Opinie: Verhuurdersheffing is een molensteen

De woningnood is terug, ook in Noord-Nederland. Woningcorporaties moeten met steun van gemeenten en provincies meer armslag krijgen.

In grote delen van Nederland heerst woningnood. Het tekort aan betaalbare koop- en huurwoningen stuwt de prijzen op en vergroot de ongelijkheid. Fijn wonen is steeds meer weggelegd voor de rijken. Mensen met een goedgevulde beurs kunnen wonen waar hun hart ligt, in een ruim huis.

Starters, mensen met een kleinere beurs, maar ook steeds meer mensen met een middeninkomen, worden op hoge kosten gejaagd door stijgende huurprijzen. Zij kunnen niet wonen in de buurt van hun familie, vrienden, sportclub en werk. Dat is een ongewenste ontwikkeling, die vraagt om een krachtig antwoord ook van de provincie Drenthe.

Onbetaalbaar

Het onbetaalbaar worden van het wonen vindt zeker niet alleen in de Randstad plaats. Ook het Noorden kent problemen. Want als er dan eens betaalbare appartementen gebouwd worden zoals in Assen aan de Pelikaanstraat dan komen daar massaal studenten uit Groningen op af. Wat weer veel zegt over de situatie in die plaats.

Bestaanszekerheid

De woningnood is duidelijk weer helemaal terug. En dat terwijl het snel kunnen vinden van een goede woning de normaalste zaak van de wereld moet zijn. Als je een prettige woning hebt, kun je daaromheen je leven opbouwen. Het is de basis van bestaanszekerheid.

Vooruitgang begint thuis. Dat vraagt om gemengde bouwprojecten, gemengde straten en gemengde wijken, waarin rijk en arm, jong en oud samen in een straat wonen en samen kunnen leven. Maar het allerbelangrijkste is dat wonen betaalbaar blijft. Hoe kunnen we dit realiseren? Door meer te bouwen en de markt aan te pakken, met een actieve rol voor de provincie aanvullend op wat corporaties en gemeenten doen.

Investeren

Woningcorporaties moeten weer kunnen investeren in de bouw van nieuwe, duurzame woningen, sociale- en middenhuurwoningen. De in 2013 als crisismaatregel ingevoerde verhuurdersheffing is een molensteen om hun nek. Het zorgt voor hogere huren en minder investeringen. Dat is slecht nieuws voor de mensen die op zoek zijn naar een eengezinswoning; de wachttijd kan in sommige gemeenten enorm oplopen.

Ook in Drenthe duurt het eerder jaren dan maanden voor zij de woning van hun interesse hebben gevonden. Verder wordt de huidige woningvoorraad door geldgebrek minder goed onderhouden, laat staan verduurzaamd. Nu het economisch goed gaat kan het kabinet de corporaties met gemak meer lucht geven, maar het tegendeel is waar. Rutte III verhoogt de lasten voor woningcorporaties met nog eens 1 miljard euro. De minister moet deze belastingverhoging schrappen en de verhuurdersheffing verlagen. Zo krijgen corporaties weer investeringsruimte om te bouwen, renoveren en verduurzamen.

Leefbaarheid

De gemeenten en als het gaat om de sociale woningbouw de woningcorporaties hebben de regie bij het aanpakken en oplossen van de woningnood. Maar ook voor de provincie is een belangrijke rol weggelegd, in de verbinding tussen gemeenten en woningcorporaties. Dat betekent: niet denken vanuit financiële prikkels, maar met een sociale en op leefbaarheid gerichte bril oplossingen zoeken voor de regio.

In regio’s met een woningtekort kan de provincie de bouw aanjagen door vastzittende projecten vlot te trekken met financiële impulsen. Samen met de gemeenten moet de provincie bekijken welke projecten het meest kansrijk zijn om snel te realiseren en wat daarvoor gedaan moet worden. In de krimpgebieden heeft de provincie een belangrijke taak in het op peil houden van de leefbaarheid. Zorgen dat er genoeg voorzieningen blijven en bewoners elkaar kunnen blijven ontmoeten. Met dit regionale maatwerk kan de provincie ertoe bijdragen dat jongeren, gezinnen en ouderen fijn en betaalbaar in Drenthe kunnen blijven wonen.

Hendrikus Loof is Statenlid voor de PvdA in Drenthe

Toon reacties

Word wakker met het belangrijkste nieuws uit het Noorden met onze ochtend-nieuwsupdate.

Meer dan 22.249 nieuwsbriefabonnees

Je kunt je op elk moment weer uitschrijven

Lees hier ons privacy statement.