Eerste joodse hoogleraar: 'De mens is wat hij eet'

Eerste joodse hoogleraar: 'De mens is wat hij eet'

De eerste joodse professor in Nederland, Izaac van Deen (1804-1869), heeft zijn plaats in de reeks Biografieën van Groningse Hoogleraren zonder meer verdiend. De vooraanstaande fysioloog gold in zijn tijd als een pionier binnen een groep 'nieuwe medici'. Zij keerden zich af van de aloude romantische aanpak en waren voorstanders van 'een moderne natuurwetenschappelijke benadering van de geneeskunde'.

De eerste joodse professor in Nederland, Izaac van Deen (1804-1869), heeft zijn plaats in de reeks Biografieën van Groningse Hoogleraren zonder meer verdiend. De vooraanstaande fysioloog gold in zijn tijd als een pionier binnen een groep 'nieuwe medici'. Zij keerden zich af van de aloude romantische aanpak en waren voorstanders van 'een moderne natuurwetenschappelijke benadering van de geneeskunde'.

De fysiologie (leer der verrichtingen) paste bij uitstek bij een fysische en chemische benadering. Voor hoogleraar Van Deen stond daarbij het belang van voeding en stofwisseling voorop, verklaart Stefan van der Poel, schrijver van de onlangs gepresenteerde biografie, historicus en universitair docent aan de Groninger universiteit. Of zoals de in 1851 met politieke steun van Thorbecke tot buitengewoon hoogleraar benoemde Van Deen het stelde: 'De stof bepaalt de mens en de mens is wat hij eet.'

Meteen na zijn aanstelling begon hij te ijveren voor een fysiologisch laboratorium. In 1866 werd zijn wens vervuld en kon Van Deen beschikken over een van de meest geavanceerde onderzoeksfaciliteiten op zijn vakgebied in Europa. De hoogleraar, die eerder als huisarts in Zwolle werkte, deed onder meer proeven met kikkers. Hij bestudeerde het ruggenmerg van deze dieren en toonde aan dat bepaalde zenuwstrengen gevoelsprikkels doorgaven, terwijl andere zenuwstrengen dienden voor de geleiding van motorische prikkels. De wetenschapper was ook betrokken bij de strijd tegen de uiterst besmettelijke cholera.

Voor zijn aanstelling in Groningen reisde Van Deen veel door het land om zijn fysiologische proeven te tonen. Hij ging vaak per koets met een trommel vol kikkers op zijn knieën. "Zo lang de beesten geen geluid maakten, hielden zijn medereizigers hem veelal voor een beurshandelaar. Pas bij het kwaken, werd duidelijk waar de werkelijke interesse van deze reiziger lag", onthult Van der Poel.

Van Deen, zoon van een Groninger opperrabbijn, zag zijn buitengewoon hoogleraarschap in 1857 omgezet in een gewoon hoogleraarschap. Johan Huizinga schreef decennia geleden in Academia Groningana dat 'de Groningsche hoogeschool het met ere in haar geschiedenis mag vermelden, dat in dezen hier het voorbeeld is gegeven'.

Van Deen heeft zeventien jaar op een aanstelling als hoogleraar moeten wachten. Hij werd eerst afgewezen in Leiden en moest twee keer solliciteren in Groningen. De laatste keer hielp Thorbecke hem een handje. Hij sprak nadrukkelijk zijn voorkeur uit voor Van Deen en dreigde hard te zullen optreden tegen vriendjespolitiek.

De benoeming van de eerste joodse hoogleraar kwam ruim vijftig jaar na de juridische gelijkstelling van de joden in Nederland. Van Deen stond overigens ambivalent tegenover het joodse geloof. Hij hield zich er afzijdig van en liet zijn stoffelijke resten ter aarde bestellen op de openbare Zuiderbegraafplaats in Groningen.

Twintig jaar na de aanstelling van Van Deen werd aan de Groninger universiteit de eerste vrouw toegelaten: de joodse Aletta Jacobs. Op beide mijlpalen is Van der Poel trots: "De Groningse universiteit heeft een zekere liberale reputatie hoog te houden en dat mag, met het 400-jarig jubileum in zicht, best eens worden onderstreept."

Zoektocht naar zerk

De precieze plek op de Zuiderbegraafplaats in Groningen waar hoogleraar Izaac van Deen rust, was tot voor kort onvindbaar. De geleerde ligt onder een onopvallende grijze grafsteen. Met behulp van informatie uit de Groninger Archieven lukte het de liggende zerk op te sporen. In het voorjaar van 2010 is de steen gereinigd. Langzaam kwam de tekst weer tevoorschijn die onder meer een eind maakte aan de twijfels over de juiste spelling van de voornaam van de professor.

Een aquarel van Otto Eerelman uit 1862: de fysiologische onderzoeksruimte van hoogleraar Izaac van Deen. Foto: Archief

Tussen zieken, boeken en kikkers, De fysiologie van een leven: Izaac van Deen (1804-1869) is verschenen in de reeks Biografieën van Groningse Hoogleraren. Meer informatie: www.barkhuis.nl.

menu