Joost Wiersinga in zijn werkkamer in het Amsterdam Umc.

Nederlandse infectioloog maakt wereldwijd gelezen samenvatting van de enorme bult aan onderzoeken naar Covid-19

Joost Wiersinga in zijn werkkamer in het Amsterdam Umc. Foto: Ivo van der Bent

AMC-internist-infectioloog Joost Wiersinga verslindt de literatuur over Covid-19 en dacht: als ik er zo goed in zit, kan ik er net zo goed een samenvatting van maken. Nu is het een van de best gelezen stukken in de medische wetenschap.

Internist-infectioloog Joost Wiersinga (43) van Amsterdam UMC gaat achter zijn monitor zitten, tikt wat op zijn toetsenbord en er verschijnt een grafiek op zijn scherm. ,,Kijk, hier zie je hoeveel medische studies er over Covid-19 bij komen. Circa 2200 per week, een kleine 320 per dag. Inmiddels 40.000 in totaal. Verzin een onderwerp en de medische wetenschap heeft er een artikeltje over.”

Hij scrollt verder en leest voor: ,,Hitte als een therapeutische behandeling. Hmm, dat lijkt me onzin. Of dit: Wintertenen en Covid-19. Laatst zag ik een publicatie over de neurochirurgen van een ziekenhuis in het midden van de Verenigde Staten en hoe die met Covid zijn omgegaan. Over álles wordt gepubliceerd!”

Betrokken bij zowel zorg als onderzoek

Wiersinga is vanaf het begin van de pandemie betrokken bij zowel de zorg voor covidpatiënten binnen Amsterdam UMC, als het onderzoek dat er naar Sars-CoV-2 wordt gedaan. Het onderwerp schurkt dicht tegen zijn specialisme aan: longontsteking en bloedvergiftiging. Hij leest en bespreekt elke dag de nieuwste medische literatuur.

,,Toen dacht ik: als ik er toch zo goed in zit, dan kan ik er net zo goed een mooie samenvatting van maken.”

Zo geschiedde. Toen de teller wereldwijd op 25.000 medische publicaties stond, heeft Wiersinga met een paar coauteurs uit deze hele bult informatie een overzicht gemaakt, met in een notendop de kernvragen: wat maakt het virus stuk in het lichaam, welke behandelingen slaan aan, wat staat ons nog te wachten? Hij stuurde het artikel naar het vooraanstaande medische tijdschrift Jama en daar waren ze enthousiast. Een maand geleden werd het gepubliceerd. Het is met ruim een half miljoen views een van de best gelezen artikelen op de site.

Een droom.

Sparren met arts uit Colombia

Op sociale media stroomden de felicitaties binnen en reacties komen vanuit de hele wereld. ,,Vandaag kreeg ik nog een mailtje uit Colombia van een arts die even wilde sparren over de behandeling van een patiënt. Ontzettend leuk.”

Wiersinga zit in zijn kamer, een soort aquarium met uitzicht op een van de binnenpleinen van locatie AMC. Heeft hij daar op die witte bureaustoel die duizenden studies gelezen? En hoe doe je dat eigenlijk: zó veel literatuur doorspitten? Heeft hij nog weleens een Netflixserie gezien? ,,Ja hoor. The Final Table . Over chefkoks. Leuk.”

En ja, het was een monnikenwerk, maar het was niet nodig om alle onderzoeken regel voor regel te ontleden, zegt hij. Veel onderzoek is dubbelop. ,,Dan wordt er een groep patiënten besproken, bijvoorbeeld in Zuid-Iran. Maar dat is hetzelfde als het onderzoek uit Noord-Iran. Met hooguit kleine nuanceverschillen.”

Hij kent de auteurs, de instituten waar belangrijk onderzoek loopt, hij herkent grafieken en kan zich dus permitteren een goed deel van de publicaties ‘diagonaal te lezen’. Bovendien zit er ook kaf tussen het koren. Veel onderzoeken zijn te gehaast uitgevoerd.

,,Het Covidonderzoek is zo hip en gehypet dat het hier en daar slordig is opgezet.” Studies zonder controlegroepen kon hij sowieso terzijde schuiven want ‘wat moet je ermee?’

Kritiek over voorbarige resultaten

Volgens Wiersinga is er veel kritiek in de wetenschappelijke wereld over de haast waarmee voorbarige resultaten de wereld in zijn geslingerd. Zelfs vooraanstaande tijdschriften zoals The Lancet , New England en Jama hebben zich laten verleiden om premature data te publiceren, zegt Wiersinga. ,,Het leek erop dat ze wilden scoren, terwijl dat niet de rol van de bladen is. Ze moeten objectief de beste wetenschap voor het voetlicht brengen.”

