Opinie: Starters lijden onder ‘misbruik’ huurtoeslag

De explosieve groei van het aantal buitenlandse studenten toont de gebreken van het Nederlandse huisvestingsbeleid. Vooral starters zijn de dupe.

Dat de huizenprijzen zo hard stijgen, wordt meestal toegeschreven aan de lage rente. Die maakt het voor particuliere beleggers aantrekkelijk om hun spaargeld in vastgoed te investeren. Deze opvatting vinden we ook in de DvhN-stadseditie van afgelopen zaterdag, waarin we lezen over starters die de stad Groningen ontvluchten vanwege te weinig woningen en te hoge huizenprijzen.

Een lage hypotheekrente hebben we al sinds 2009, terwijl de huizenbubbel veel recenter is. Die is bovendien eerst in studentensteden begonnen en daarna uitgewaaierd naar omringende gebieden.

We moeten de oorzaak eerder zoeken in de explosieve groei van het aantal buitenlandse studenten sinds 2014. Was hun aandeel bij de Rijksuniversiteit Groningen afgelopen jaar al 20 procent, voor het komende studiejaar stijgt het aantal aanmeldingen vanuit Europa met maar liefst 50 procent.

Over de schutting

Dat de instroom van buitenlandse studenten problemen geeft, is terug te voeren op het Nederlandse huisvestingsbeleid waarin diverse partijen de problemen die ze zelf hebben veroorzaakt ongestraft over de schutting kunnen gooien. Zoals de universiteiten, die de stagnerende instroom van Nederlandse studenten wilden compenseren door met Engelstalige opleidingen buitenlandse studenten te lokken. Een aantrekkelijk groeimodel, omdat ze voor iedere extra student veel geld ontvangen, ongeveer 8000 euro als deze uit Europa komt en ruim het dubbele aan instellingscollegeld bij overige buitenlandse studenten. Maar als het gaat om de huisvesting van al die buitenlandse (en uitwonende Nederlandse) studenten, geven zij niet thuis.

B&W van Groningen zijn graag bereid het huisvestingsprobleem te helpen oplossen, maar hun oplossing zorgt ervoor dat projectontwikkelaars, huisjesmelkers en vermogende ouders massaal kunnen profiteren van huurtoeslag, en dat starters de Stad ontvluchten. Hoe zit dat precies?

Omdat ‘uit onderzoek blijkt dat er geen vraag is naar onzelfstandige woonruimte’ wil de gemeente volgens de Huisvestigingsverordening 2015 uitsluitend zelfstandige wooneenheden laten bouwen. Tot groot genoegen van studentenhuisvesters en projectontwikkelaars. Want hun huurders ook als ze uit het buitenland komen hebben dan recht op huurtoeslag, zodat hoge huren netto veel lager uitvallen.

Vergunningen

‘Dat willen wij ook, creatief gebruikmaken van de huurtoeslag’, denken huisjesmelkers en rijke ouders die voor hun studerende kinderen een huis kopen. Alleen al in juli heeft de gemeente 16 vergunningen afgegeven om 76 studentenkamers te verbouwen tot 55 zelfstandige woningen. Per saldo kwamen er dus in één maand 21 minder kamers beschikbaar voor (buitenlandse) studenten.

Al die zelfstandige wooneenheden die door nieuw- en verbouw op de markt komen, kosten de gemeenschap geld in de vorm van huurtoeslag. Als ik mij beperk tot die 55 zelfstandige wooneenheden, gaat het op jaarbasis om 183.000 euro (55 x 12 x 278, de maandelijkse huurtoeslag bij een huur van 710 euro). Stel dat niet het Rijk maar de gemeente moet opdraaien voor deze extra miljoenen aan huurtoeslag? Dan wordt zij ongetwijfeld een stuk minder enthousiast over haar eigen beleid.

Kortom, het is zeker niet alleen de lage rente die de huizenprijzen in Groningen doet exploderen, zodat starters moeten uitwijken naar omringende gebieden. De Rijksuniversiteit neemt niet haar verantwoordelijkheid voor de huisvesting van de (buitenlandse) studenten aan wie zij zo goed verdient. En de gemeente voert een vergunningenbeleid dat veel gemeenschapsgeld kost en ook nog eens het aantal beschikbare kamers verkleint. Bovendien geven ze vrij baan aan grote en kleine beleggers die profiteren van de huizenbubbel, mede door handig gebruik te maken van de huurtoeslag.

Verliezers

De verliezers zijn starters die geen betaalbare woning kunnen krijgen, studenten die geen (zelfstandige) woning kunnen bemachtigen, maar vooral degenen voor wie de huurtoeslag oorspronkelijk bedoeld was. Mensen met een minimale uitkering of een slecht betaalde baan, en zzp’ers/zelfstandigen met een laag inkomen. Mensen die in omstandigheden verkeren waarvoor ze niet zelf hebben gekozen. Dit in tegenstelling tot studenten die vrijwillig hebben besloten tijdelijk arm te zijn om (meestal) daardoor later behoorlijk te verdienen.

De huizenbubbel in studentensteden zal snel voorbij zijn wanneer studenten niet langer in aanmerking komen voor huurtoeslag en ter compensatie een inkomensafhankelijke basisbeurs ontvangen. Dan hoeven de échte lage inkomens niet langer te vrezen dat de huurtoeslag verder wordt uitgekleed.

Dr. Hein Vrolijk is zelfstandig economisch onderzoeker en publicist te Groningen. Achtergrondinformatie vindt u op zijn blog eco-simpel.nl.

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.