Opinie: In Lauwersoog slaat lef om in overmoed

Het ontwerp voor het nieuwe Werelderfgoedcentrum Lauwersoog lijkt een prestigeproject, terwijl het stad en land zou moeten verbinden.

Eerder lazen we hier over de angst dat we onze noordelijke kwaliteiten rust en ruimte in de uitverkoop gooien. Uitgelokt door het ontwerp van het 30 meter hoge Werelderfgoedcentrum Lauwersoog van de Deense architecte Dorte Mandrup. Wat drijft de opdrachtgevers voor dit prestigieuze project?

Koesteren

Er is een groeiend zelfbewustzijn in het noorden van Nederland. We willen de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen aanpakken, maar niet opnieuw voor achterblijvende schade opdraaien zoals bij de aardbevingen in Groningen. Kwaliteiten als open landschap, stilte, duisternis en natuur koesteren we.

Het programma Sense of Place van Oerol-vader Joop Mulder is ook zo’n zoektocht naar balans. De toekomst van het gebied wordt via een lange en moeizame weg vormgegeven via brutale interventies in en aansluitend op het landschap. Dit door combinaties van kunst, architectuur en cultuur.

Spektakelstuk

Het project Werelderfgoedcentrum verschilt hiermee als de dag van de nacht. De opdrachtgevers willen dat het gebouw de horizon gaat domineren. Een spektakelstuk van ongekende proporties zoals we normaliter alleen in stedelijke gebieden aantreffen.

Een toeristisch programma wordt eraan gekoppeld om ‘kritisch’ volume te maken. Het is een vergelijkbare strategie als die wordt gehanteerd bij de bouw van nieuwe voetbalstadions. Aanvullende commerciële programma’s resulteren vaak in kunstmatige perifere en onsamenhangende omgevingen waar heel vaak niks te doen is.

Smaak

‘Over smaak valt niet te twisten’, lezen we hier eerder ook over het Werelderfgoedcentrum. De smaak van een ‘deskundige’ elite zoals de welstandscommissie en stadsarchitecten is vaak leidend. Het gebouw getuigt misschien van goede smaak, maar past niet in deze omgeving. De ontwerpster Dorte Mandrup straalt, maar niet vanwege veel gevoel voor de belangrijke opgaves in het waddengebied.

Het ontwerp herinnert qua concept aan het onbouwbare en niet gerealiseerde bibliotheekgebouw van de Universiteit Jussieu in Parijs. Rem Koolhaas schetste een oneindige voortschrijdende ruimte, metafoor voor het proces van kennisvergaring in een bibliotheek. Koolhaas verkende de grenzen van het onmogelijke en overspeelde zijn hand. Het ontwerp werd nooit gerealiseerd.

Ironie

Dat deze ‘vorm’ nu de inspiratiebron lijkt voor het nieuwe onderkomen van de zeehonden, kan als ultieme ironie van moderne architectuurgeschiedenis ingaan. Er is volgens de opdrachtgevers een goede architecte gevonden, maar ook één die met dit ontwerp uitblinkt in de parafrasering van het voorbije, teruggrijpend op de avant-garde van eind vorige eeuw.

Het project moet juist een aankondiging zijn voor nieuwe, hoopvolle uitdagingen met lef. Net als toen de stad Groningen in de jaren ’90 furore maakte met haar videopaviljoens, Blue Moon van Toyo Ito en de poorten van Groningen van Daniel Libeskind. Het spectaculaire en veelbelovende project voor het Groninger Forum dateert ook nog uit die periode. In Lauwersoog lijkt lef om te slaan in overmoed, door ook zo stedelijk te willen bouwen in de provincie.

Aan Friese zijde is eigenlijk nooit sprake geweest van een stedelijke architectuur: hier moeten de Elf Steden te vriend worden gehouden. Onlangs werd een bescheiden Wadden Center op de Afsluitdijk geopend, onduidelijk qua ambitie.

Verbinden

Deze projecten zouden stad en landschap moeten verbinden. Relaties met programma’s zoals Dark Sky Waddengebied en Sense of Place zijn nodig om bredere uitdagingen voor het gebied aan te gaan in plaats van te gaan voor prestigeprojecten.

Vormt het Werelderfgoedcentrum een bovenregionale toevoeging voor de ontwikkeling van het Noorden met passende vormen van toerisme in een kwetsbaar landschap? De opdrachtgevers moeten willen samenwerken in plaats van scoren, in gesprek gaan over de aanpassing van de plannen vanuit het perspectief van de omgeving.

De architect zal begrijpen dat dit project een succes kan worden, zonder sterachitect te willen zijn. We moeten echte sterren kunnen blijven zien in het Waddengebied als waardevolle voortuin van onze steden.

Alex van de Beld is architect en woont in Nyhamnslage in Zweden.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.