Opinie: Veenhuizen is geen pauperdorp

Altijd gedacht dat ik opgroeide in een gevangenisdorp. Dat blijkt niet te kloppen; de laatste tijd wordt Veenhuizen steeds vaker ‘pauperdorp’ genoemd.

We weten allemaal hoe de term ‘pauper’ in onze vocabulaire terecht is gekomen. Tien jaar geleden verscheen er een boek van een schrijfster wier voorouders in de negentiende eeuw naar de Veenhuizer gestichten waren gestuurd.

Omdat haar boek voortkwam uit een zekere verontwaardiging daarover, koos ze een ironische titel met een mooie, raadselachtige alliteratie, want paupers in een paradijs, hé, zeg, hoe zit dat? Dat Veenhuizen nooit een paradijs is geweest weet iedereen, het contrast is geniaal gevonden.

Eigen leven

De auteur van het boek kan er zelf niets aan doen, maar de eerste helft van haar titel is een eigen leven gaan leiden. In de context van Veenhuizen wordt tegenwoordig het woord ‘pauper’ te pas en te onpas gebruikt, terwijl je daar toch echt een beetje mee moet uitkijken. Wie al wat oudere kinderen heeft, weet dat zij over elkaar zeggen: ‘O die, da’s een pauper.’ Daar bedoelen ze mee dat zo iemand goedkope of lelijke kleren draagt. ‘Die tv-zender is voor paupers’, vinden ze, ‘voetbalsupporters zijn paupers.’

Denigrerend

In een woordenboek met straattaal vond ik bij het lemma ‘pauper’: 1) Wat zie jij er vreselijk uit! 2) armoedig persoon 3) iets heel slechts of onnozels. Andere woordenboeken schrijven neutralere betekenissen aan het woord toe, maar hoe dan ook heeft het een bijklank die denigrerend kan overkomen. De term riekt naar leedvermaak. Iemand betitelen als ‘pauper’ is wat we framing noemen. Een ander wegzetten met een geinig, maar onderhuids beledigend woord.

Engels

Eerder dit jaar was in het Drents Archief een expertmeeting waar een Belgische deskundige op het gebied van de Maatschappij van Weldadigheid tegen de aanwezigen zei: „Jullie in Nederland zeggen ‘paupers’, maar in België hebben we het over ‘landlopers en bedelaars’.”

Na afloop heb ik hem verteld dat we in Nederland ook altijd ‘landlopers en bedelaars’ hebben gezegd, zeker in Veenhuizen, en dat het woord ‘pauper’ pas sinds kort op de kolonisten wordt geplakt. Twee Nederlandse experts bevestigden mijn opmerking. Het woord pauper komt uit het Engels en werd in het Nederlands in de negentiende eeuw niet gebruikt.

Voorouders

Iemand uit vroegere tijden tot ‘pauper’ betitelen, betekent dat je veronderstelt dat die persoon van een andere soort was dan jij nu bent. Maar niemand kiest uit waar hij wordt geboren, ook onze voorouders deden dat niet. De mensen die vroeger naar de Koloniën van Weldadigheid werden gestuurd, hadden de pech dat ze ergens ter wereld waren gekomen waar de omstandigheden ongunstig waren.

Maar ook nu nog kan er van alles misgaan in een mensenleven, wij allemaal kunnen van het ene op het andere moment in financiële moeilijkheden komen. Willen we dan ‘pauper’ worden genoemd, terwijl er een neutraler en ook respectvoller alternatief bestaat, namelijk ‘arm persoon’ of ‘arme’?

Contraproductief

Laten we stoppen Veenhuizen en ‘paupers’ met elkaar te verbinden, anders keert het zich nog eens tegen ons. Aangezien het woord in het kader van de Maatschappij van Weldadigheid geen enkele historische onderbouwing heeft, kan het voortdurende gebruik contraproductief werken ten opzichte van een instantie als de Unesco. Het is een leutig bedoelde term om toeristen te trekken, maar met leutig doen komen we echt niet op de Werelderfgoedlijst.

Mijn voorstel: vanaf nu zeggen we ‘arme mensen’. Een miljoen Nederlanders stammen van ze af. Waarom zouden we onze eigen overgrootopa’s en -oma’s uitschelden?

Mariët Meester publiceerde onder meer de boeken Koloniekak en Hollands Siberië. Ze groeide op in Veenhuizen, waar haar vader nog steeds woont.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.