Opinie: Islamitische school goed voor burgerschap

Problemen bij het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam moeten niet leiden tot afschaffing van de vrijheid van onderwijs. Islamitische scholen kunnen bijdragen aan integratie.

Volgens de veiligheidsdiensten zijn er ‘zorgelijke signalen’ over ‘antidemocratische en anti-integratieve gedragingen’ van bestuur en directie van het Amsterdamse Cornelius Haga Lyceum. Zij verkeerden in een salafistische en radicale omgeving, willen de helft van het curriculum aan de salafistische geloofsleer wijden en pogen scholieren buiten de lestijden in hun invloedssfeer te brengen. De publieke waarschuwingen van de veiligheidsdiensten en van het gemeentebestuur leidden de afgelopen dagen tot de nodige media-aandacht. Veelgehoord: sluit die islamitische school. Maar een verbod op islamitische scholen zal het probleem alleen maar groter maken.

De vrijheid van onderwijs zoals we die in Nederland kennen, is terug te voeren op de grondwet van 1848. De architect van deze wet was de liberaal Johan Rudolph Thorbecke, een voorstander van burgerlijke vrijheden. Hij constateerde bij religieuze groeperingen in de samenleving toenemende onvrede met de (openbare) volksschool. Om die onvrede te kanaliseren, introduceerde hij vrijheid van onderwijs: iedereen kon een ‘bijzondere school’ stichten, terwijl de overheid voor voldoende openbaar onderwijs zou zorgen. Daarmee was het onderwijsartikel in de grondwet een wat ongemakkelijke combinatie van onderwijsvrijheid enerzijds en overheidszorg voor openbaar onderwijs anderzijds.

Pacificatie

Onder een andere liberale premier volgde in 1917 de financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs. Deze premier, Pieter Cort van der Linden, vond dat de staat geen denkbeelden aan de samenleving kan opleggen. Hij heeft tot taak de voorwaarden te scheppen waardoor de in de samenleving bestaande opvattingen tot ontwikkeling kunnen komen.

Deze ‘pacificatie’ was de erkenning van de verdeeldheid van de samenleving. Die verdeeldheid werd op onderwijsgebied gefaciliteerd door gelijke financiering. Zo werd iedereen gelijkwaardig behandeld en konden de levensbeschouwingen in vrede met elkaar samenleven.

We leven allang niet meer in 1917 en de verzuilde structuur van de samenleving van toen is verleden tijd. Maar juist het islamitisch onderwijs heeft laten zien dat het bestaande systeem waarborgen biedt voor vreedzaam samenleven, voor een veilig pedagogisch klimaat en voor een diverse waardenontwikkeling.

Verdere integratie

De kwaliteit van islamitisch onderwijs van start gegaan in 1988 is de laatste jaren met sprongen vooruitgegaan. Daar heeft de onderwijsvrijheid deze scholen zeker toe uitgedaagd. Islamitisch onderwijs, zo blijkt uit internationaal onderzoek, kan het risico op radicalisering dempen. Geradicaliseerde moslims hebben namelijk vaker een verleden in het openbaar onderwijs met negatieve ervaringen van discriminatie en stigmatisering. Anders geformuleerd: als islamitisch onderwijs verdwijnt, verdwijnt ook een controlemechanisme van de overheid. De berichten over het Cornelius Haga zijn daar een aanwijzing voor.

Islamitische scholen kunnen in de Nederlandse context bijdragen aan de verdere integratie van moslims. Ze bieden een veilige omgeving waarbinnen religieuze autoriteiten kinderen kunnen aanspreken op gevoelige thema’s binnen de moslimgemeenschap.

Vanuit die geborgenheid van een eigen islamitische school is er de mogelijkheid om aandacht te besteden aan de waarden van de moderne samenleving, aan democratie en aan goed burgerschap. In de afgelopen decennia zijn de opvoedingsdoelen van de ouders van kinderen op islamitische scholen ook steeds meer gaan lijken op die van alle andere ouders.

Maatschappelijke context

Daarmee is er steeds meer oog voor de maatschappelijke context buiten de school, zo maakt recent onderzoek van onder anderen Marietje Beemsterboer duidelijk, en zijn de islamitische scholen niet langer aan te merken als geïsoleerde gemeenschappen.

De onderwijsvrijheid valt binnen de kaders van de rechtsstaat. Tegen een schoolbestuur dat die kaders te buiten gaat, dienen maatregelen te worden genomen. Een krachtig signaal is gewenst. Maar die maatregelen liggen op een ander vlak dan de onderwijsvrijheid.

De directeur heeft zich gediskwalificeerd voor zijn functie, blijkens zijn vergelijking van de media met nationaalsocialistische propaganda en verwijten aan de overheid wegens zogenaamde structurele anti-islammaatregelen. Burgerschapsvorming is bij hem niet in goede handen. Maar dat is geen reden om de onderwijsvrijheid in te perken.

John Exalto is universitair docent aan de afdeling Pedagogische Wetenschappen van de VU. Hij publiceerde in 2017 ‘Van wie is het kind? Twee eeuwen onderwijsvrijheid in Nederland’.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.