Opinie: Het Noorden is op gebied van grote infrastructurele projecten veel te bescheiden

Het Noorden heeft op het gebied van grote infrastructurele projecten veel kansen laten schieten. Het wordt tijd voor een gemeenschappelijke stip op de horizon: een betere spoorverbinding.

Onlangs was ik met een delegatie uit de gemeente Noordoostpolder op bezoek bij de Tweede Kamer in Den Haag. In het kloppende hart van onze democratie hadden we gesprekken met Tweede Kamerleden van drie verschillende partijen. Doel van deze ontmoetingen was het opnieuw op de landelijke politieke agenda krijgen van de ontbrekende schakel in ons spoorwegennet: een noordelijke verbinding vanuit Lelystad naar Groningen. Alle drie de Kamerleden lieten ons weten dat een dergelijk initiatief pas weer kans van slagen heeft als gemeenten en met name provincies gezamenlijk hun schouders eronder gaan zetten.

Zuiderzeelijn

Momenteel is er van eenheid weinig sprake, zo leerde onze Haagse expeditie. Sowieso lopen de provinciale visies op de manier waarop het Noorden beter ontsloten kan worden nogal uiteen. Nadat ruim tien jaar geleden de Zuiderzeelijn definitief onderin de la belandde hebben de noordelijke provincies een gemeenschappelijke koers rondom infrastructuur grotendeels laten varen. Zolang dat het geval blijft is een kansrijk pleidooi om het opnieuw over die ene spoorverbinding te hebben een lastig verhaal.

Te bescheiden

Het Noorden heeft op het gebied van grote infrastructurele projecten veel kansen laten schieten. Wat de gesprekken met de D66-, CDA- en VVD-Kamerleden ons vooral leerde is dat deze regio zich veel te bescheiden opstelt. Waar andere delen van het land met tal van voorstellen voor investeringen in infrastructuur komen, doet het Noorden zichzelf tekort door met bescheiden wensenlijstjes op de proppen te komen. De Rijksoverheid kent het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport, het zogenoemde MIRT. Elk najaar gaan de minister van Binnenlandse Zaken en de minister en staatssecretaris van Infrastructuur & Waterstaat in gesprek met de regionale bestuurders om afspraken te maken over investeringen in infrastructurele projecten. Wat de Kamerleden verbaasde was de geringe hoeveelheid aan initiatieven die het Noorden voor het MIRT inbracht.

Opgave

De noordelijke provincies staan de komende jaren voor een fikse opgave. In veel gemeenten is sprake van krimp. Het aantal inwoners loopt terug, hetzelfde kan worden gezegd van het voorzieningenniveau. Hoewel er in het Noorden ook veel goed gaat en er sprake is van een bloeiend midden- en kleinbedrijf, kan de economie er beslist een impuls gebruiken. Een impuls die op de lange termijn nieuwe perspectieven biedt, iets wat na het terugschroeven van de gaswinning en de hoeveelheid banen die daar (vooral indirect) mee verloren gaan dringend nodig is. Het zou de noordelijke provincies zeer te prijzen zijn als er weer over schaduwen wordt heengestapt, de bescheidenheid wordt afgeworpen en men gezamenlijk die gemeenschappelijke stip op de horizon plaatst: de spoorlijn Lelystad-Emmeloord-Heerenveen-Drachten-Groningen is het infrastructurele vraagstuk dat nog opgelost moet worden. Provincies, zet ‘m weer prominent op de wensenlijst, dan weet Den Haag dat het zal moeten bewegen.

Wim van Wegen is fractievoorzitter van D66 in de gemeente Noordoostpolder.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.