H et romantische idee van de wetenschap van ‘samen iets uitvinden’ heeft hij dus maar losgelaten. ,,Het is gewoon keiharde business. Als je niet meedoet, neemt een ander je plaats in. Maar dat is ook goed, want je ziet wat die competitie teweegbrengt.”

Want over de hele linie is Wiersinga toch vooral heel erg enthousiast over hoeveel onderzoekers in korte tijd over het virus te weten zijn gekomen.

,,Als je ziet hoe snel kennis vermeerdert. Dat is echt ongekend. De hele wereld, iedereen, alles springt erop. Juist omdat het zo’n ingrijpende ziekte is, kun je ook echt iets bijdragen. Daarbij: Covid raakt alles en dus is het voor cardiologen interessant, maar ook voor neurologen, oncologen, chirurgen, longartsen en ga zo maar door. Iedereen wil dit onderzoeken.”

Die informatie is essentieel om nieuwe behandelingen en vaccins te ontwikkelen. In het begin van de pandemie hadden artsen behalve ondersteuning van de adem en pijnstilling vrij weinig te bieden. Nu worden er middelen ingezet die de sterfte verminderen en het ziekenhuisverblijf kunnen verkorten.

Artsen leren snel bij

Het is nog verre van ideaal en er zijn nog heel veel vragen, zegt Wiersinga, maar ze leren wel snel bij. ,,Inmiddels ligt er in ons ziekenhuis een behandelprotocol voor covidpatiënten versie 20. Normaal gesproken vervang je zo’n protocol één keer in de paar jaar.”

Hoewel er veel is geleerd, zijn de doorbraken ‘op de vingers van één hand te tellen’, zegt Wiersinga. ,,Zo is het ook wel weer.” De belangrijkste is volgens Wiersinga het onderzoek waarbij Britse Oxfordonderzoekers hebben uitgevonden dat de goedkope ontstekingsremmer dexamethason de sterfte onder ernstig zieke coronapatiënten kan verlagen door het overactieve afweersysteem te remmen. In Engeland scheelde het aanzienlijk: met het middel kwamen van de 100 patiënten in het ziekenhuis er 28 te overlijden. Zonder dexamethason waren dat er 40.

Een ‘prachtig uitgevoerd onderzoek’, vindt Wiersinga. ,,Het hele land heeft samengewerkt. Ja, als ik dat lees, dan denk ik: wow, hadden wij dit maar gedaan.”

Een andere doorbraak is het onderzoek naar het antivirale middel remdesivir, dat de ligduur in het ziekenhuis kan verkorten van gemiddeld vijftien naar elf dagen. ,,Je knapt er dus mogelijk sneller van op.” Maar volgens Wiersinga zijn er nog altijd veel vragen over de dosering, timing van het toedienen en bijwerkingen. Veel vervolgonderzoek is hier dus nog nodig.

Meer antistollingsmiddelen, minder antibiotica

Tegenwoordig krijgen alle Covidpatiënten in het ziekenhuis ook standaard antistollingsmiddelen, omdat de meerderheid embolieën (bloedpropjes) ontwikkelt. Het antibioticagebruik is juist weer teruggeschroefd ‘nu we weten dat ‘slechts’ 8 procent een bacteriële superinfectie krijgt’. ,,Terugkijkend is er bij ons en in de rest van de wereld veel te veel antibiotica uitgedeeld.”

V oor sommige middelen heeft Wiersinga de hoop opgegeven. Er lopen nog 177 studies naar het antimalariamiddel chloroquine, maar Wiersinga zou dat ‘hoofdstuk graag willen afsluiten’.

Waar hij dan wel heel benieuwd naar is? Nou, heel veel. Hoe belangrijk zijn kinderen bij besmettingen? Hoe zit het met de ventilatie? En met de aerosolen? Hoe lang houden ex-patiënten last van klachten? Een gamechanger in de behandeling van covidpatiënten verwacht hij niet op korte termijn.

,,Maar het grote nieuws komt natuurlijk uit de vaccinwereld. Door de onderzoeken die ik daarover zie, ben ik daar toch gematigd positief over. Het eerste vaccin zal niet 100 procent beschermen, maar ook als het dat maar voor de helft doet, dan is het nog steeds heel belangrijk.”

menu