Moordmysterie rond Roo

Moordmysterie rond Roo

De Groninger coffeeshophouder Harry Roo werd in 1995 omgebracht. Compagnon Henk E. werd er voor veroordeeld, maar de politie vermoedt dat mededaders de dans ontsprongen. Nu heeft justitie de botten van Roo op laten graven. De inzet: het oplossen van de moord op een prostituee en het mogelijk vervolgen van de oud-handlangers. Deel 1, de moord op Roo.

Het belooft een rustig avondje te worden voor Kriminalkommissar Medenwald in Bremen op 3 augustus 1995. Maar zo'n twee uur nadat hij zijn avondeten achter de kiezen heeft, krijgt hij een telefoontje dat de mooie zomeravond een heel andere wending geeft.

Een wandelaar heeft zojuist in het riviertje Ochtum dat door Bremen loopt, een tas zien drijven. Een sporttas met een lugubere inhoud: twee benen in vergaande staat van ontbinding.

Lichaamsdelen

Om half elf staat Medenwald met opgetrommelde collega's langs de kant van het stroompje. De politie brengt de tas naar de afdeling Pathologie, waar de benen een plek krijgen in een koelcel. Door de hoge temperatuur van het riviertje Ochtum, precies 21 graden op die zomeravond, zijn de lichaamsdelen snel ontbonden.

Drie grijze betonstenen moesten de tas op de bodem van de Ochtum houden, maar lichaamsgassen of het roer van een schip hebben hem mogelijk naar het wateroppervlak gestuwd. De recherche zet een grootscheepse zoektocht op touw, om de rest van het lichaam van de man te zoeken. Met succes. De dag na de vondst van de benen, vissen duikers nog een sporttas op met daarin een hoofd en twee handen. De romp is spoorloos.

Kogel

Een patholoog buigt zich de dag erna over de lichaamsdelen die op de sectietafel neer worden gelegd. Als hij de schedel omdraait, valt er een kogel uit. Patholoog Birkholz concludeert, zo valt te lezen in het sectierapport, dat de lichaamsdelen één tot twee weken in het water hebben gelegen. Degene die het lichaam van de doodgeschoten man heeft bewerkt, moet dat met grof geweld gedaan hebben. Er is vermoedelijk gezaagd, gehakt en gesneden.

Terwijl de patholoog een rapportage opmaakt van de sectie, probeert de recherche antwoord te geven op de prangende vraag: van wie zijn de ledematen? Analyse van de gebitsgegevens en vingerafdrukken biedt soelaas. De persoon staat vermeld in het registratiesysteem van de Bundespolizei, omdat hij eerder is gepakt voor drugssmokkel. Het gaat om de 37-jarige Harm ‘Harry' Roo: coffeeshophouder in Groningen. Eigenaar van Dees in de Papengang en De Driemaster aan de Nieuweweg. Een 2 meter lange man met halfblond haar en een snor. Roo houdt zich al jaren bezig met drugshandel.

Roo organiseert begin jaren negentig transporten naar onder meer Duitsland en Spanje en heeft het plan om op een boerderij in Siddeburen af te bouwen. Met pensioen te gaan. Hij doet zaken met vooraanstaande Marokkaanse families.

loading

Klapper

Zoals iedere boef droomt ook Roo van een grote klapper. Hij bedenkt het plan om met compagnon Henk E. 10.000 kilo ‘stuff' of hasj van de Marokkanen naar een boerderij in Siddeburen te brengen. De twee willen de partij verbergen in een zeecontainer onder de grond. Vanuit Siddeburen zouden ze dan Noord-Nederland en Noord-Duitsland voorzien van hasj. Geleidelijk kon zo de partij worden afbetaald.

Extra geld denken de twee te verdienen met een grote wietkwekerij in een loods naast de boerderij. Begin juli laten ze een handlanger beginnen met het opzetten van de kwekerij. Er lijken gouden tijden aan te komen. Het loopt anders.

Op 22 augustus licht de Duitse recherche de politie in Groningen in over de identificatie van het lijk zonder romp. Bij de divisie Zware Georganiseerde Criminaliteit (‘Zwacri') kennen ze Roo wel. Ze zijn verrast over de vondst en starten een onderzoek.

Losgeld

Dan volgt een opmerkelijke wending. Een dag na de vondst in Bremen meldt de vriendin van Harry Roo zich bij de Groninger politie. ,,Ik heb twee horeca-gelegenheden hier in de stad'', begint ze haar relaas, dat om 13.49 uur wordt opgetikt door een lid van de divisie Zware Georganiseerde Criminaliteit.

