‘Overdreven angst voor radicaliseren in cel'

Angst voedt haast in terroristenbeleid

De kans dat terrorismeverdachten in de gevangenis niet-extremistische medegedetineerden radicaliseren is klein. Dat concludeert sociologe Tinka Veldhuis.

De kans dat terrorismeverdachten in de gevangenis niet-extremistische medegedetineerden radicaliseren is klein. Dat concludeert sociologe Tinka Veldhuis.

Uit angst voor dat soort radicalisering heeft Nederland wel speciale terroristenafdelingen opgetuigd die volgens haar en andere deskundigen juist averechts kunnen werken.

Laag in de pikorde
Gedetineerden, zowel moslims als niet-moslims, hebben over het algemeen een zeer negatief beeld van terroristen. Terroristen staan in gevangenissen laag in de pikorde. De kans dat ze anderen kunnen beïnvloeden lijkt klein.

Op de speciale terroristenafdelingen, waar terreurverdachten bij elkaar zijn opgesloten onder een streng regime, is de kans op verdere radicalisering juist wel groot, stelt Veldhuis. Daar komen bijvoorbeeld jonge verdachten van lichte terroristische vergrijpen in contact met veroordeelde jihadstrijders.

Proefschrift
Veldhuis promoveert donderdag aan de Rijksuniversiteit Groningen met haar proefschift Captivated by Fear. An evaluation of terrorism detention policy. Haar onderzoek laat zien dat terroristenafdelingen in hoog tempo zijn opgezet, waardoor weinig aandacht was voor de mogelijke negatieve gevolgen hiervan.

In 2005, na de moord op Theo van Gogh, was de vrees voor radicalisering in gevangenissen groot. Onder politieke en publieke druk zijn in een paar maanden tijd de terrorismeafdelingen opgericht: een in Vught en een in Rotterdam.

menu