en dit na bioscoop of dancing ook verwachten van de meisjes, die hen vergezellen.’

De krant stelt dat een dringend beroep moet worden gedaan op de Canadese autoriteiten om dit probleem aan te pakken. Het gaat de gemeente Coevorden niet ver genoeg. In september 1945 lees je in de kranten de nieuwste in de gemeente geldende regels: het is meisjes jonger dan achttien verboden ‘s avonds na 22.00 uur in dansgelegenheden, op sportterreinen of in parken te zijn. Ook mogen meisjes zich niet met mannen ophouden op de openbare weg.

De enige uitzondering op deze regel is als de jongedame in kwestie wordt vergezeld door een volwassen mannelijk familielid. Het is aan eigenaren en exploitanten van cafés en dansgelegenheden om de nieuwe regels na te leven. Op overtreding staat maximaal twee maanden gevangenisstraf of een geldboete van maximaal driehonderd gulden. Welke straf de jongedame in kwestie bij overtreding zou krijgen, is niet duidelijk.

loading  

Oplages stegen in de oorlog

In de tweede helft van het jaar 1945 lijkt het gewone leven steeds meer op gang te komen, kijkend naar de berichten in de kranten. De persvrijheid keert weer terug, mensen hebben weer wat te kiezen als het om nieuws gaat. Dat wil niet zeggen dat de Noordelijke bevolking de pro-Duitse kranten in de oorlogsjaren massaal links liet liggen, weet Broersma.

„Abonnementen van bijvoorbeeld het Nieuwsblad van het Noorden werden na het verbod op deze krant als vanzelf overgenomen door het nieuwe Dagblad voor het Noorden . Het aantal abonnees daalde niet, zoals veel mensen denken, maar steeg juist in de oorlogstijd. Mensen stemden niet met hun voeten door de krant op te zeggen. Ze probeerden vaak wel een beetje tussen de regels door te lezen en de informatie uit de kranten te combineren met andere bronnen, zoals illegale radio-uitzendingen. Zo kregen ze toch een redelijk goed beeld van wat er speelde.”

Einde Nu, 1945

Met dit artikel komt een einde aan de dagelijkse en wekelijkse verhalen over 1945, het laatste oorlogsjaar. Door de coronacrisis bleef de tevoren verwachte aandacht voor 75 jaar bevrijding uit. Hoewel we stoppen met de dagelijkse berichtgeving op de website www.dvhn.nl/1945 publiceren we tot het einde van het jaar nog wel enkele langere oorlogsverhalen in de krant en op die eerdergenoemde site.

Deel dit artikel
Reageren? Correcties? Tips? Mail naar verhalen@ndcmediagroep.nl

Nu, 1945 is een project van Dagblad van het Noorden, in samenwerking met de Groninger Archieven, het Drents Archief en Herinneringscentrum Kamp Westerbork. In 2020 brengen we elke dag verhalen over diezelfde dag in 1945. Dat doen we op basis van interviews, ooggetuigenverslagen en papieren bronnen, zoals (verzets)kranten uit de oorlog. We brengen het nieuws van toen alsof het nu gebeurt, maar houden rekening met wat mensen toen wisten. Met Nu, 1945 willen we laten zien hoe het dagelijks leven er onze regio uitzag in het laatste oorlogsjaar.

Aan dit project werken mee:

  • Archiefonderzoek, verslaggeving en interviews: Jan-Willem Horstman, Stef Bekhuis, Bernd Otter, Annique Oosting en Leonie Sinnema
  • Video’s en beeld: Jeroen Kelderman
  • Projectcoördinatie: Annique Oosting
  • Design website: Pim Klomp
  • Bouw website: Afdeling Digital Development NDC Mediagroep en Alwin Wubs
  • Ontwerp beeldmerk: Harry Kasemir

Dit project is mede mogelijk dankzij subsidies van de provincies Groningen en Drenthe en steun van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.