Het verhaal dat ze doet is bizar. Coffeeshophoudster Marja vertelt afgeperst te zijn door de compagnon van haar vriend Roo, Henk E. Volgens de blonde Groningse heeft ze Roo op 24 juli voor het laatst gezien. De volgende dag wordt ze gebeld door ‘Henkie' die met haar wil spreken op de boerderij in Siddeburen. Om acht uur 's avonds staan ze oog in oog met elkaar. ,,Henk zei: ‘We hebben Harry. We willen geld'. Anderhalf miljoen gulden en 100 kilo hasj'', verklaart Marja.

E. belooft dat Roo niets zal overkomen. Marja is doodsbang, zo vertelt ze aan de rechercheur. Ze betaalt het geëiste losgeld. Althans, een deel.

Marja zegt omgerekend 125.000 euro aan Hollandse en Duitse valuta betaald te hebben. De hoogte van het bedrag is nooit duidelijk geworden. Een vriendin van Marja verklaart later dat ze een bedrag van ruim 350.000 euro noemde. Marja zou Roo terugkrijgen, maar Roo komt niet terug. Daarom besluit ze uiteindelijk, zo vertelt ze op het bureau, om zich bij de politie te melden.

Rechercheur

De verbijsterde recherche hoort Marja aan en start meteen een vooronderzoek naar Henkie E. De vrouw wordt ondergebracht op een geheime locatie. Haar twaalfjarige dochter gaat mee. Ze kent ontvoeringen alleen van films en vraagt aan haar moeder: ,,Krijgt pappa wel te eten en te drinken?'' Roo en Marja hadden geen voorbeeldrelatie. De coffeeshophouder mishandelde haar regelmatig.

Marja krijgt een rechercheur toegewezen die haar moet beschermen. Rob is een bekende rechercheur. Een flamboyante, mooie verschijning die het goed doet bij de vrouwen in Groningen. Hij is dé toprechercheur in Groningen. Kent iedereen en durft alles.

Een paar collega's van Rob fronsen de wenkbrauwen als ze horen dat Rob haar moet beschermen. Rob kende Marja al langer en ze vermoeden dat het contact tussen de twee verder gaat dan alleen vriendschappelijk. Zo komt Roo eens een politiebureau binnenstormen en zegt: ,,Als die klotenrechercheur niet met zijn poten van mijn vriendin afblijft, breek ik zijn nek.''

Inval

In Amsterdam zit Henk E. op 2 september bij zijn vader thuis. De compagnon annex bodyguard van Roo wil net een jointje draaien als het arrestatieteam een inval doet. E. ziet helemaal niks. Het ene moment draait hij een joint, het volgende zit Henkie in een auto met een kap over mijn hoofd. Dezelfde nacht nog wordt hij vervoerd naar Groningen.

De recherche is erop gebrand om Henk E. aan het praten te krijgen. De lijst met onopgeloste moorden begint te groeien. In dezelfde week dat Roo is gevonden worden in Roderwolde en Zuidbroek de lichaamsdelen van de straatprostituee Antoinette Bont ontdekt. Ook hier zijn ledematen gescheiden van de romp. Een succesje is broodnodig voor politie en justitie.

Maar Henk E. zwijgt. Het lukt de recherche maar niet om de beresterke handelspartner van Roo aan het spreken te krijgen. Tientallen uren wordt hij verhoord in de eerste weken van september, maar Henkie weigert een verklaring af te leggen.

De verhoren zijn heftig. De rechercheurs beuken met hun vuisten op de tafel, naderen het hoofd van E. met dat van henzelf op luttele centimeters en gebruiken intimiderende taal. Regelmatig worden de rechercheurs vervangen door een nieuw koppel, dat verbaal probeert in te beuken op de Groninger.

Zaanse verhoormethode

De politie besluit dan na overleg met justitie om gebruik te maken van een experimentele verhoormethode. De verdachte wordt bij 'Case 36' dagenlang intensief verhoord. Het koppel verhoorders staat met een 'oortje' in contact met een derde persoon in een regiekamer. Die let op de houding van de verdachte. Het doel is om de verdachte het misdrijf te laten herbeleven en tegelijkertijd met hem te praten over familieleden.

