Opinie: Wolven en andere lastpakken in de natuur, je kunt ze wel schieten

De mogelijke aanwezigheid van wolven in Drenthe maakt de tongen los. Natuurliefhebbers zijn blij, herders vrezen voor hun schapen.

Die wilde zwijnen die je weiland in een paar nachten omploegen. Die vos die in je kippenren huishoudt. Grote groepen ganzen die je gras kort grazen. De bevers die je land onder water zetten en de dijk ondermijnen. En de wolf die je schapen aan stukken scheurt. Doodschieten die lastpakken! Dat is een logische reactie als je zoiets overkomt. Mede om die reden hebben we sommige diersoorten honderd à tweehonderd jaar geleden uitgeroeid. We organiseerden klopjachten, zetten vallen en gebruikten gif. Sommige soorten joegen we op tot aan de grenzen van fort Europa. Maar ze keren weer terug. Soms zelfs met hulp, zoals de bever, soms op eigen kracht, zoals wolf en wilde kat.

Beschermde status

Sinds begin jaren negentig de Europese Habitatrichtlijn van kracht werd en alle wilde dieren in Europa een beschermde status kregen, nemen populaties weer toe. Het Europese Natura 2000 netwerk en de Nederlandse Ecologische hoofdstructuur (EHS) dragen daartoe bij. Ook is de houding van de bevolking en terreinbeheerders veranderd. Grote zoogdieren, zoals wild zwijn, edelhert, wolf, wilde kat, bever, das en otter, worden in de hele EU gaandeweg weer onderdeel van het landschap.

Discussie

Het is opmerkelijk om te zien hoe een soort als de wolf met zijn terugkeer overal dezelfde discussies losmaakt, en mensen achter de feiten aan blijven lopen. In Nederland is het niet anders. We hebben er duidelijk moeite mee om ons aan te passen aan de terugkeer van grote wilde dieren. We zijn eraan gewend geraakt dat die dieren achter hekken lopen, zoals in de Veluwe en Oostvaardersplassen. Maar zomaar los, ongecontroleerd, dat gaat velen te ver. De dieren zelf hebben minder moeite met ons cultuurlandschap. Ze passen zich snel aan en lopen ‘s nachts grote afstanden om iets eetbaars te vinden. Een wolf in draf haalt met gemak 30 kilometer per uur. Het heeft daarom ook geen zin om wolfvrije zones in te stellen. Langs de Nederlands-Duitse grens trekken wilde zwijnen ’s nachts de Natura 2000-gebieden uit op zoek naar voedzame landbouwgewassen, malse wormen, emelten en engerlingen. Zwijnen zijn pienter en leren snel mensen te mijden. Deze dieren zijn slechts een voorhoede. Spoedig zullen edelhert, wilde kat en anderen volgen. Allen op eigen kracht.

Preventie

Om overlast te voorkomen, hoeven we voor elke nieuwe diersoort die terugkeert niet telkens het wiel uit te vinden. Er zijn allerlei intelligente preventieve methoden beschikbaar. Het bedrijfsleven springt er graag op in. De terugkeer van grote wilde dieren is daarmee een inspiratie voor technische innovatie.

Schade

Als de samenleving kiest voor grote wilde dieren in het landschap, dan zullen we daar wel iets voor over moeten hebben. Schade veroorzaakt door grote dieren dient volgens de Copa-Cogeca, de Europese koepel van de landbouwers, maatschappijbreed gedragen te worden. Dus niet alleen door de boeren. De samenleving zou bijvoorbeeld hobby- en beroepsschapenhouders preventief moeten ontzien, en niet wachten totdat het noodlot toeslaat. Eenmaal geleden schade kan slechts deels worden gecompenseerd en komt de relatie platteland en stad niet ten goede. Door de handen ineen te slaan, kunnen we het fenomeen zo benutten dat het juist een voordeel voor platteland oplevert.

Drama

Het is daarbij goed te beseffen dat achter de weeklacht van de boer ook een ander drama schuil gaat. Bewoners van het platteland voelen zich opnieuw afgetroefd door de stad. Het is steeds moeilijker om als boer te kunnen overleven. Overal in Europa loopt het platteland leeg. Het raakt zijn jongeren aan de stad kwijt. De komst van grote dieren kan daarentegen ook voordelen voor het platteland met zich meebrengen. Ze trekken toeristen aan. Die maken gebruik van lokale natuurgidsen, overnachten in de buurt, bezoeken restaurants, cafés, winkels en attracties. Ervaringen in andere landen laten zien dat grote wilde dieren allerlei vormen van bedrijvigheid aantrekken en een motor zijn voor groene banen op het platteland.

Alfons Uijtewaal (bioloog) en Margarita Amador (sociologe) zijn medewerkers van Stichting Huize Aarde, een organisatie die zich sinds 1992 inzet voor duurzame ontwikkeling. Om de te ervaren hoe de bevolking en deskundigen tegen de terugkeer van grote wilde dieren aankijken hebben zij afgelopen jaren studiereizen gemaakt naar Noord-Duitsland en Noord Spanje.

De wolf is welkom?!

Onze omgang met de wolf staat komende maandag ter discussie tijdens een openbaar Spoeddebat van Dagblad van het Noorden in de schaapskooi van Balloo.

‘De wolf is welkom’. Met blijdschap gaf de provincie Drenthe in 2015 kennis van de komst van een wolf in Drenthe. Een jaar eerder was die gastvrijheid al als beleid aangekondigd.

Maar hoe welkom is de wolf echt? Of de dader van recente bloedbaden onder schapen in Drenthe een wolf was, is weliswaar nog onbekend, maar hij staat in elk geval prominent in de beklaagdenbank. En meer wolven zullen hun weg vinden naar Noord-Nederland.

Dus wat moeten we met de wolf? Achter een hek zetten? Afschieten? Of toch warm welkom heten?

Over die vragen houdt Dagblad van het Noorden maandag 16 april een zogeheten Spoeddebat. Met als achterliggende vraag: wonen wij in Nederland in een tuin of in een wilde natuur?

Locatie van het debat, dat wordt geleid door DvhN-redacteur Joep van Ruiten: de schaapskooi van Balloo, Crabbeweg 2 in Balloo. Met als gasten in elk geval oud-staatssecretaris Henk Bleker, schaapsherder Marianne Duinkerken en natuur- en schapenkenner Gijsbert Six.

Inloop vanaf 19.30 uur, aanvang 20.00 uur. Neem warme kleding mee, want de schaapskooi is onverwarmd.

 

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.