Opinie: Maak van Drenthe weer een spons

Ooit was Drenthe een spons die de waterhuishouding van de omgeving reguleerde. Door een lager waterpeil en de klimaatverandering is actief handelen vereist.

Ons watersysteem kraakt in zijn voegen. Perioden van wateroverlast en grote droogte volgen elkaar snel op en bodemdaling leidt tot verzakking van huizen en infrastructuur. Vergroting van sponswerking in Drenthe is pure noodzaak om klimaatbestendig de toekomst in te gaan én een kans om de inrichting van het watersysteem van Drenthe te verbeteren in natuurlijk, agrarisch en stedelijk gebied. Voor de aankomende bestuurders van waterschappen en de provincie Drenthe is er werk aan de winkel.

Drenthe was ruim een eeuw geleden nog een overwegend nat en relatief open veen- en zandlandschap. Een landschap dat zijn water langzaam prijsgaf aan de lager gelegen omgeving rond Meppel, Groningen en Coevorden. Eigenlijk een soort grote spons.

Landbouw

Na de Tweede Wereldoorlog bleek deze sponswerking een belemmering om de productieomstandigheden voor de landbouw te kunnen verbeteren. En dus kwam het, na de ontginning van de ‘woeste gronden’ in de eerste helft van de 20e eeuw, in de jaren zestig en zeventig tot vergaande ontwatering- en afwatering in de landbouwgebieden. Met als neveneffect verdroging van overgebleven natuurgebieden. Door uitbreiding van dorpen en steden en de aanleg van bedrijventerreinen ontstond steeds meer verhard oppervlak, waardoor bij veel regen de afvoer van water grote pieken begon te vertonen. Het grootschalig omzetten van groene tuinen in stenen, onderhoudsarme ‘tuinen’ hielp daar niet bij.

Wateroverlast

De effecten van klimaatverandering worden de afgelopen jaren steeds zichtbaarder en de nadelen van de verminderde sponswerking steeds groter. De wateroverlast in 1998 was een eerste teken dat bij neerslagpieken het watersysteem in de beekdalen de afvoer niet meer aankon. Rond Meppel en Groningen ontstonden grote problemen. Als antwoord zijn aan de randen van Drenthe diverse noodwaterbergingsgebieden aangelegd zoals de Onlanden in Noord-Drenthe. Plaatselijk kregen beken hun meanders terug, waardoor de waterafvoer vertraagde. Het nieuwe adagium werd: eerst water vasthouden, dan bergen en daarna pas afvoeren. Nieuwe natuurgebieden in de beekdalen zoals de Hunze, Vledder Aa en de Reest maakten langer vasthouden van water mogelijk. Ook herstel van natte heide- en hoogveengebieden ging op lokale schaal bijdragen aan sponsherstel.

Droogte

In de jaren daarna volgden meerdere extreem natte, maar soms ook extreem droge perioden. Met als klap op de vuurpijl de bijna recorddroge zomer van 2018. Dit leidde niet alleen tot schade in natuurgebieden, maar ook landbouwgebieden hadden forse schade door vermindering van opbrengsten. Op sommige plekken in dorpen en steden constateerde men snelle en ongelijkmatige verzakking van straten en stoepen. ‘Heel Holland zakt’ staat als probleem nu ook op de kaart.

Waardevol

Opvallend was dat de extreem droge zomer in enkele gebieden een beduidend mindere verlaging van grondwaterstanden gaf te zien, zoals in het Dwingelderveld en in de middenloop van het Reestdal. Niet toevalligerwijs twee gebieden waar recent herstelmaatregelen zijn genomen om de waterhuishouding te verbeteren. En dat werkt! In het Dwingelderveld is het inrichten van de voormalige landbouwenclave Noordenveld, door het dempen van sloten en het verminderen en vertragen van de oppervlakkige afvoer, dus waardevol in tijden van grote droogte. Ook in de middenloop van het Reestdal zijn beekpeilverhoging, het ondieper maken van greppels en herinrichting van heideterreinen rondom het beekdal een effectief wapen tegen extreme droogte. In beide gevallen: vergroting van de sponswerking in het landschap.

Naar een nieuw Drents Peil!

Er zijn door diverse waterschappen dus goede eerste stappen gezet in aanpassingen van ons watersysteem. Maar met de nieuwste inzichten rijst nu wel de vraag: zijn we wel voldoende adequaat bezig? Een nieuwe integrale benadering op Drents niveau is in onze ogen onontkoombaar, om effecten van extremere wateroverlast en watertekort binnen de perken te kunnen houden.

Daartoe zijn voldoende bouwstenen aanwezig. Zo brachten de Drentse natuurorganisaties enkele jaren geleden een visie uit om water vast te houden in de grote boswachterijen van Midden-Drenthe, inclusief bijbehorende bovenlopen van beekdalen: Het blauwe hart van Drenthe.

Water langer vasthouden in natuurgebied én het agrarische én het bebouwde gebied is het antwoord op de nieuwe uitdagingen die ons te wachten staan. Niet voor niets proberen sommige waterschappen momenteel langer hogere peilen in stand te houden om de te lage grondwaterstand te compenseren. Een vraag die zich daarbij opdringt is of het huidige peilregime van hogere zomer- en lagere winterpeilen richting nabije toekomst aanpassing behoeft. Eerder water gaan vasthouden in winter en voorjaar, andere winterpeilen hanteren zonder bestaande functies tekort te doen?

Op naar een nieuwe wateragenda

Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om Drenthe en de directe omgeving ook richting toekomst klimaatbestendig te laten zijn. Vergroting van de sponswerking door het watersysteem in de diverse Drentse landschappen robuuster te maken is hiervoor een juiste strategie, zo bleek afgelopen zomer. Wachten tot de bui over waait gaat niet meer. We moeten hier morgen verder mee en gezamenlijk aan de slag!

Uko Vegter is hoofd Natuur en Landschap van Stichting Het Drentse landschap, Marjet Korf is ambassadeur Drenthe en Overijssel van Natuurmonumenten en Reinder Hoekstra is directeur van de Natuur- en Milieufederatie Drenthe.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.