De verhoren beginnen op 1 november 1995 en vinden plaats in Zaandam. Bijna onafgebroken wordt E. verhoord. De politiemensen voeren langzaam de druk op. Belangrijk daarbij is te weten dat pressie bij verhoren niet toegestaan is. Dit om te voorkomen dat een verdachte door de druk van deze 'Zaanse verhoormethode' een valse bekentenis aflegt.

Eerst betrekken ze Henks vriendin en dochter bij de moord op Roo. ,,Jij gaat er aan onderdoor. En je dochter ook en het gevolg daarvan is dat je vrouw er ook aan onderdoor gaat. Vader in de gevangenis, moeder ook, door medeplichtigheid. Dochter waar naartoe? Naar oma? Nee, die is dood. Naar oom? Nee, die is ook dood. Nee, dat wordt een kinderhuis. En als ze ouder is, is het enige wat ze kan doen hoeren en snoeren om aan geld te komen.''

Geknakt

De rechercheurs zegt dan: ,,Voor je dochter is het erg. Die gaat nu alleen naar bed. Straks wordt ze gepest op school door klasgenootjes.'' ‘Je vader is een moordenaar', zingt hij.

Zijn vrouw en dochtertje zijn alles voor Henk. De politiemensen passen dan een truc toe. Ze vertellen E. dat zijn dochter en vriendin worden bedreigd met de dood. Als E. bekent, zal de politie hen beschermen. Een politieman doet op de gang alsof hij een gesprek voert met Henks vrouw. Hij komt terug en zegt: ,,Ik wil er niet nog een dode bij hebben in Groningen, Henk.''

De compagnon van Roo verlaat op de tweede verhoordag even de verhoorkamer voor een plaspauze. Als hij terugkomt schrikt hij zich een ongeluk. De muren van de verhoorkamer zijn volgeplakt met gruwelijke foto's van het lichaam van Roo met ertussen foto's van zijn dochter en vriendin. De verhoorders proberen E. te raken in het diepst van zijn ziel.

Om half acht 's avonds bekent Henk E. Roo te hebben omgebracht. Hij is geknakt. E. leest zijn eigen verklaring uiteindelijk niet eens en tekent het document. Henk kiest voor zijn vrouw en kinderen. Die gaan boven de ellende van jaren ‘zitten'.

Ruzie

Dan komt het verhaal. E. laat optekenen dat hij op 25 juli op de boerderij in Siddeburen ruzie met Roo kreeg over geld. Hij zou nog omgerekend 25.000 euro van hem tegoed hebben van een drugstransport naar het Spaanse Cadiz. Tijdens de ruzie zou Roo een pistool hebben willen pakken. E. pakte toen snel een ijzeren staaf en sloeg in op Roo. Daarna volgden schoten. Het was ik of hij, vertelt Henkie.

Daarna voltrok zich een luguber schouwspel. E. hakte met een handlanger, van wie hij de naam eerst niet noemt, het lichaam aan stukken met een sabel. Ze verpakten de lichaamsdelen en dumpten ze bij Bremen in het water. Op aanwijzing van E. vindt de politie na het verhoor in Zaandam ook de romp.

De rechercheurs vragen of de Groninger Johan ‘Bolle' S. de man is met wie hij het lichaam aan stukken sneed. E. haalt zijn schouders op en zegt dat hij dat best wil erkennen. Het is een soort halve bekentenis. Over de Bolle was al op 27 september bij de informatiedienst van de politie informatie binnengekomen dat hij geld uitgaf als water.

loading

Betrokken

S. en E. zouden volgens de tip al langer het plan hebben gehad om Roo te ontvoeren. En ook een ex-tbs'er, genaamd Jacob of Koos de G., bijnaam ‘Stip', zou bij de moord betrokken zijn geweest. Na een deel van het losgeld ontvangen te hebben vertrok hij volgens de tipgever naar Brazilië.

Uiteindelijk wordt in Groningen en Amsterdam zo'n 125.000 euro van het losgeld teruggevonden. Johan S. en zijn gezin hadden duizenden euro's gespendeerd aan meubilair en bezoekjes aan recreatieparken. Het moet een mooie tijd zijn geweest voor de kinderen.

De Bolle wordt in februari 1996 veroordeeld tot drie jaar cel voor ontvoering en afpersing. Justitie laat de eveneens opgepakte zwerver Stip vrij wegens gebrek aan bewijs. Het pistool waarmee Roo is doodgeschoten wordt gevonden, de sabel niet.

Vrijspraak

De advocaat van E., Louis de Leon, opent het vuur op politie en justitie. Hij kraakt de Zaanse verhoormethode. Er is sprake geweest van een onmenselijke behandeling van de verdachte waarbij het pressieverbod is overtreden. De Leon noemt de verhoortechniek ‘een verhoormethode van een halve gare'. Minister Winnie Sorgdrager van Justitie besluit de methode dan te verbieden.

Op 19 augustus 1996 eist justitie twaalf jaar tegen Henkie E. voor doodslag, afpersing en ontvoering. De rechtbank spreekt hem echter vrij van doodslag. Dit omdat het door het OM aangedragen bewijs, namelijk de met de Zaanse verhoormethode losgepeuterde bekentenis, als onrechtmatig wordt beschouwd. E. krijgt wel vijf jaar voor afpersing.

Justitie is overtuigd van de schuld van E. en gaat in hoger beroep. Op zoek naar het ontbrekende bewijs. Het OM komt dan in maart 1997 op de proppen met twee gevangenismedewerkers die zeggen dat Henk E. bij hen een soort bekentenis aflegde over het doodschieten van Roo. E. zou hen al in 1995 uitgebreid over het doden van E. verteld hebben. Dat ze pas in maart 1997 hiermee naar buiten traden, was omdat het hen zo dwars zat dat E. van zo'n gruwelijk feit was vrijgesproken.

Met de twee verklaringen van de gevangenisbewaarders slaagt het OM er dan toch in om E. te veroordelen. Op 26 juli 1997 krijgt hij tien jaar cel voor doodslag.

Twijfels

Maar het jeukt bij justitie. Het jeukt omdat alleen E. is veroordeeld voor het in stukken hakken en laten verdwijnen van het lichaam van coffeeshophouder Roo. Er zijn rechercheurs die ervan overtuigd zijn dat Henkie helemaal niet in staat zou zijn geweest die gruwelijke klus uit te voeren.

Er zijn bij politie en justitie ook twijfels over het verhaal van E. over de uit de hand gelopen ruzie. Mensen uit de omgeving van de compagnon van Roo hadden de politie getipt dat E. al eerder van plan was om Roo te ontvoeren. E. wist dat Roo beschikte over vele tonnen aan euro's na een drugsdeal.

Bajesgesprek

Dan is er nog het ‘bajesgesprek'. Op 1 december 1995 voert rechercheur J. K. met Henk E. in het Huis van Bewaring in Groningen een informeel gesprek. De weergave van het gesprek, het proces-verbaal, is in bezit van Dagblad van het Noorden.

Henk E.: ,,Stel dat poppetje A praat met poppetje B over poppetje C. Over wat problemen. En poppetje B vraagt dan aan poppetje A of C niet van deze wereld kan verdwijnen.'' De rechercheur vraagt of E. bedoelt te zeggen dat de vriendin van Roo wilde dat haar vriend zou verdwijnen. Daarop zegt E.: ,,Jij zegt het.''

De rechercheur vraagt E. of hij zijn verklaring op papier mag zetten. ,,Daar wil ik niets van weten. Straks sta ik hier voor moord met voorbedachten rade.'' Een vooropgezet plan: dat scheelt bij een veroordeling een flink aantal jaren cel ten opzichte van doodslag.

Getuigen

En er is nog iets. Bij de politie liggen verklaringen van twee getuigen. De eerste vertelt dat hij op de dag waarop Roo gedood zou zijn, 's middags in Groningen een auto zag met daarin Roo, die hij goed kende, en twee andere mannen. ,,Roo keek angstig. Alsof hij om hulp vroeg'', zegt hij bij de politie. Werd Roo weloverwogen ontvoerd?

De tweede zegt dat hij een dag voordat in de krant een bericht stond over de identificatie van Roo, van een kennis hoorde dat Roo in Duitsland was vermoord. Het had er alle schijn van dat binnen het criminele milieu gevoelige informatie terecht was gekomen.

Ze vragen zich af bij politie en justitie: was er sprake van een vooropgezet plan om de coffeeshophouder te vermoorden en waren daar meerdere personen bij betrokken? En speelde iemand vanuit de politie gevoelige informatie door?

Trouwen

Rechercheur Rob die Marja, de vriendin van Roo, moest beschermen, krijgt een relatie met de coffeeshophoudster. Ze trouwen zelfs met elkaar. Binnen het korps wordt de relatie van Rob met Marja met argusogen bekeken. Is dat verstandig, een rechercheur die met één been in het softdrugsmilieu zit? De korpsleiding waarschuwt hem voor belangenverstrengeling.

Begin 1997 volgt een intern onderzoek naar Rob. In april besluit de korpsleiding dat hij ‘te innige banden heeft met mensen uit het drugsmilieu' en plaatst hem over naar de Vreemdelingenpolitie in Scheemda. De hoofdofficier van justitie had hem liever zien opstappen.

In het diepste geheim geeft de top van justitie in juni opdracht aan een hoofdinspecteur van de politie om onderzoek te doen naar coffeeshophoudster Marja en haar echtgenoot en rechercheur Rob. De inspecteur concludeert dat Marja's verklaringen over de hoogte van het losgeld inconsistent zijn en dat ze een dag nadat bij de politie bekend was geworden dat Roo in Duitsland was geïdentificeerd, aangifte deed. Ook was gevoelige recherche-informatie bij de vrouw terecht gekomen.

Integriteit

Drie jaar later volgt een Rijksrechercheonderzoek naar Rob. In maart 2000 concludeert de dienst dat er geen enkele reden is om te twijfelen aan de integriteit van de rechercheur. Inmiddels rijdt Rob rond in peperdure wagens en koketteert hij met prijzige maatpakken. Twee jaar later is het afgelopen met zijn carrière als politieman, na de vondst van 4 kilo softdrugs in zijn flat die hij verhuurde aan de bedrijfsleider van een coffeeshop. In ‘goed overleg' verlaat Rob het korps.

Justitie blijft gefocust op Marja en Rob. Ze is ervan overtuigd dat Henkie E. meer weet. Als E. zijn straf voor de doodslag op Roo heeft uitgezeten, wordt hij in september 2005 op de luchthaven van Parijs opnieuw gearresteerd. Ditmaal voor de smokkel van ruim 3 kilo cocaïne.

Officier van justitie Oebele Brouwer in Groningen ruikt zijn kans. Misschien is er een dealtje te sluiten met E. Samen met de inspecteur die het rapport over Marja en Rob schreef en een derde politieman vliegen ze op de steenkoude derde dag van 2006 naar het gerechtsgebouw in Bobigny, aan de rand van de Franse hoofdstad. Zou Henkie willen ‘zingen'?

loading

Strafkorting

De officier vraagt aan Henk of hij meer wil vertellen over de opdrachtgever voor de moord. ‘Justitie heeft er belang bij dat E. er een verklaring over aflegt', schrijft de officier van justitie een week later in een brief over het bezoek aan de advocaat van Henk E. Ook wil de officier weten of er meer mensen betrokken waren bij de moord en het bewerken van het lichaam.

De voormalig zakenpartner wil wel praten, maar daar moet wat tegenover staan. De officier stelt dan voor dat E. zijn straf mag uitzitten in Groningen en dat hij strafkorting krijgt. Hij benadrukt dat E. niet bang hoeft te zijn dat hij nu wordt vervolgd voor moord op Roo. ,,Je kunt niet twee keer voor hetzelfde delict worden veroordeeld.''

Henk twijfelt. Doen of niet? Het driemanschap uit Groningen wacht vol spanning op zijn antwoord. Dan hakt hij de knoop door.

Naschrift

Dit verhaal is tot stand gekomen na uitvoerige gesprekken met tientallen mensen die betrokken waren bij de zaak of uit de omgeving van Roo of Bont kwamen, onder wie Henk E..

Dagblad van het Noorden heeft ook het politiedossier van Harry Roo ingezien.

Op 1 november deel 2 in Dagblad van het Noorden WKND en als Plus-artikel:

In de nacht van 26 juli op 27 juli 1995, Antoinette Bont is dan 24, speelt de straatprostituee voor Sinterklaas op de tippelzone aan de Praediniussingel in Groningen. Het is de dag nadat Henk E. de coffeeshophouder Harry Roo heeft doodgeschoten.

Bont deelt drugs uit aan andere tippelaarsters en koopt voor 300 gulden en Duitse marken aan heroïne bij een dealer. De Groningse lacht, want haar zakken zijn gevuld met duiten. Ongekende luxe voor een straathoer. Dan stapt ze in een rode auto. Het is de laatste keer dat ze wordt gezien.

Je kunt deze onderwerpen volgen
Archief